In de afgelopen jaren zit het toerisme op Curaçao enorm in de lift. Volgens het rapport ‘Tourism Carrying Capacity study’, opgesteld door de organisatie Sustainable Travel International en de George Washington University, moet Curaçao niet alleen maar blij zijn met die groei. Het eiland moet ook kritisch kijken naar de nadelige gevolgen. Econoom Rob van der Bergh zegt dat de studie ‘ons de spiegel voorhoudt over hoe het er werkelijk met het Curaçaose toerisme voor staat’.
De cijfers zijn indrukwekkend. In 2025 kwamen in totaal een recordaantal van 788.427 toeristen naar Curaçao, een groei van 13 procent in vergelijking met 2024. In december van dat jaar verbleven op het eiland 80.891 toeristen, waarmee het hoogste maandtotaal ooit werd bereikt. En in 2026 neemt het aantal toeristen alleen maar toe. Voor Nederlanders is Curaçao ‘hot’. Maar ook veel toeristen uit Amerika, Canada, Duitsland, Brazilië en Colombia weten de witte stranden te vinden.
Dit leidt tot veel juichende persberichten van het Curaçaose toerismebureau, aankondigingen van extra vluchten en blije ministers. Maar niet iedereen staat te juichen. Er zijn meer files, huizen worden duurder, stranden worden afgeschermd, horeca wordt duurder. Op sociale media wordt hierover af en toe geklaagd, maar tegelijkertijd benadrukken veel mensen dat toerisme goed is voor de economie.
Amerikaans rapport
Begin augustus schreven media op Curaçao over een Amerikaans rapport dat stelt dat het eiland afstevent op 1,5 miljoen toeristen in 2030, terwijl de infrastructuur nu al haar limieten heeft bereikt. “Het rioolwater stroomt grotendeels onbehandeld in zee, de landfill en het vliegveld zitten aan hun maximale capaciteit en de koraalriffen gaan hard achteruit”, zo werd geciteerd uit het rapport. Het rapport is besproken in de ministeraad van Curaçao. Er zijn stukken uit gelekt naar de media. Maar het is niet officieel openbaar gemaakt.
Wel werd duidelijk in het rapport gemaakt dat de lokale bevolking te weinig van de extreme groei profiteert. Ongeveer 58 procent van alle toeristische uitgaven verdwijnt direct naar het buitenland. Onderzoekers waarschuwen dat de beslissingen die de komende twee jaar worden genomen, cruciaal zijn. “Curaçao moet kiezen voor strak beleid en duurzame grenzen, of de groei neemt de overhand met alle gevolgen van dien. Het is aan de politiek om actie te ondernemen”, aldus de onderzoekers die de Tourism Carrying Capacity study hebben geschreven.
Overtoerisme
Econoom Rob van der Bergh, directeur van het economisch advies- en onderzoeksbureau Curconsult op Curaçao, stuurde afgelopen week een ingezonden stuk naar de media naar aanleiding van het rapport. Volgens hem wordt Curaçao hierin een spiegelbeeld voorgehouden. “De tourism experience is vooralsnog goed, maar staat onder druk door het overtoerisme. Geen aandacht hieraan besteden, leidt ertoe dat we uiteindelijk de kip met de gouden eieren aan het slachten zijn”, aldus Van den Bergh.
Volgens de econoom geeft de studie ‘klip en klaar’ aan dat er in de uitvoering van het toeristisch beleid wat fout zit. “Eigenlijk is nooit sprake geweest van een toeristisch beleid op Curaçao, nadat in 1960 de overheid de verantwoordelijkheid, die eerst bij de Kamer van Koophandel lag, naar zich toe trok. Er werden toeristische masterplannen geschreven in opdracht van het toeristenbureau, maar de aanbevelingen werden nooit serieus uitgevoerd. De fout ligt niet bij het Curaçao Tourism Bureau (CTB) aangezien die een uitvoerende instantie is die vooral Curaçao als toeristenbestemming op de kaart moet zetten. Beleid zou, vroeger bij het Sociaal-Economisch Planbureau, daarna bij de Dienst Economische Zaken en na 10-10-10 bij het huidige ministerie van Economische Ontwikkeling moeten liggen. Daar ligt het niet, het toeristisch beleid ligt feitelijk overal en nergens.”
Geen toeristisch beleid
Van den Bergh schrijft: “Er was en er is geen economisch toeristisch beleid voor Curaçao; niet in het verleden en niet in het heden. Waarom niet? In de periode vanaf 10-10-10 tot heden kende het land Curaçao 11 kabinetten met 11 verschillende ministers van Economische Ontwikkeling. Door de vele politieke wisselingen lukte het niet om tot een serieus toeristisch economisch beleid te komen, laat staan om het uit te voeren.”
Het eigen politiek terrein van de minister van Economische Ontwikkeling is volgens Van den Bergh zeer beperkt. “Hij of zij heeft het kleinste ministerie, het kleinste budget van alle ministeries en de minste beleidsinstrumenten. Als dan ieder ministerie vanuit zijn eigen ivoren toren functioneert en interministeriële samenwerking nagenoeg ontbreekt, komt een duurzaam economisch toeristisch beleid nooit tot stand. De opstellers van de Carrying capacity study erkennen dit ook en hebben het over ‘critical system contraints: requiring cross governance respons’.”
Sommigen winnen, velen verliezen
De hoeveelheid toeristische projecten en appartementen voor toeristisch verhuur en/of tweede woning in aanbouw of nog op de tekentafel, is volgens Van den Bergh enorm. “Tot 2030 komen er nog duizenden units bij. Voor de groep van hotels, appartement/AirBnB-eigenaren, horeca, projectontwikkelaars en toeleveranciers zijn dit commercieel goede en prettige tijden. Dit geldt ook voor de Curaçaoënaar die op zijn koraal, stukje grond van de familie of op in het erfpacht verkregen kavel van Domeinbeheer een paar appartementen heeft bijgebouwd voor toeristisch verhuur. Het zijn ook gouden tijden voor de aannemers en bouwvakkers die – vanwege de schaarste – topprijzen kunnen vragen. Sommigen profiteren van de groei in het toerisme, maar er staan ook hele groepen buitenspel die niet profiteren en opgezadeld worden met de nadelen die de groei van toerisme veroorzaakt. De verschillen worden alleen maar groter.”
De conclusie die voor Curaçao als geheel geldt, is volgens hem dat een visie en daarmee samenhangend beleid en uitvoeringsplan node ontbreekt. “Een plan waar overtoerisme, druk op voorzieningen, infrastructuur, kwaliteit van het product en ook de zorg dat iedereen zijn fair share krijgt aan de orde komt.”
Vereniging Bedrijfsleven Curaçao
De bijdrage van Van den Bergh heeft meer debat losgemaakt. Zo stelt de Vereniging Bedrijfsleven Curaçao (VBC) dat ze actief hebben meegedaan aan consultaties, maar geen overhaast standpunt innemen zolang de ‘Tourism Carrying Capacity Study’ niet openbaar is gemaakt.
In lokale media en op sociale media is veel bijval en discussie over zijn waarschuwingen voor overtoerisme, de schaarse ruimte op het eiland en de vraag of de gewone burger wel genoeg profiteert van de groei. In die zin lijkt een discussie over toerisme op het eiland los te komen. Iets waarover bijvoorbeeld in Aruba al langer wordt gesproken.
De huidige minister van Economische Ontwikkeling, Roderick Middelhof (MFK), en het Curaçaose toerismebureau hebben onlangs een breed consultatietraject gelanceerd. Hiermee lijken zij direct op de roep om centrale sturing te reageren. Ze willen niet alleen hotels, maar ook maatschappelijke organisaties (zoals milieu- en natuurorganisatie Carmabi en vuilverwerkingsbedrijf Selikor) en burgers betrekken bij het bepalen van de grenzen van de groei. Volgens de minister is belangrijk dat aandacht wordt besteed aan drukte op de wegen, afvalverwerking, stranden en stijgende prijzen.