Aruba maakt van 1 juli een jaarlijkse nationale herdenkingsdag

De jaarlijkse herdenkingsdag 1 juli wordt op Aruba een nationale herdenkingsdag. De dag waarop de afschaffing van de slavernij wordt herdacht, krijgt een vaste plaats op de nationale kalender van Aruba . De regering kondigde het besluit aan tijdens de nationale emancipatieherdenking. Organisaties die zich al jaren inzetten voor erkenning van het slavernijverleden spreken van een belangrijke mijlpaal, maar zien de herdenkingsdag vooral als een volgende stap in een breder proces van erkenning, onderzoek en bewustwording rond het Arubaanse slavernijverleden.

De aankondiging van de regering komt op een moment waarop de aandacht voor het Arubaanse slavernijverleden de afgelopen jaren zichtbaar is toegenomen. Sinds de excuses van de Nederlandse regering in 2022 is op Aruba meer onderzoek gedaan naar de eigen geschiedenis, zijn archiefstukken gedigitaliseerd en toegankelijk gemaakt voor het publiek en kwamen thema’s als de rol van Aruba binnen de trans- Atlantische slavernij, Afrikaanse culturele invloeden en de doorwerking van het slavernijverleden vaker in de publieke belangstelling te staan.

Herdenking bij Renaissance Festival Plaza (foto: kabinet AVP-Futuro)

Op vragen van het Caribisch Netwerk lichtte premier Mike Eman (AVP) toe dat de nieuwe nationale herdenkingsdag vooral moet bijdragen aan een bredere maatschappelijke bewustwording. Volgens de premier heeft het slavernijverleden op Aruba lange tijd niet de aandacht gekregen die het verdient. “Veel van wat we weten was niet toegankelijk voor de gemeenschap. Nu wordt dat steeds meer toegankelijk gemaakt. We gaan meer schrijven, meer nadenken en meer met elkaar in gesprek”, aldus Eman.

Eman vertelde dat hij later dit jaar een boek publiceert over zijn familiegeschiedenis. Daarin beschrijft hij onder meer hoe zijn overgrootvader twee jaar na de afschaffing van de slavernij werd geboren. Volgens de premier onderstreept dat hoe dichtbij deze geschiedenis voor veel Arubaanse families nog altijd is.

Historische stap
Ook Stichting Rancho spreekt van een historische stap. Voorzitter Clifford Rosa noemt de aankondiging van een nationale herdenkingsdag het resultaat van een jarenlang proces om meer erkenning te krijgen voor het slavernijverleden op Aruba.
“Vandaag spreken we van een historische dag”, zegt Rosa. “Ondanks alle inspanningen en de lange weg die is afgelegd, zien we nu een concreet resultaat. Ook binnen het koninkrijk moet de betekenis hiervan worden gezien, juist vanwege de impact die het slavernijverleden en het proces na de komma hebben gehad.”

Ook het Plataforma Nacional Herencia di Sclavitud na Aruba (PNHSA) spreekt van een belangrijke mijlpaal. Voorzitter en medeoprichter Sirelda Jackson zegt dat de aankondiging een groot succes is. Volgens haar sluit de nationale herdenkingsdag aan bij de doelstelling van de organisatie om via herdenking, reflectie en viering het bewustzijn over het slavernijverleden te vergroten. “We willen de gemeenschap laten zien hoe ver de periode van de slavernij doorwerkt en dat die gevolgen nog steeds merkbaar zijn in ons dagelijks leven”, vertelt ze aan het Caribisch Netwerk.

Premier Mike Eman (AVP) samen met de leden van Plataforma Nacional Herencia di Sclavitud na Aruba (PNHSA) (foto: Kabinet AVP-Futuro)

Volgens Jackson moet de nationale herdenkingsdag meer zijn dan een jaarlijkse ceremonie. “Het is een dag van erkenning. Een dag waarop wij dit onderwerp serieus nemen en waarop wij ook serieus worden genomen.” Ze stelt dat de doorwerking van het slavernijverleden verschillende vlakken raakt van de samenleving en dat het onderwerp daarom blijvend onder de aandacht moet worden gebracht.

Groeiende belangstelling, nieuwe inzichten
Ook Gregory Richardson, lid van het Nationaal Slavernijherdenkingscomité namens Aruba, vindt de aankondiging een belangrijke stap. Volgens hem laat het besluit zien dat de aandacht voor het Arubaanse slavernijverleden de afgelopen jaren is gegroeid.

“Het is een belangrijke stap in de goede richting, als land Aruba, om stil te staan bij onze geschiedenis van de slavernij en de rol van Aruba daarin”, zegt Richardson. Volgens hem is de groeiende belangstelling mede te danken aan historisch onderzoek, de inzet van maatschappelijke organisaties, kritische media en overheidsinstanties, waardoor steeds meer informatie toegankelijk is geworden.

“Het is een klein deel van de puzzel, maar we zien dat de interesse groeit. Verschillende verhalen en historische personen krijgen een gezicht. Dat helpt ons een deel van onze geschiedenis zichtbaar te maken dat lange tijd onderbelicht is gebleven.”

Ook nationaal archivaris Edric Croes ziet de nationale herdenkingsdag als onderdeel van een bredere ontwikkeling. “Ik denk dat het laat zien hoe onze manier van herdenken de afgelopen jaren is gegroeid”, zegt hij. “Er komen steeds meer vragen en ook meer verdieping. Dat geeft me hoop dat we elk jaar meer verschillende stemmen uit de geschiedenis van de slavernij en het slavernijerfgoed erkennen.”

Volgens Croes laat de groeiende belangstelling zien dat steeds meer mensen zich met het onderwerp bezighouden. “We hebben er lang over gedaan om hier te komen, maar de wil is er en er is hoop.” Hij wijst erop dat Aruba nog geen vaste plek heeft waar de geschiedenis van de slavernij jaarlijks wordt herdacht. “Idealiter komt
die plek er ook.”

Croes zegt dat hij jarenlang soms het gevoel had, dat slechts een kleine groep zich met dit onderwerp bezighield. “Gisteren begon ik de namen op te schrijven van mensen die de afgelopen jaren nieuwe inzichten hebben gebracht. Die lijst werd steeds langer. Ik weet zeker dat er volgend jaar of over twee jaar nóg meer namen bij zullen komen. Dat geeft me veel hoop.”