De ongelijkheid tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland is zo groot dat er mogelijk sprake is van discriminatie door politiek Den Haag. Tot die conclusie komt de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) na eigen onderzoek.
Bonaire, Saba en Sint-Eustatius zijn ruim vijftien jaar bijzondere gemeenten van Nederland. Ondanks herhaalde politieke beloften over gelijkwaardigheid, hebben inwoners nog dagelijks te kampen met grote achterstanden, constateert de NCDR. Zo leeft ongeveer één op de drie inwoners van Caribisch Nederland in armoede, is de toegang tot zorg beperkt en voldoet een deel van het onderwijs niet aan de basiskwaliteit. Ook reizen tussen de eilanden is vaak duur en lastig.
‘Democratisch falen’
De Nederlandse regering verklaarde de afgelopen jaren dat de achterstanden in de bijzondere gemeenten sinds 2010 zo groot zijn, dat verbeteringen nu eenmaal tijd kosten. “Hoe lang nog? Er is steeds een argument om iets niet te doen”, zegt Nationaal Coördinator Rabin Baldewsingh. “Ik vind dit een democratisch falen.”

Nationaal coördinator Rabin Baldewsingh
Ook de verschillen in beleid en wetgeving worden lang niet altijd duidelijk uitgelegd en leiden tot ongelijke situaties. In zijn advies roept de NCDR het kabinet op om te komen met structurele oplossingen, in plaats van telkens weer verschillende tijdelijke maatregelen.
Inwoners van de Caribische gemeenten hebben bijvoorbeeld geen recht op een werkloosheidsuitkering (WW). Het kabinet is van plan deze alsnog in te voeren voor Caribisch Nederland, maar alleen als tijdelijke maatregel. Inwoners krijgen dan maximaal drie maanden WW, terwijl inwoners in Europees Nederland minimaal drie maanden kunnen ontvangen.
In het rapport wordt ook verwezen naar een recente rechtszaak over klimaatbescherming op Bonaire. Daarin oordeelde de rechter dat het discriminatieverbod uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is geschonden.