Jongeren en vuurwapens: de vraag die Bonaire niet kan blijven ontwijken

Op Bonaire viel in de nacht van 8 juni 2025  het fatale schot dat een einde maakte aan het leven van de 15-jarige Clayshenou Domacassé. De schietpartij veroorzaakte een schokgolf over het eiland. Er volgde een grootschalig onderzoek, aanhoudingen, het volk was in shock en er was de belofte dat hard zou worden opgetreden tegen vuurwapengeweld.

Nu ruim een jaar later komt komende week de strafzaak Galápagos voor de rechter. Maar een ongemakkelijke vraag blijft boven Bonaire hangen: hoe komen jongeren hier zo gemakkelijk aan vuurwapens?

Het Openbaar Ministerie (OM) wil niet zeggen via welke smokkelroutes vuurwapens Bonaire binnenkomen. Dat zou volgens het OM gevolgen kunnen hebben.Wat het wel kwijt wil, is veelzeggend: jongeren kunnen volgens het OM relatief gemakkelijk aan vuurwapens komen. Soms zelf, maar ook via volwassenen die toegang hebben tot wapens en die betrokken zijn bij het dragen ervan.

Geen schatting van de politie

Hoeveel illegale vuurwapens nog op Bonaire circuleren, weet niemand precies. Ook de politie kan daar geen schatting van geven. De wapens zijn niet geregistreerd en worden vaak verborgen gehouden. Informatie uit onderzoeken, inbeslagnames en meldingen geeft de politie wel zicht op het probleem, maar niet op de omvang ervan.

Eén ding staat vast: Bonaire produceert zelf geen vuurwapens. De wapens die op het eiland terechtkomen, komen dus van buiten. Waar en hoe ze binnenkomen, blijft grotendeels buiten beeld.

‘Waarom heeft een jongere überhaupt een wapen nodig?’

Voor advocaat Marga van Lieshout is dat een minstens zo belangrijke vraag als waar de wapens vandaan komen. In haar dagelijkse praktijk ziet zij strafzaken waarin vuurwapens een rol spelen. De zaak rond Domacassé confronteert haar opnieuw met de ernst van het probleem.

Is het angst? Bescherming? Status? Groepsdruk? Of ontstaat er een situatie waarin jongeren weten of vermoeden dat anderen gewapend zijn en daarom zelf ook een wapen willen dragen?

Van Lieshout zegt eerlijk dat zij het antwoord niet heeft. Juist daarom waarschuwt zij ervoor om te doen alsof de samenleving het probleem al begrijpt zonder daadwerkelijk met jongeren te praten.

Na de schietpartij werd niet alleen een groot onderzoek gestart. Er kwam ook een mogelijkheid om vuurwapens in te leveren zonder dat daar vragen over werden gesteld. De respons vanuit de gemeenschap bleef beperkt; in totaal werden twee vuurwapens, een zwaard en twee stukken explosief materiaal ingeleverd.

Dat is volgens Van Lieshout één van de meest verontrustende signalen. Waarom worden wapens niet ingeleverd? Is er angst, wantrouwen? Of is het bezit van een vuurwapen binnen bepaalde groepen zo normaal geworden dat het gevaar ervan anders wordt ervaren?

‘Iedereen loopt tegenwoordig met een wapen’

Een alleenstaande moeder, die anoniem wil blijven maar wel bekend is bij de redactie, kent de werkelijkheid van dichtbij. Haar 19-jarige zoon werd enkele maanden geleden veroordeeld voor vuurwapenbezit. “Tegenwoordig lopen veel jongeren met een wapen. Ik weet dat het niet goed is, maar wat moet hij dan doen? Zich laten doodschieten? Beter opgesloten dan begraven,” zegt ze.

Het is een uitspraak die laat zien hoe diep de angst kan zitten. Een vuurwapen wordt niet alleen gezien als een middel om geweld te plegen, maar ook als bescherming tegen geweld.

Daarmee ontstaat een gevaarlijke cirkel: als jongeren denken dat anderen gewapend zijn, kan het dragen van een eigen wapen voor hen steeds logischer lijken. Wat bedoeld is als bescherming, vergroot vervolgens juist de onveiligheid.

Te laat als de jongere voor de rechter staat

Het strafrecht blijft noodzakelijk, benadrukt Van Lieshout. Illegaal vuurwapenbezit moet worden aangepakt en wie met een wapen een strafbaar feit pleegt, moet daarvoor verantwoordelijk worden gehouden, vindt ze.

Maar alleen in de rechtszaal wordt het probleem niet opgelost. “We moeten met jongeren praten voordat wij tegenover hen staan in een rechtszaal,” is haar boodschap. Luisteren voordat een politieonderzoek vertelt wat er is misgegaan. Begrijpen waarom een jongere denkt dat een vuurwapen veiligheid, bescherming of aanzien geeft voordat datzelfde wapen een leven verwoest.

De politie zegt hetzelfde vanuit een andere hoek: jeugdcriminaliteit is een belangrijk aandachtspunt, maar de politie kan het probleem niet alleen oplossen. Preventie en het aanpakken van de oorzaken vragen samenwerking met onderwijs, zorg, justitie en de gemeenschap.

Van Lieshout: “Achter ieder strafdossier zitten immers geen papieren personen. Daar zitten jongeren achter, slachtoffers en verdachten, maar ook ouders, broers, zussen en andere familieleden. Eén moment kan meer levens voorgoed veranderen.” Volgende week staat de dood van Domacassé centraal in de rechtbank. Maar voor Bonaire ligt de grotere vraag daarbuiten. Waarom voelt een jongere zich hier kennelijk veiliger mét een vuurwapen dan zonder?

Zolang die vraag onbeantwoord blijft, is een veroordeling hooguit het einde van één strafzaak. Niet het einde van het probleem.