De erbarmelijke omstandigheden binnen de Justitiële Jeugdinrichting Curaçao (JJIC) hebben de afgelopen weken opnieuw geleid tot maatschappelijke onrust en politieke aandacht. Waar minister Shalten Hato (Justitie, MFK) erkent dat de omstandigheden zorgwekkend zijn en maatregelen aankondigt, laat een oud-cliënt van de instelling een ander, indringend geluid horen. Genesis de la Rosa (29), die als tiener zelf in het JJIC verbleef, voert momenteel actie tegen wat zij omschrijft als ‘structureel falen en onmenselijke omstandigheden’ binnen de instelling.
Genesis de la Rosa (links) voor de deur van JJIC. Foto Extra
Met een manifestatie voor de poorten van het JJIC en een hongerstaking probeert zij niet alleen haar eigen ervaringen onder de aandacht te brengen, maar vooral de huidige generatie jongeren te beschermen.
De la Rosa, van Dominicaanse afkomst, werd op dertienjarige leeftijd geplaatst in het JJIC, destijds bekend als GOG. Haar verblijf duurde tot haar vijftiende levensjaar en vond plaats in een periode waarin zij worstelde met schoolverzuim en gedragsproblemen. Zelf benadrukt zij dat haar situatie destijds niet te vergelijken was met die van jongeren die zware strafbare feiten hadden gepleegd. Toch werd zij in dezelfde omgeving geplaatst.
Genesis de la Rosa. Foto Facebook
Na haar verblijf wist De la Rosa haar leven opnieuw op te bouwen. Zij is inmiddels getrouwd, eigen huis, moeder van drie kinderen, heeft een eigen kapsalon en leidt een zelfstandig bestaan. Ondanks deze stabiliteit blijft haar verleden een bepalende factor in haar leven. De herinneringen aan haar tijd in het JJIC hebben haar ertoe gebracht zich actief in te zetten voor jongeren die momenteel in de instelling verblijven.
Manifestatie en hongerstaking
De recente aanleiding voor haar actie is een video en informatie van jongeren binnen het JJIC, waarin zij melding maken van slechte leefomstandigheden. Volgens De la Rosa is er sprake van een ‘ernstig tekort aan basisvoorzieningen’. Jongeren zouden onvoldoende en soms bedorven voedsel krijgen, terwijl essentiële producten, zoals zeep, toiletpapier en maandverband ontbreken. Deze signalen bevestigen volgens haar dat de situatie in de instelling nog altijd problematisch is.
Gedreven door deze berichten besloot zij tot actie over te gaan. Zij organiseerde een vreedzame manifestatie voor het gebouw van het JJIC en ging tegelijkertijd in hongerstaking. Haar doel is om concrete maatregelen af te dwingen en transparantie te krijgen over de behandeling van jongeren binnen de instelling.
Getuigenis van mishandeling en onmenselijke omstandigheden
De la Rosa beschrijft haar eigen verblijf in het JJIC als verwarrend en traumatisch. Hoewel zij aangeeft dat de school binnen de instelling voor haar een veilige plek vormde waar zij leerde lezen en schrijven, werd dit overschaduwd door negatieve ervaringen.
Een ingrijpend moment in haar verhaal is een incident waarbij zij betrokken raakte bij een confrontatie met bewakers. Volgens haar werd zij mishandeld en ten onrechte beschuldigd van geweld. Als gevolg daarvan werd zij in een isoleercel geplaatst. De omstandigheden in deze cel beschrijft zij als ‘extreem onhygiënisch en mensonterend, met vervuilde muren, een smerig matras en een niet-functionerend toilet’. Jongeren die daar verbleven, zouden zwaar getraumatiseerd raken.
Daarnaast stelt zij dat zij gedurende een periode geen contact mocht hebben met haar moeder en dat haar verblijf werd verlengd op basis van negatieve rapportages. Pas na tussenkomst van een rechter kon zij uiteindelijk de instelling verlaten.
Confrontatie met autoriteiten
Voorafgaand aan haar manifestatie zocht De la Rosa contact met vertegenwoordigers van het ministerie van Justitie om haar zorgen te uiten. Hoewel haar werd verzekerd dat de situatie aandacht kreeg, bleef concrete terugkoppeling uit. Dit gebrek aan duidelijkheid en actie vormde voor haar een extra reden om publiekelijk te protesteren.
Tijdens haar aanwezigheid bij het JJIC kreeg zij steun van drie ouders. Eén daarvan was een vader met zijn protesterende dochter, die niet meer naar binnen wilde.
De vreedzame manifestatie duurde tot vroeg in de morgen en werd uiteindelijk beëindigd na druk van de politie, die aangaf dat de demonstranten de openbare orde zouden verstoren. Uit angst voor arrestatie, mede vanwege haar verantwoordelijkheid als moeder, besloot De la Rosa en de andere activisten uiteindelijk te vertrekken.
Ontslag en reactie van de minister
Ondertussen heeft de directrice van JJIC ontslag genomen en heeft minister Hato inmiddels erkend dat de situatie binnen het JJIC ernstig en zorgwekkend is. Tijdens een bezoek aan de instelling constateerde hij tekortkomingen op het gebied van voeding, hygiëne en basisvoorzieningen. Hij benadrukte dat jongeren recht hebben op een veilige en waardige omgeving en kondigde verschillende maatregelen aan, waaronder een onderzoek, versterking van toezicht en veranderingen in het management.
Toch vindt De la Rosa deze stappen onvoldoende. Volgens haar ontbreken ‘concrete en directe oplossingen’ voor de huidige problemen. Zij stelt dat er nog geen duidelijkheid is over hoe jongeren op korte termijn beter beschermd zullen worden en welke structurele veranderingen daadwerkelijk zullen plaatsvinden.
Een strijd die doorgaat
De la Rosa heeft aangegeven haar hongerstaking voort te zetten totdat er concrete maatregelen worden aangekondigd die de situatie van jongeren binnen het JJIC daadwerkelijk verbeteren. Zij overweegt daarnaast om internationale aandacht te vragen, onder meer door organisaties zoals de Verenigde Naties (VN) te betrekken. Ook doet zij een oproep aan Nederland om ondersteuning te bieden, zowel financieel als in de vorm van expertise.
Voor haar is deze strijd persoonlijk, maar ook principieel. Zij ziet het als haar verantwoordelijkheid om haar stem te laten horen voor jongeren die dat zelf niet kunnen.
Hoewel de overheid inmiddels stappen aankondigt, roept haar protest de vraag op of deze maatregelen snel en effectief genoeg zullen zijn. Zolang oud-cliënten zich genoodzaakt voelen om via hongerstakingen en manifestaties aandacht te vragen, blijft de urgentie van echte verandering onverminderd groot. De situatie in het JJIC vraagt niet alleen om beleid, maar om vertrouwen, transparantie en bovenal de garantie dat jongeren in kwetsbare posities daadwerkelijk beschermd worden.

