Tussen heimwee en horizon: de zussen Divaney en Dianthy keren ook zeker terug naar Curaçao

Kandidaat-notaris  Katherine Filesia is uitgesproken: jonge afgestudeerden moeten niet bang zijn om naar hun geboorteland terug te keren, maar de uitdaging met vol vertrouwen aangaan. Zij is hiervan een levend voorbeeld, door haar zekerheid in Nederland achter te laten en een nieuw begin te starten op Curacao (zie het artikel dat is geplaatst op 7 augustus 2026). Maar is dit even gemakkelijk voor iedereen? Het Caribisch Netwerk sprak  met twee Curaçaose studenten die tijdens hun vakantie terug waren op het eiland. Wat betekent ‘thuis’ voor hen, nu hun leven zich grotendeels in Nederland afspeelt? En hoe realistisch is een terugkeer na het afstuderen?

De zussen Divaney (22) en Dianthy (25) Boeldak staan op een kruispunt: beiden studeren in Nederland, beiden voelen een sterke band met Curaçao, maar hun route terug is niet identiek.

Studeren ver van huis, met Curaçao in het hart

Divaney en Dianthy groeiden samen op Curaçao op met één duidelijke boodschap van hun ouders: studeren was geen optie, maar een vanzelfsprekendheid. Dat studeren buiten Curaçao zou plaatsvinden, werd al vroeg ingeprent. “Vanaf kleins af wisten we: we gaan weg om te studeren,” vertellen ze eensgezind. Toch bleef de band met het eiland altijd intact.

Divaney studeert momenteel rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Utrecht en zit in het derde jaar van haar bachelor. Als alles volgens plan verloopt, studeert zij dit jaar af. Haar oudere zus Dianthy is bezig met haar master business administration, met als specialisatie management consultancy, na eerder international business te hebben gestudeerd.

December op Curaçao: noodzaak en rustpunt

Voor beide zussen is de terugkeer naar Curaçao meer dan een vakantie. Voor Divaney is het zelfs een noodzaak. “Het leven in Nederland is zo hectisch en druk. Als ik niet naar Curaçao zou komen, zou ik me echt een beetje depressief voelen. Ik heb die rust nodig om weer verder te kunnen.”

Dianthy beschrijft het als een resetmoment: “Het is een rustpunt om de rest van het jaar goed te starten.” Tegelijkertijd beseft Divaney dat deze jaarlijkse terugkeer een privilege is. “De tickets zijn duur en ik kan alleen komen dankzij de steun van mijn ouders. Niet iedere student kan dat.”

Beiden vinden daarom dat er structureel iets geregeld moet worden voor studenten. Dianthy wijst op vroegere studentenkortingen van luchtvaartmaatschappijen. “Die kwamen vaak pas eind november. Dat is eigenlijk te laat.” Divaney is stellig: “Studenten zouden elk jaar standaard korting moeten krijgen, desnoods onder strenge voorwaarden. We willen gewoon even tijdens de Kerstvakantie ook naar huis kunnen.”

Leven met een ‘masker’

Wat ze het meest missen aan Curaçao, hoeven ze niet lang te overdenken. Voor Dianthy zijn dat het weerde warmte van de mensen en de cultuur. “In Nederland voelt het alsof ik elke dag een masker opdoe. De hele dag Engels of Nederlands praten, je aanpassen. Pas als ik thuiskom en Papiaments spreek met mijn moeder of vrienden, voel ik opluchting. Dan ben ik mezelf.”

Haar cultuurschok bij aankomst in Nederland was groot. “Mensen zijn kouder, alles gaat gehaast.” Hoewel ze geen discriminatie ervoer op haar studie, mede door de internationale samenstelling, kreeg ze op haar werk wel te maken met vervelende opmerkingen. Tegelijk ontstond er juist een sterke band tussen de internationale studenten onderling.

Divaney herkent dat ‘masker’, maar haar ervaring was zwaarder. Haar rechtenstudie in Nijmegen bleek een harde start. “Ik was de enige die niet in Nederland was opgegroeid. Ik voelde me niet geaccepteerd, er was subtiele discriminatie en ik voelde me buitengesloten.” Door die moeilijke omstandigheden haalde ze haar eerste jaar niet. “Dat was echt zwaar.” Met onvoorwaardelijke steun van haar zus, broer en ouders hield ze vol. De overstap naar de Universiteit Utrecht bleek een keerpunt. “Daar vond ik mijn plek. Nu sta ik bijna aan de finish.”

Wat ze níét missen aan Curaçao

Hoewel de heimwee groot is, zijn de zussen ook kritisch over hun eiland. Divaney noemt de gesloten en conservatieve mentaliteit. “Er rust een taboe op veel onderwerpen. Ik hoop echt dat dit verandert met de jongere generaties.” Dianthy vult aan dat de organisatie op Curaçao vaak te wensen overlaat. “Mensen komen te laat, afspraken lopen uit, je staat lang in de rij terwijl je een afspraak hebt.”

Nederland heeft haar in dat opzicht ‘opener’ gemaakt. “Sommige dingen vallen dan tegen als je terug bent.” Tegelijkertijd benadrukt ze dat de kwaliteit van leven op Curaçao beter is. “Er moet een balans worden gevonden.”

Terugkeren na de studie: dezelfde wens, andere route

Beide zussen willen terugkeren naar Curaçao, maar de timing en aanpak verschillen. Divaney heeft bewust gekozen voor notarieel recht. “Er is veel vraag naar notarissen op Curaçao. Ik weet dat ik daar werk zal vinden.” Toch wil ze niet hals over kop terug. “Ik kan niet met lege handen komen. In Nederland is alles beter geregeld: reiskostenvergoeding, hulp van overheid of werkgever. Ik wil zelfstandig wonen, niet weer bij mijn ouders.”

Is ze niet bang het moment te missen? “Als je jezelf een duidelijke tijdslimiet geeft, bijvoorbeeld twee jaar, dan mis je je kans niet. Dianthy heeft al ervaren hoe moeilijk het kan zijn om als jonge afgestudeerde voet aan de grond te krijgen. Tijdens haar afstudeerstage bij Curiol voelde ze hoe het was om fulltime op Curaçao te werken. “Ik vond het heel leuk.” Toch leidde het niet tot een vaste baan. Bij een ander bedrijf verliep het gesprek positief, maar na een assessment werd toch iemand anders gekozen. Later ontdekte ze dat beide kandidaten in de dertig waren en meer werkervaring hadden. “Toen realiseerde ik me: Curaçao staat nog niet echt open voor jonge afgestudeerden.”

Die ervaring bracht haar ertoe om haar master in Nederland te doen. “Ik wil met een sterkere basis terugkomen.” Maar twijfelen over terugkeer doet ze niet. “Je moet die stap durven maken. Als je in Nederland blijft, ga je sparen, comfortabel worden, en dan vertrek je nooit meer. Dat zie ik bij veel van onze mensen.”

In tegenstelling tot Divaney wil Dianthy haar opbouw direct op Curaçao beginnen. “Als je in Nederland een leven en gezin opbouwt, is het veel moeilijker om dat weer af te bouwen.”

Salarissen vergelijken? “Dat werkt niet”

Dianthy is duidelijk: salarissen in Nederland en Curaçao vergelijken, heeft geen zin. “Als je vierduizend euro in Nederland verdient, kun je niet verwachten dat je op Curaçao achtduizend gulden gaat verdienen. De levensstandaard is anders.”

Divaney vult aan: “Curaçao wil dat we direct na onze studie terugkomen om te helpen opbouwen, maar als we dat proberen, zijn we ‘nog niet goed genoeg’. Wat willen mensen dan?”

Familie als ankerpunt

Beiden hopen binnen vijf jaar definitief terug te zijn op Curaçao. Familie speelt daarin een doorslaggevende rol. Dianthy vertelt hoe dankbaar ze is dat ze tijdens haar stage en werkperiode op Curaçao nog veel tijd met haar oma kon doorbrengen, voordat die onverwachts overleed. “Dat heeft me doen beseffen hoe belangrijk het is om tussendoor terug te komen.”

Hun ouders steunen hen onvoorwaardelijk. “Waar we ook wonen en hoe lang ook,” zegt Divaney. Hun moeder moedigt hen zelfs aan om de wereld te ontdekken. Toch is zij ook een voorbeeld: zij keerde na haar studie in Nederland direct terug, bouwde een carrière op en stichtte een gezin. “Ze deed het voor haar ouders,” vertelt Divaney. “Om meer tijd met hen door te brengen.”

Terug voor cultuur, toekomst en kinderen

Voor Divaney zijn familie, baanzekerheid en cultuur de belangrijkste redenen om terug te keren. “Carnaval bijvoorbeeld. Dat moet je voelen, dat kan je niet op afstand beleven.” Ook Dianthy sluit zich daarbij aan. “Ik had een fantastische jeugd op Curaçao. Dat gun ik mijn kinderen ook. Opgroeien daar is echt anders dan in Nederland.”

Divaney ziet haar toekomst rooskleurig: “In mijn vakgebied is genoeg werk.” Voor Dianthy lag dat complexer. Haar eerdere specialisatie in Supply Chain Management sloot minder aan op de Curaçaose arbeidsmarkt. Met haar nieuwe focus op Management Consultancy ziet ze meer mogelijkheden. “Ik kan voor mezelf werken of bedrijven adviseren. Met mijn achtergrond moet het nu wel lukken.”

Toch blijft frustratie bestaan. Divaney vertelt hoe ze vorig jaar zomer geen enkele reactie kreeg op haar stagebrieven. “Dat vond ik echt sneu. Respectloos zelfs.” Inmiddels heeft ze wel contact met een ander bedrijf dat haar zowel een stageplek als een baan wil aanbieden.

Wat moet er veranderen?

De zussen zijn het eens over wat Curaçao nodig heeft om jongeren terug te halen: meer kansen voor afgestudeerden zonder jarenlange ervaring. Divaney pleit voor vertrouwen in jong talent. Dianthy gaat nog een stap verder: “Bedrijven en de overheid moeten verjongen.” Ze erkent dat dit gevoelig ligt, ook gezien de lange loopbaan van haar eigen moeder, maar benadrukt de noodzaak van vernieuwing. “Er moet een tussenweg komen. Jongeren brengen nieuwe ideeën en technologie mee.”

Het verhaal van Divaney en Dianthy laat zien hoe complex de keuze om terug te keren naar Curaçao kan zijn. Hun wens is gedeeld, hun pad verschilt. Tussen loyaliteit aan hun eiland en de realiteit van kansen, ervaring en inkomen, zoeken zij hun eigen balans. Eén ding staat vast: Curaçao leeft in hen, waar ze ook studeren. De vraag is niet óf ze terugkomen, maar wanneer, en of het eiland klaar is om hen echt te ontvangen.