Foto: Nationaal Archief

WILLEMSTAD – “De volksopstand van Curaçao op 30 mei 1969 heeft de zaken verduidelijkt, niet versneld”, zegt de Curaçaose Richard Doest (76). “Er is nog steeds ongelijkheid.” Zelf hielp hij die dag bij het blussen van de branden en zag met eigen ogen het Brionplein afbranden. 

30 mei 1969 staat in de geschiedenisboeken beschreven als ‘de dag waarop Curaçao in opstand kwam tegen oneerlijke beloning en ongelijkheid tussen zwart en wit’. Maar Doest ziet vooral ‘cosmetische veranderingen’ in de vorm van een zwart kabinet en bestuurders: ‘de wezenlijke structuur veranderde niet’. “Er is nog steeds ongelijkheid in welvaart en macht.”

                                                                                                                                                                                                                                              Wat weet jij van 30 mei?

“Jongeren die van school komen weten praktisch niets over de vaderlandse geschiedenis”, zei docent Frank Quirindongo in 2017 tegen Caribisch Netwerk. Jij ook niet? Lees hier meer.

Doest, een geboren Curaçaoënaar met wortels in Suriname, was zich al vroeg bewust van de ongelijkheid op zijn eiland. En als hij het even was vergeten, dan herinnerde zijn werkgever Shell of het eiland zelf hem daar wel aan. “Blank was de top, gekleurd zat daaronder, zwart was de bodem en de Rooms Katholieke kerk was heer en meester naast het gouvernement. En dan had je ook de Shell die met eigen regels de boel binnen de perken hield.”

Tijdens zijn studietijd, aan de HTS in Amsterdam, kwam Doest in aanraking met Surinamers die opkwamen voor hun eigen culturele identiteit. Ook zag hij hoe de provo’s in Nederland schopten tegen de gevestigde orde. Maar eenmaal terug op zijn eiland, in dienst bij Shell, was er geen ruimte voor ‘bijdehand gedrag’ van een Afro-Caribische man. “Alles was er destijds op gericht om je nederig te houden.”

Zo werd de Shell de Isla raffinaderij

Al sinds begin vorige eeuw is het raffineren van olie van het buurland Venezuela een belangrijke spil in de economie van Curaçao. Caribisch Netwerk maakte een tijdlijn vanaf 1912. Bekijk het hier.

De ongelijkheid uitte zich ook in een klassensysteem. “Ik weet nog dat een meisje mij op een feestje vroeg wat ik had gestudeerd. Toen ik vertelde dat ik een technische studie had gedaan, liep ze weg. Destijds zocht je als meisje een onderwijzer of een politieagent. Technische mensen, die hun handen vuil maakten, dat was voor de lagere klassen.”

‘Naïef en wereldvreemd’, vindt Doest als hij terugkijkt. “Overal waren er aanwijzingen dat mensen de ongelijke behandeling zat waren. De studentenopstand in Parijs, de opkomst van Malcolm X, de Amerikaanse rassenrellen in 1967, Cassius Clay die zijn naam veranderde in Muhammad Ali en weigerde voor het Amerikaanse leger op andere rassen te gaan schieten. Het was een kwestie van tijd voor Curaçao.”

Richard Doest – Foto: Manon Hoefman

De situatie verergerde toen Shell, één van de grootste werkgevers destijds op het eiland, Curaçaoënaars ontsloeg om ze vervolgens, via onderaannemers, weer in dienst te nemen. Voor hetzelfde werk, maar een lager salaris en zonder arbeidsvoorwaarden. “Mensen begonnen in te zien dat ze grootscheeps werden gepakt, of op z’n Hollands gezegd: genaaid.”

Doest zelf wordt niet ontslagen, maar wordt ‘weggezet’ op een adviesafdeling. “Ze wisten niet wat ze met mij aan moesten, omdat ik vanuit Nederland was aangenomen en na een jaar weigerde om opnieuw onderaan te beginnen.” Maar op 30 mei 1969 kan Shell, door de staking van de contractarbeiders, alle handen gebruiken. Doest wordt tegen de namiddag op een sleepboot gezet om de branden in de stad te gaan blussen.

Bij de grote staking van 30 mei 1969 werden er branden aangestoken. Ook in de Heerenstraat stonden er zaken in brand – Bron: Nationaal Archief

“Ik was verbijsterd toen ik zag dat de brandweerslangen van de verschillende korpsen niet op elkaar pasten. Dus er was onvoldoende lengte slang om dicht bij de branden te komen. De dikke rook hing in de straten en stenen gebouwen begonnen te kraken.” Tot zonsondergang werd er met man en macht geblust.

Inmiddels is het vijftig jaar later en is van de volksopstand niets meer te zien, behalve een discontinuïteit in de architectuur van Otrobanda en Punda. Hetzelfde geldt volgens Doest ook voor de maatschappij.

Geschiedenis herhaalt zich
“Er is heel wat veranderd sinds 1969 en er zijn zeker veel goede ontwikkelingen op het gebied van onderwijs, kunst en culturele identiteit. Maar nog steeds hebben we armoede en is er geen waardering voor mensen die met hun handen werken. Wat dat betreft herhaalt de geschiedenis zich.”