Motie verworpen, vakbond zet strijd voort: “Dit is discriminatie”

Foto: Hubert Evertsz

Vakbond AFBW is teleurgesteld dat de Nederlandse Tweede Kamer de motie voor een 36-urige werkweek in de zorg op Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft verworpen. Maar achter die teleurstelling ligt volgens de vakbond een veel fundamentelere vraag: waarom werkt een zorgmedewerker op Bonaire 40 uur, terwijl een collega in Europees Nederland in dezelfde functie met hetzelfde werk 36 uur werkt?

De motie van de Nederlandse 50PLUS-Kamerlid Corrie van Brenk vroeg de regering om structurele extra financiële middelen beschikbaar te stellen voor een 36-urige werkweek in de zorg op de BES-eilanden, met behoud van salaris. Volgens de motie werken zorgmedewerkers op de eilanden 40 uur per week, terwijl een 36-urige werkweek in de zorg in Europees Nederland breed gangbaar is. Ook andere publieke werkgevers op de eilanden zijn inmiddels overgestapt naar 36 uur.

De Tweede Kamer verwierp de motie op 29 september met 75 stemmen tegen en 35 voor. De Nederlandse minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Sophie Hermans (VVD), had de motie vooraf ontraden. Volgens het ministerie zijn eerst verdere gesprekken en onderzoek nodig naar onder meer werktijden, financiering en de beschikbaarheid van voldoende personeel. Maar voor de AFBW is daarmee niet het laatste woord gesproken. “We zijn teleurgesteld, maar we geven de strijd niet op,” zegt AFBW-voorzitter Cherel Kwidama. De bond zegt door te gaan met gesprekken, brieven en klachten bij verschillende instanties.

Dezelfde zorg, andere werkweek
Voor de AFBW zit de kern van het probleem in het verschil tussen de arbeidsvoorwaarden op de eilanden en die in Europees Nederland. De functies en werkzaamheden zijn volgens de vakbond vergelijkbaar, maar de arbeidsvoorwaarden niet. Volgens de vakbond wordt bij de werving van Europees-Nederlandse medewerkers onderhandeld vanuit andere uitgangspunten, waaronder een werkweek van 36 of soms 32 uur. Dus worden Europees-Nederlandse medewerkers hoger binnen een salarisschaal geplaatst, terwijl lokale medewerkers lager worden ingeschaald. De vakbond noemt dit discriminatie en racisme en zegt hiervoor onderbouwing te hebben. Kwidama daagt werkgevers uit om het tegendeel te bewijzen.

Ook het argument van personeelstekort vindt AFBW onvoldoende. Minder uren betekent volgens de bond inderdaad dat extra personeel nodig is, maar uit eigen onderzoek zou blijken dat het om ongeveer 10 procent extra personeel gaat. Voor AFBW is dat geen reden om de 36-urige werkweek af te wijzen, maar een kwestie die financieel en organisatorisch moet worden opgelost.
De rekening

Ook de financiële kant van de discussie is reëel. In de motie werd expliciet gesteld dat de reguliere OVA-financiering onvoldoende ruimte biedt om een kortere werkweek met behoud van salaris structureel te financieren. Daarom werd gevraagd om aanvullende structurele middelen. De Nederlandse minister van VWS vindt dat eerst nader onderzoek en overleg nodig zijn. Daarbij moet worden gekeken naar de financiële gevolgen én naar de vraag of zorginstellingen voldoende personeel kunnen inzetten.

Dat zijn legitieme vragen. Een 36-urige werkweek invoeren zonder voldoende personeel kan de druk op de bestaande medewerkers juist vergroten. En zonder structurele financiering bestaat het risico dat de kosten uiteindelijk bij de zorginstellingen of de zorg zelf terechtkomen. Maar ook het tegenovergestelde verdient aandacht. Wat kost het als medewerkers blijven vertrekken, omdat de arbeidsvoorwaarden achterblijven? Wat kost langdurige werkdruk? Wat kost het voortdurend aantrekken van personeel van buiten het eiland? Die vragen horen volgens de AFBW net zo goed bij de financiële berekening.

“Wij vragen niet te veel”
Voor Kwidama gaat het uiteindelijk om een eenvoudige norm. “We vragen niet te veel. Nederland hanteert al 30 jaar een 36-urige werkweek als norm. Wij willen dat een 36-urige werkweek ook de norm wordt voor Bonaire.” De vakbond zegt niet om een gunst te vragen, maar om arbeidsvoorwaarden die volgens haar aansluiten bij de ontwikkeling in Europees Nederland. Daarmee raakt de discussie aan een groter probleem dat op Bonaire vaker terugkomt: de vraag of arbeidsvoorwaarden op de eilanden structureel achterlopen en vervolgens worden verdedigd met het argument dat de omstandigheden hier nu eenmaal anders zijn. Dat de omstandigheden anders zijn, is een feit. Maar anders betekent niet automatisch minder, vind Kwidama.

Waar blijft de lokale politiek?
De Nederlandse Tweede Kamer heeft de motie verworpen, VWS wil eerst verder onderzoek doen en de AFBW zet de strijd voort. Maar welke rol neemt de lokale politiek op Bonaire in? De kwestie raakt direct aan de lokale zorg en arbeidsmarkt. De AFBW stelt dat lokale zorgmedewerkers 40 uur werken, terwijl voor vergelijkbare functies in Europees Nederland 36 uur gangbaar is. De vakbond wijst ook op verschillen in inschaling en spreekt van discriminatie en racisme.

Dat zijn stevige claims die om antwoorden vragen. Hoe groot zijn de verschillen daadwerkelijk? Hoe worden lokale en Europees-Nederlandse medewerkers ingeschaald? Hoeveel extra personeel is nodig en wat kost een overgang naar 36 uur? Lokale politici hoeven niet automatisch vóór 36 uur te zijn. Maar zij kunnen wel deze vragen op tafel leggen en de feiten laten onderzoeken. De afwijzing in Den Haag hoeft daarom niet het einde van het debat op Bonaire te zijn. Juist nu ligt er een taak voor de lokale politiek: de cijfers boven tafel krijgen en duidelijk maken welke arbeidsvoorwaarden nodig zijn om de zorg op Bonaire toekomstbestendig te houden.

“De strijd gaat door”
De AFBW zegt de strijd voort te zetten met gesprekken, brieven en klachten bij verschillende instanties, waaronder het juridisch loket en de Nederlandse Nationale Ombudsman. Ook wil de vakbond opnieuw politieke partijen benaderen over de afgewezen motie. De afwijzing in de Tweede Kamer sluit daarmee de discussie niet af. Voor de AFBW blijft de vraag op tafel waarom zorgmedewerkers op de BES-eilanden 40 uur werken, terwijl voor vergelijkbare functies in Europees Nederland een 36-urige werkweek gangbaar is.

De bal ligt daarmee opnieuw bij de werkgevers, VWS en de politiek: blijft 40 uur op de eilanden de norm, of komt er alsnog ruimte voor 36 uur in de zorg?