Lage strafeis in politiegeweld tegen Ayden Lanoy zorgt voor ophef

Foto: Melissa Stamper. Ouders Ayden Lanoy

De strafeis van het Openbaar Ministerie (OM) van Aruba tegen de politieagenten R.D. en M.V., die betrokken waren bij de dood van de 19-jarige Ayden Lanoy, heeft voor veel ophef in de gemeenschap gezorgd. De agenten worden vervolgd voor het medeplegen van doodslag. Het OM eiste twaalf maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 180 uur voor beide agenten.

De advocaat van de nabestaanden, Geert Hatzmann, noemde de strafeis ‘teleurstellend’ en niet in verhouding tot de ernst van het geweld. “Ik noem dat losgeslagen cowboygedrag. Het heeft helemaal niets te maken met een rechtmatige uitoefening van de dienst, maar is ‘police brutality’ in optima forma.” Volgens hem doet een voorwaardelijke celstraf onvoldoende recht aan het verlies van een mensenleven en het aantal geloste schoten.

Opruiing

Enkele dagen na de strafeis zijn drie personen aangehouden op verdenking van bedreiging en opruiing, bevestigt een woordvoerder van het OM aan het Caribisch Netwerk. Eén van hen is politicus Ricardo Croes (RED). Maandag erkende hij dat hij zich normaliter niet beledigend uit op sociale media, maar ontkende dat hij tot opruiing tegen het OM of het gerecht heeft aangezet. “Het is het OM zelf dat voor de opruiing zorgt met zo’n voorwaardelijke straf,” zegt Croes.

“Dit orgaan moet het algemene welzijn dienen, ongeacht wie het is,” aldus Croes. “De beelden laten zien dat er geen aanleiding was voor dit soort politiegeweld.”

Caret-zaak

Een jaar na het schietincident werd de zaak, bekend als Caret, op vrijdag 20 en maandag 23 februari inhoudelijk behandeld. De zitting trok grote publieke belangstelling, er werd zelfs een tweede zaal ingericht.

In de vroege ochtend van 9 februari zagen de agenten een Toyota rijden zonder goed werkende verlichting. Meer stoptekens met sirene, zwaailichten en ook via de luidspreker werden genegeerd. Een achtervolging volgde en eindigde op een doodlopende weg in de woonwijk Madiki Kavel. Daar escaleerde de situatie in minder dan tien seconden.

In totaal werden twintig schoten gelost: zeventien door agent D. en drie door agent V. Lanoy werd in de borstkas geraakt. Forensisch onderzoek wees uit dat een grote ader werd geraakt, waarna hij ter plekke overleed.

Beide agenten benadrukten dat zij handelden vanuit wat zij omschreven als een ‘directe dreiging’. Volgens hen was hun optreden gericht op het neutraliseren van een onmiddellijk gevaar voor henzelf en hun collega, niet op het doden van de bestuurder.

Een belangrijk deel van de zitting draaide om de interpretatie van de camerabeelden. Daarbij werd besproken of het eerste schot werd gelost toen de auto vooruit reed in de richting van agent V., of terwijl het voertuig juist achteruit bewoog. De rechter merkte op dat op de beelden snel te zien is dat beide agenten een schiethouding aannemen en hun vuurwapen richten.

Het gedeelte waarin de beelden in detail werden besproken, werd deels achter gesloten deuren behandeld. Daarna mocht het publiek weer plaatsnemen in de rechtszaal.

Toetsing aan noodzaak en proportionaliteit

Het OM benadrukte dat politiegeweld volgens de wet alleen is toegestaan als uiterste middel. Het handelen van de agenten werd getoetst aan drie criteria: noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit.

“De geweldsbevoegdheid is gebonden aan objectieve criteria van proportionaliteit en subsidiariteit. Er moet altijd worden gekeken of het doel met een minder ingrijpend middel kan worden bereikt,” aldus de officier van justitie.

Volgens het OM is in deze zaak niet aan die voorwaarden voldaan. Op basis van de camerabeelden concludeert het OM dat geen sprake was van een zelfverdedigingssituatie en dat het aantal schoten niet in redelijke verhouding stond tot de situatie die nacht.

‘Geen gerechtigheid’

Vrijdag maakten de ouders van Lanoy gebruik van hun spreekrecht. Zijn moeder sprak geëmotioneerd over de twintig kogels die op haar zoon werden afgevuurd. “Er is geen gerechtigheid bij een misdaad nu mijn zoon er niet meer is,” zei zij. Zij vroeg zich af waarom haar zoon niet de kans kreeg zich over te geven. “Wat voor straf de rechter ook uitspreekt, het zal nooit de pijn wegnemen die zij hebben veroorzaakt.”

Namens de nabestaanden diende hun advocaat een vordering in van 165.507,89 florin aan materiële en immateriële schade.

Niemand boven de wet

Volgens de officier van justitie staat niemand boven de wet, ook politieagenten niet. “Objectief en zorgvuldig onderzoek naar geweldsaanwendingen door politieagenten is van groot belang, niet alleen voor slachtoffers en nabestaanden, maar ook voor de agenten zelf. Het is essentieel voor het vertrouwen van de samenleving in haar politie en de overheid.”

Zij benadrukte dat bij de strafmaat meer factoren zijn meegewogen. “Dit is geen typische strafzaak waarbij iemand met een illegaal wapen op een ander schiet. Het gaat om agenten van wie wordt verwacht dat zij zich in gevaarlijke situaties begeven.”

Persofficier Patrick van der Biezen in gesprek met de pers. (Foto: Melissa Stamper)

Tegen het Caribisch Netwerk lichtte persofficier Patrick van der Biezen toe dat bij de beoordeling rekening met de omstandigheden moet worden gehouden. “Zij waren hun werk aan het doen en mogen onder bepaalde criteria geweld gebruiken. In dit geval gaat het om een verkeerde beslissing. Het is niet zo dat zij de straat op gingen met de intentie iemand te vermoorden. Ik begrijp dat de samenleving dit moeilijk vindt, maar dit zijn de objectieve omstandigheden waarop het OM de eis baseert.”

De verdediging stelde dat deze zaak ‘geen winnaars kent’ en dat de agenten onder extreme druk handelden. Volgens de raadslieden Vito Carlo en Demis Illes moet de rechter oordelen vanuit de beleving van het moment zelf, niet met de kennis achteraf. “Hadden de cliënten een reëel en effectief alternatief voor het gebruik van een vuurwapen? Het antwoord is overtuigend ‘nee’,” aldus Carlo.

De twee agenten zijn nog geschorst, waarbij een derde van hun salaris wordt ingehouden. Verdere disciplinaire maatregelen zijn vooralsnog niet genomen. De zitting is geschorst tot 16 maart. De rechtbank doet in april uitspraak.