Foto: Flickr

WILLEMSTAD – Excuses en genoegdoening voor slavernij, eerherstel voor vrijheidsstrijder Tula, afronding van het dekolonisatie-proces en erkenning voor het Papiaments als basistaal in het Nederlandse Koninkrijk. Dat zijn de belangrijkste aanbevelingen die vanuit Curaçao aan de Tweede Kamer worden voorgelegd.

Op 27 juni is er een zogeheten rondetafelgesprek over het slavernijverleden in Den Haag. De Kamer spreekt met verschillende vertegenwoordigers uit onder andere de Surinaamse en Caribische gemeenschap. Het pakket met aanbevelingen vanuit Curaçao is aangedragen door Gibi Bacilio, voorzitter van Plataforma Sklabitut i Herensha di Sklabitut. De stichting wachtte zo’n drie jaar op antwoord van het Nederlandse kabinet.

Dit zijn de zes opvallendste aanbevelingen
Excuses: Het Koninkrijk der Nederlanden moet excuses aanbieden, op een manier die als welgemeend ervaren wordt door nazaten van de totslaafgemaakten.
Herstelbetalingen: het stellen van een blijk van genoegdoening (‘reparations’).
Eerherstel Tula: Verzetsheld Tula, de strijder voor ‘vrijheid, gelijkheid en broerderschap’, moet door het Koninkrijk der Nederlanden gerehabiliteerd worden.
Dekolonisatie: Het serieus, oprecht en daadwerkelijk opstarten, verhelderen en vervolmaken van het dekolonisatie-proces.
Museum: Museo Tula (het Tula-museum) op Curaçao moet een Koninkrijksbreed gedragen en internationaal erkend museum worden voor
het slavernijverleden, cultureel en historisch erfgoed.
Papiaments: Erkenning van Papiamentu als een van de basistalen van het gehele Koninkrijk der Nederlanden.

Diepe spijt en berouw, (nog) geen excuses
Drie jaar geleden vroeg het platform al om eerherstel van nationale verzetsheld Tula. Pas dit jaar in april kwam daarop reactie van minister Hanke Bruins Slot (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). Zij bood haar excuses aan dat een reactie zo lang op zich heeft laten wachten.

In de brief aan Bacilio herhaalt en benadrukt de minister het standpunt van Nederland. Namelijk, dat ook dit kabinet ‘het ten zeerste betreurt dat slavernij onderdeel uitmaakt van onze geschiedenis en, evenals voorgaande kabinetten, diepe spijt en berouw heeft over hoe Nederland is omgegaan met de menselijke waardigheid ten tijde van het slavernijverleden’.

Op 1 juli vorig jaar presenteerde het onafhankelijke Adviescollege Dialooggroep slavernijverleden zijn rapport van bevindingen, genaamd ‘Ketenen van het verleden’. Het kabinet zal voor de zomer op de aanbevelingen in dit rapport reageren, ‘waarin uw verzoek tot de rehabilitatie van verzetsstrijder Tula wordt meegenomen’, aldus Bruins Slot.

Oud-premier Suzy Camelia-Römer spreekt Kamer namens eilanden
In de Rondetafelconferentie komt Curaçao met een reactie op de brief van het Nederlandse kabinet. Het platform heeft oud-premier Suzy Camelia-Römer (Nederlandse Antillen, PNP) voorgedragen om de Tweede Kamer toe te spreken. Dat doet Camelia ook namens Aruba, Bonaire, Sint-Maarten, Saba en Sint-Eustatius.

Ook een vertegenwoordiger van Ocan, een Caribische belangenbehartiger in Nederland, spreekt de Kamer op 27 juni toe. De stichting heeft een schriftelijk advies aan de Kamer opgestuurd, waarin de politiek én de samenleving worden opgeroepen om het gesprek over het slavernijverleden aan te gaan. “Alleen samen komen wij verder, anders hebben wij alleen last van elkaar. Dat draagt niet bij om de strijdbijl te begraven.”

Excuses in 2023? Kamermotie aangehouden

In september vorig jaar diende voormalig D66-Kamerlid Rob Jetten (nu minister voor Klimaat en Energie) een motie in die het kabinet oproept om in 2023 excuses te maken voor het slavernijverleden. Naast D66, hebben ook PvdA, GroenLinks, Partij voor de Dieren, ChristenUnie, Denk, Bij1, Fractie Den Haan en Volt de motie ondertekend.

Uiteindelijk is er niet over de motie-Jetten gestemd omdat de partijen in de Tweede Kamer ‘zorgvuldig’ te werk wil gaan, door eerst gesprekken te voeren met bijvoorbeeld nazaten en experts. “Een mooi initiatief”, reageerde premier Mark Rutte.

‘Wij willen niks anders dan onze vrijheid’
De Nederlandse staat kan volgens Bacilio het ‘helings -en herstelproces helpen’ waar te maken door het rapport ‘Wij willen niks anders dan onze vrijheid’ uit te voeren. Over de titel van het rapport is goed nagedacht. “Wij zijn al te erg mishandeld. Wij willen niemand kwaad doen, maar we willen onze vrijheid”, zo zou Tula dat hebben verklaard voordat hij werd opgepakt om later op een afschuwelijke manier te worden afgeslacht door het koloniaal regime op Curaçao.

Tula werd vastgebonden aan een kruis en nog levend werden zijn botten gebroken met ijzer. Zijn gezicht werd daarna verbrand met fakkels en vervolgens werd hij onthoofd. Zijn hoofd werd samen met dat van Carpata op een stok gezet en diende vervolgens als afschrikmiddel op een veld waar nu de nationale herdenkingsmonument staat. De rest van het lichaam werd samen met die van medeleiders Bastiaan Carpata en Pedro Wacao met stenen verzwaard in zee gegooid.

In 2010 werd zowel door het bestuurscollege van het Eilandgebied Curaçao als door de Eilandsraad van Curaçao besloten, om formeel Tula te benoemen tot nationale held van Curaçao. Naar mening van Bacilio is de Nederlandse staat nu aan zet.

Instituut voor het slavernijverleden 
Verder hoopt voorzitter Bacilio op de oprichting van een nieuw instituut voor het gehele Koninkrijk. Die zou met de kennis over het koloniaal- en slavernijverleden scholen moeten gaan helpen, zodat daar structureel aandacht voor komt in de klaslokaal.

Overigens, bestaat zeen soortgelijk instituut al jaren: de Ninsee. Maar die kreeg in 2012 geen subsidie meer vanuit de Rijksoverheid. Het bestaat weliswaar nog steeds, maar in een afgeslankte vorm dankzij de gemeente Amsterdam.

Brief namens de ‘nazaten van Tula’

In zijn brief aan de Tweede Kamer schrijft Gilbert Bacilio dat op 3 oktober 1795 ‘Tula en Carpata, in de omgeving van Fort Amsterdam, publiekelijk van onder op levendig geradbraakt, in het gezicht geblakerd en het hoofd afgehouwen.’

“Dit omdat zij gestreden hebben tegen beroving, roofmoord, onteigening, vernedering, verkrachting, onrecht, onrechtvaardigheid, en onmenselijkheid. Zij werden op godsgruwelijke wijze vermoord omdat zij gestreden hebben voor vrijheid, gelijkheid en broederschap. Wij, nazaten van Tula, vinden dat de Nederlandse staat, als rechtsopvolgers van hen die deze misdaden begaan hebben, dit onrecht, recht moet trekken, aan ons de nazaten van Tula, recht moet doen.”

Doel van de strijd van Plataforma is dat de Nederlandse Staat ‘deze verwerpelijke misdaden die gepaard zijn gegaan met zeer diepe lichamelijke, psychische en geestelijke wonden te helen, te herstellen. De impact van deze wandaden hebben zulke diepe sporen achtergelaten, dat wij tot op de dag van vandaag de nasleep hiervan op uiteenlopende, vaak mensonterende manieren, tot aan de botten ervaren’.

In zijn brief stelt Bacilio ‘dat de effecten van de verbrijzelde beenderen, het geblakerde gezicht en het afgehakte hoofd van met name Tula, waren van zo’n ingrijpende aard, dat wij pas begin jaren vijftig schoorvoetend een begin hebben kunnen maken aan ons eigen helingsproces.’ Dat herstelproces is ingezet door Dr. Moises Frumencio da Costa Gomez, die voor meer zelfbestuur heeft gestreden voor de Nederlands-Caribische eilanden.

Blijf op de hoogte van de belangrijkste updates uit de Caribische gemeenschap. Abonneer je net als andere lezers ook op de nieuwsbrief van Caribisch Netwerk.