De 85-jarige pianist en componist Norman Morón, één van de bekendste en meest geliefde musici van Curaçao, maakt zich grote zorgen over de toekomst van de authentieke Curaçaose muziek. Als laatste nog levende pianist van zijn generatie ziet hij hoe de rijke muzikale traditie, waarmee hij is opgegroeid, steeds verder naar de achtergrond verdwijnt. Vooral de opkomst van voorgeprogrammeerde muziek is hem een doorn in het oog. Volgens Morón heeft die ontwikkeling de muzikale kwaliteit ernstig aangetast. Zijn grootste wens is dat jongeren het stokje overnemen, voordat een belangrijk deel van het Curaçaose culturele erfgoed verloren gaat.
„Ik zou zo graag zien dat jongeren belangstelling krijgen voor onze muziek en ervoor zorgen dat die blijft voortbestaan. We hebben een prachtige muzikale erfenis van de familie Palm en van al onze componisten. Die muziek mag niet verdwijnen”, zegt Morón. De bezorgdheid klinkt nadrukkelijk door in het gesprek met de musicus, die ondanks zijn hoge leeftijd nog altijd actief is als pianist, componist en pianodocent. Hij heeft meer dan tachtig eigen composities op zijn naam staan, ongeveer acht cd’s opgenomen en opgetreden op internationale podia. Op Curaçao geniet hij nog steeds een enorme bekendheid en populariteit.
Morón werd op 10 oktober 2026 geëerd door de Curaçaose overheid. Foto Extra
Op 10 oktober 2026, tijdens Dia di Pais Kòrsou, werd Morón door de Curaçaose overheid geëerd ter gelegenheid van zijn 85ste verjaardag en als erkenning voor zijn jarenlange verdiensten voor de Curaçaose muziek en cultuur. Voor de pianist is die waardering bijzonder, maar zijn grootste zorg ligt bij wat er na zijn generatie met de muziek zal gebeuren.
‘Voorgeprogrammeerde muziek heeft onze muziek gedegradeerd’
Morón neemt geen blad voor de mond wanneer hij spreekt over de ontwikkeling van de hedendaagse muziekwereld. Volgens hem is niet alleen de waardering voor goede muziek veranderd, maar ook de kwaliteit van composities en uitvoeringen. „Vroeger waardeerden mensen goede muziek. Tegenwoordig wordt bijna alles geaccepteerd. Een compositie met één of twee akkoorden kan al een enorme hit worden, ook wanneer er nauwelijks muzikale inhoud in zit.”
Hij herinnert zich een tijd waarin orkesten bestonden uit goed opgeleide musici die hun instrument beheersten en samen een volledig muzikaal arrangement uitvoerden. Die situatie is volgens hem drastisch veranderd. „Tegenwoordig is bijna alles geprogrammeerd. Je hoort een compleet orkest, maar in werkelijkheid zit er soms maar één persoon achter een apparaat. Dat heeft de muzikale waarde enorm achteruitgebracht.”
Morón wijst op optredens in onder meer Punda, waar volgens hem geregeld artiesten met een microfoon staan te zingen terwijl de muzikale begeleiding volledig uit een laptop komt. „Je hoort een heel orkest, maar er staat niemand te spelen. De muziek komt uit een computer. Dat is tegenwoordig normaal geworden.” Hij noemt de ontwikkeling een ernstige aantasting van het vakmanschap waarvoor generaties musici jarenlang hebben gestudeerd en geoefend.
Morón erkent dat economische omstandigheden een belangrijke rol spelen. Het inhuren van een volledig orkest is kostbaar geworden. Met een laptop of een ander elektronisch apparaat kan één persoon tegenwoordig de begeleiding van een hele band vervangen. „Alles is duurder geworden en orkesten kosten veel geld. Je stopt een stick in een apparaat en je hebt alle muziek die je nodig hebt. Mensen vinden dat prachtig, maar de muzikale kennis waarvoor wij hebben gestudeerd, telt daardoor steeds minder mee.”
Volgens hem is het probleem inmiddels zo diepgeworteld dat hij nauwelijks gelooft dat deze ontwikkeling nog kan worden teruggedraaid. „De technologie blijft zich ontwikkelen. Daardoor zijn steeds minder mensen bereid om zich echt te verdiepen in het leren en beheersen van muziek.”
Van rijke composities naar enkele akkoorden
De pianist betreurt vooral het verdwijnen van de muzikale rijkdom die vroeger kenmerkend was voor onder meer bolero’s, romantische ballades en traditionele Curaçaose composities. Hij verwijst naar de melodieën, harmonieën, arrangementen en teksten die deze muziek hun bijzondere karakter gaven. „Wanneer heb je voor het laatst een nieuwe, werkelijk mooie bolero gehoord? Dat is al heel lang geleden. Vroeger hadden composities inhoud, een prachtige melodie en een goed arrangement. Tegenwoordig hoor je vaak muziek die nauwelijks meer dan één of twee akkoorden bevat.”
Volgens Morón beperkt deze ontwikkeling zich niet tot Curaçao. Ook internationaal ziet hij een achteruitgang in de muzikale kwaliteit. Zelf heeft hij altijd bewust gekozen voor het bespelen van echte instrumenten. Hoewel hij zowel klassieke als populaire muziek beheerst en uiteenlopende internationale muziekstijlen speelt, weigert hij de piano te vervangen door voorgeprogrammeerde begeleiding. Voor hem blijft het uitgangspunt eenvoudig: wie zich musicus noemt, moet zijn instrument kunnen bespelen.
Een muzikale loopbaan die op zesjarige leeftijd begon
De liefde voor muziek ontstond al vroeg in het leven van Norman Morón. Op zesjarige leeftijd begon hij met pianolessen. Zijn eerste leraar was meester Patrick, een goede vriend van zijn vader, die vrijwel dagelijks bij het gezin over de vloer kwam. „Hij was eigenlijk een tweede vader voor mij. Ik groeide met hem op en zo ontstond het idee dat ik pianolessen bij hem zou volgen.” Zijn vader zorgde ervoor dat er een piano in huis kwam. Zijn moeder speelde vervolgens een belangrijke rol in zijn muzikale ontwikkeling. „Mijn moeder stimuleerde mij enorm. Zij stond erop dat ik iedere dag oefende.” Die discipline legde de basis voor een uitzonderlijk lange muzikale carrière.
„Ik wil dat jongeren onze muziek levend houden. Onze Curaçaose muziek mag niet sterven.” Foto’s Dulce Koopman
Al op negenjarige leeftijd trad Morón op voor de radio. Televisie bestond destijds nog niet op Curaçao en radiostations als CUROM en Radio Hoyer waren belangrijke podia voor lokaal talent. Bij Radio Hoyer presenteerden Jacho Hoyer en Eithel Hernandez het programma Un bista riba nos estreyanan, waarin jonge artiesten de gelegenheid kregen zich aan het publiek te presenteren. „Iedere zondag ging ik daar piano spelen. Radio Hoyer had een grote glazen etalage en mensen stonden buiten om te kijken naar wat er binnen gebeurde. Veel artiesten die later beroemd werden, zijn daar begonnen.”
Op veertienjarige leeftijd beroepsmusicus
In 1955, toen Morón veertien jaar oud was, werd hij gevraagd om pianist Daniel da Silva te vervangen bij het Portugese orkest Los Vagabundos del Ritmo. Daarmee begon zijn professionele loopbaan. Daarvoor had hij al af en toe meegespeeld met muzikale gezelschappen van zijn eerste pianoleraar Patrick. Met Los Vagabundos del Ritmo trad hij op in Hotel Piscadera, op de plek waar later het Hilton Hotel zou verrijzen. Het vormde het begin van een lange periode waarin Morón vrijwel alle belangrijke hotels van Curaçao muzikaal zou bedienen.
Toen Hotel Piscadera werd gesloten voor de bouw van het Hilton, verhuisde hij naar het hotel van Berend Hazeleger, op de locatie waar tegenwoordig Sunscape is gevestigd. Na de opening van het Hilton keerde hij terug. Daar speelde hij ongeveer veertien jaar onder contract. „Iedere avond waren er internationale shows. Ik verzorgde de dinermuziek, begeleidde artiesten en speelde dans- en entertainmentmuziek.” Ook het Holiday Beach Hotel, Hotel Plaza en de Kikini Bar behoorden tot zijn vaste speelplekken. Daarnaast trad hij op tijdens feesten, recepties en andere evenementen.
Zijn bekendheid bleef niet beperkt tot Curaçao. Morón kreeg talloze uitnodigingen voor internationale optredens, onder meer in Nederland, Duitsland, Miami, New York, Atlanta in de Amerikaanse staat Georgia, de Dominicaanse Republiek, Trinidad, Venezuela, Panama en Costa Rica. Ook trad hij op in Disney World in Orlando.
Veertig jaar verzekeringswereld, een leven lang muziek
Opmerkelijk is dat Morón zijn muzikale carrière jarenlang combineerde met een volledige baan in de verzekeringswereld. In 1960 begon hij in deze sector te werken en in 1963 trad hij in dienst bij Fatum, nu Guardian Group Fatum. Daar bleef hij tot zijn pensionering in 2000. Overdag werkte hij in de verzekeringsbranche, terwijl hij ’s avonds als pianist optrad. Na zijn pensionering kreeg zijn muzikale loopbaan een nieuwe wending.
„Ik was nog geen week met pensioen toen de muziekschool mij benaderde.” Morón werd pianodocent aan de Academia di Música Edgar Palm van het Cultureel Centrum Curaçao. Hij bleef daar 23 jaar lesgeven. Daarna begon hij zelfstandig privélessen te verzorgen. Tot op de dag van vandaag geeft hij les aan zowel kinderen als volwassenen.
‘Muziek leren is meer dan toetsen indrukken’
Morón is een uitgesproken voorstander van gedegen muziekonderwijs. Wie bij hem pianoles volgt, moet niet alleen leren spelen, maar ook noten leren lezen. „Soms komen kinderen bij mij die een muziekstuk prachtig kunnen spelen. Maar wanneer ik hun dezelfde compositie op papier laat zien, begrijpen ze niet wat er staat.” Volgens hem is dat een belangrijk verschil tussen het uit het hoofd naspelen van muziek en het werkelijk beheersen van een instrument. „Je moet muziek kunnen lezen om haar goed te begrijpen en te spelen. Wie alleen op gehoor speelt, blijft volgens mij uiteindelijk beperkt in zijn ontwikkeling.”
Hij beschouwt de piano als een bijzonder compleet instrument, omdat melodie, harmonie en akkoorden erop samenkomen. „Met een piano kun je in je eentje een hele zaal vullen. Je kunt klassieke muziek spelen, jazz, salsa en allerlei andere muziekstijlen.” Opvallend genoeg merkt Morón dat de belangstelling voor pianolessen tegenwoordig relatief vaak van volwassenen komt. „Er zijn nog steeds kinderen die les willen volgen, maar ik merk dat vooral volwassenen sterk gemotiveerd zijn om muziek te leren.”
Muziekonderwijs op scholen vrijwel verdwenen
Een ander punt van grote zorg is het volgens Morón sterk teruggelopen muziekonderwijs op Curaçaose scholen. Hij herinnert zich een periode waarin kinderen veel meer mogelijkheden kregen om kennis te maken met muziek. „Vroeger kregen we op school veel meer muzikale vorming. Tegenwoordig is dat minimaal. Soms komt er één keer per week iemand iets over muziek vertellen, maar dat is veel te weinig.” Hij vindt dat muziekonderwijs opnieuw een vaste plaats moet krijgen binnen het onderwijs.
Daarbij kijkt hij naar landen als Venezuela en Colombia, waar volgens hem meer aandacht wordt besteed aan de muzikale opleiding van kinderen. Ook verwijst hij naar de mogelijkheden in Nederland en de Verenigde Staten. Volgens Morón is het ontbreken van voldoende muziekonderwijs niet alleen een cultureel probleem, maar ook een gemiste kans voor de ontwikkeling van kinderen. Hij is ervan overtuigd dat muziek discipline, concentratie en doorzettingsvermogen bevordert.
„Een kind dat met muziek bezig is, leert zich concentreren en zijn tijd goed te besteden. Muziek ontwikkelt het geheugen en de geest.” Ook voor ouderen ziet hij belangrijke voordelen. Hij gelooft dat actief musiceren helpt om het geheugen te blijven stimuleren. Zijn uitspraken over de invloed van muziek op de gezondheid en het voorkomen van geheugenproblemen zijn gebaseerd op zijn persoonlijke overtuiging en ervaringen. Morón benadrukt bovendien de verantwoordelijkheid van ouders. „Niet ieder kind heeft vanzelf de discipline om iedere dag te oefenen. Ouders moeten hun kinderen stimuleren. Tegenwoordig zijn er zoveel andere vormen van vermaak dat muziek gemakkelijk op de achtergrond raakt.”
‘Ik ben de laatste van mijn generatie’
Wanneer het gesprek terugkeert naar de toekomst van de Curaçaose muziek, wordt duidelijk hoe persoonlijk Morón deze kwestie raakt. Hij behoort tot een generatie pianisten en componisten die de traditionele Curaçaose muziek jarenlang op hoog niveau hebben uitgevoerd en uitgedragen. Veel van zijn tijdgenoten zijn inmiddels overleden. „Van die generatie ben ik de enige die nog over is. De meeste goede pianisten van vroeger zijn overleden. Ik zou zo graag zien dat jongeren het overnemen.” Daarbij denkt hij in het bijzonder aan het muzikale erfgoed van de familie Palm, waaronder componisten als Edgar Palm en Albert Palm.
Hun composities vormen volgens Morón een onmisbaar onderdeel van de Curaçaose culturele identiteit. Ook zijn eigen werk wil hij voor toekomstige generaties behouden. „Ik heb zelf meer dan tachtig composities geschreven. Ik wil dat die muziek blijft bestaan. Niet alleen mijn muziek, maar ook die van alle grote Curaçaose componisten.” Hij begeleidt momenteel twee jonge pianisten die volgens hem belangstelling tonen voor deze muzikale traditie. „Er zijn twee jongeren met wie ik bezig ben, maar ze zijn nog niet helemaal klaar.” Juist daarom vindt hij het belangrijk dat de overdracht van kennis niet afhankelijk blijft van enkele individuele musici.
Overheid moet investeren in muzikale toekomst
Morón pleit voor een veel grotere rol van de overheid bij het beschermen en ontwikkelen van het muzikale erfgoed. Hij droomt van een Curaçao waar jongeren de mogelijkheid krijgen om zich op hoog niveau muzikaal te ontwikkelen en waar uiteindelijk zelfs een eigen symfonieorkest kan ontstaan. Eén van de mooiste ervaringen uit zijn carrière was een optreden in Nederland met het Metropole Orkest, waarbij Curaçaose muziek in een groots symfonisch arrangement werd uitgevoerd. „Het is bijna niet te beschrijven hoe mooi het is wanneer je Curaçaose muziek hoort, uitgevoerd door een groot orkest met ongeveer 125 musici.” Volgens hem laat zo’n uitvoering zien welke muzikale rijkdom Curaçao bezit.
Maar om dat niveau ook op het eiland te bereiken, zijn investeringen nodig. „We hebben een overheid nodig die grote muziekscholen mogelijk maakt en ervoor zorgt dat kinderen goed muziekonderwijs krijgen.” Hij vindt het zorgwekkend wanneer muziekinstellingen door financiële problemen niet optimaal kunnen functioneren. Ook plaatst hij de achteruitgang van het muziekonderwijs in een bredere context van zorgen over de kwaliteit van het onderwijs op Curaçao. „Ons onderwijs behoorde vroeger tot de beste. Nu zie je op verschillende gebieden achteruitgang. Muziekonderwijs zou juist een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van onze kinderen moeten zijn.” Voor Morón gaat het niet uitsluitend om het opleiden van professionele musici. Het gaat om het behoud van een culturele traditie die volgens hem niet verloren mag gaan.
Muzikale erfenis vastgelegd in boeken en op cd
Morón heeft zelf maatregelen genomen om zijn muzikale nalatenschap toegankelijk te maken voor nieuwe generaties. Hij schreef twee boeken, waaronder Compositions, Biography & More, waarin zijn composities zijn gebundeld. Met deze uitgave wil hij ervoor zorgen dat jonge pianisten zijn muziek kunnen bestuderen, begrijpen en uitvoeren. In het voorwoord wijst hij onder meer op de bijzondere ritmische kenmerken van de Curaçaose wals. Volgens Morón zijn er bekwame pianisten die proberen deze muziek te spelen, maar niet altijd voldoende begrip hebben van de syncopen en de specifieke ritmische en harmonische structuur. Juist die kenmerken geven de Curaçaose wals haar eigen karakter.
Naast zijn boeken heeft Morón ongeveer acht cd’s opgenomen. Tot zijn latere composities behoren Shon Annie, een eerbetoon aan zijn moeder, en Princesa Máxima. Dat laatste werk componeerde hij ter gelegenheid van een bezoek van toenmalig prins Willem-Alexander en prinses Máxima aan Curaçao, begin deze eeuw. Speciaal voor die gelegenheid werd hem gevraagd een muziekstuk te schrijven. Hij componeerde een Curaçaose wals die tijdens het bezoek op cd aan Máxima werd aangeboden.
Erkenning voor een uitzonderlijke loopbaan
Gedurende zijn lange carrière ontving Morón verschillende blijken van waardering. Een bijzonder emotioneel moment was de ontvangst van de oorkonde van de Boeli van Leeuwenprijs in oktober 2019, een onderscheiding voor bijzondere prestaties op cultureel gebied. Ook zijn optreden in het Concertgebouw in Amsterdam behoort tot de absolute hoogtepunten van zijn muzikale leven. Tijdens dat concert met het Metropole Orkest werden onder meer composities van de familie Palm en van zijn goede vriend Rudy Plaate uitgevoerd. Morón beschouwt dat optreden als de grootste muzikale mijlpaal uit zijn carrière.
Ondanks zijn indrukwekkende staat van dienst en zijn hoge leeftijd staat de pianist nog altijd midden in het leven. Buiten de muziek geniet hij van varen in de wateren rond Curaçao en van het rijden in zijn klassieke auto’s. Zijn naam is bij verschillende generaties Curaçaoënaars bekend. Zijn optredens, composities en jarenlange aanwezigheid in de hotel- en entertainmentwereld hebben hem tot een vertrouwd gezicht in het culturele leven gemaakt.
‘Onze muziek mag niet sterven’
Toch is het niet zijn eigen roem of zijn indrukwekkende carrière die Morón het meest bezighoudt. Zijn grootste wens is dat de muziek waaraan hij zijn leven heeft gewijd, ook na hem blijft klinken. Hij beseft dat de wereld verandert en dat moderne technologie niet meer uit de muziekwereld zal verdwijnen. Maar hij weigert te accepteren dat daarmee ook de kennis, de kwaliteit en de eigenheid van de Curaçaose muziek verloren moeten gaan. Voor hem ligt de verantwoordelijkheid bij de nieuwe generatie, gesteund door ouders, muziekdocenten en de overheid. „Ik wil jongeren zien opstaan die onze muziek overnemen. De muziek van Edgar Palm, Albert Palm en al onze grote componisten moet blijven bestaan.”
De 85-jarige pianist weet als geen ander hoe kwetsbaar die overdracht is geworden. Als laatste vertegenwoordiger van zijn generatie heeft hij een groot deel van de Curaçaose muziekgeschiedenis zelf meegemaakt. Zijn boodschap is daarom niet alleen die van een musicus die terugkijkt op een rijk verleden, maar vooral van een man die vreest voor wat er verloren kan gaan.


