Voormalig minister Otmar Oduber (POR) is in het hoger beroep van corruptiezaak Flamingo veroordeeld tot twee jaar celstraf. Ook mag hij vijf jaar niet als ambtenaar werken en wordt hij voor vijf jaar uitgesloten van het recht om zich verkiesbaar te stellen. De straf valt daarmee aanzienlijk zwaarder uit dan in eerste aanleg.
Volgens het Hof maakte Oduber zich als minister schuldig aan oplichting, omkoping en misbruik van zijn functie. Niet alle beschuldigingen werden bewezen: voor oplichting in de Malmok-zaak en passieve omkoping rond spookambtenaar G.L.T. is hij vrijgesproken.
In eerste aanleg werd Oduber vorig jaar veroordeeld tot een jaar celstraf, waarvan 319 dagen voorwaardelijk, en 240 uur taakstraf. Dat betekende dat hij na aftrek van zijn voorarrest niet opnieuw de gevangenis in hoefde. Het Hof kiest nu wel voor een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Tijdens de uitspraak, die donderdag via een videoverbinding werd gedaan, lichtte de raadsheer toe waarom het Hof tot een zwaardere straf komt. Het Hof rekent het Oduber zwaar aan dat hij zich als minister mengde in besluitvorming en politieke medestanders bevoordeelde. Daarmee heeft hij volgens de rechters de integriteit van het ministeriële ambt ernstig ondermijnd. “Corruptie is onaanvaardbaar en leidt tot strenge bestraffing”, benadrukte het Hof.
Wel of geen eerlijk proces
De verdediging stelde in hoger beroep dat tijdens het onderzoek en de strafzaak meer fouten waren gemaakt en dat Oduber daardoor geen eerlijk proces had gekregen. De advocaten vroegen het Hof daarom om het Openbaar Ministerie van Aruba (OM) niet-ontvankelijk te verklaren, waardoor de vervolging van Oduber zou stoppen. Als het Hof daar niet in meeging, wilden zij dat een deel van het bewijs niet zou worden gebruikt.
Het Hof wees die bezwaren af en verklaarde het OM wel ontvankelijk. Volgens het Hof waren er geen schendingen die zo ernstig waren dat niet meer van een eerlijk proces kon worden gesproken. “Het Openbaar Ministerie wordt ontvankelijk verklaard. En dat is dus niet zoals gevraagd is”, vatte het Hof dit tijdens de uitspraak samen.
Spookambtenaren
Eén van de onderdelen waarvoor Oduber wordt veroordeeld betreft de zogenoemde spookambtenaren. G.L.T. en L.B.P. kregen een arbeidsovereenkomst met het land Aruba, terwijl zij volgens het Hof in werkelijkheid niet het werk verrichtten waarvoor zij door de overheid werden betaald.
Oduber heeft aangevoerd dat politieke benoemingen onderdeel zijn van de Arubaanse bestuurspraktijk. Het Hof maakt in het vonnis duidelijk dat politieke benoemingen op zichzelf niet het probleem zijn. Ministers hebben binnen de regels ruimte om vertrouwenspersonen aan te stellen. Maar die vrijheid heeft volgens het Hof een grens. “De bestuurlijke vrijheid om vertrouwenspersonen te benoemen, strekt niet zover dat daarmee onder het mom van een dienstbetrekking salarissen uit landsmiddelen kunnen worden betaald zonder dat de overeengekomen werkzaamheden worden verricht.”
Het Hof acht daarom oplichting van het land bewezen. Van omkoping rond G.L.T. wordt Oduber vrijgesproken, omdat niet bewezen kon worden dat zijn aanstelling in ruil was voor een tegenprestatie.
‘Voor wat hoort wat’
Een ander belangrijk onderdeel van de veroordeling gaat over mensen die campagne voerden voor Oduber en zijn toenmalige partij POR en vervolgens hulp kregen bij het vinden van werk. Daarbij speelde medeverdachte Aisha Esser een belangrijke rol. Zij werkte op het bureau van Oduber en hield onder meer bij welke mensen geholpen moesten worden. Uit haar verklaringen, administratie en WhatsAppberichten leidt het Hof af dat campagnevoerders van POR en Oduber een andere positie hadden dan andere burgers die om hulp vroegen.
Esser verklaarde dat zij vooral mensen uit het lagere kader hielp die Oduber tijdens de campagne hadden geholpen. Volgens haar had Oduber een eigen lijst van mensen die werk nodig hadden en had hij vaker geregeld dat mensen op bepaalde plekken een functie kregen.
In het zaaksdossier worden lijsten genoemd met omschrijvingen als ‘nos hendenan en votadornan’ (onze mensen en kiezers ) en ‘Team campagne partij POR 2021, team Aisha’. Ook verwijst het Hof naar WhatsAppgesprekken waarin Oduber zelf spreekt over ‘onze mensen’.
In een gesprek over werknemers bij Serlimar zegt Oduber volgens het vonnis dat mensen worden ontslagen ‘die ons kunnen helpen’. Wanneer toenmalig minister Marisol Lopez-Tromp (POR) zegt dat zij niet achter ‘onze mensen’ aangaat en ze niet allemaal kent, antwoordt Oduber: “Wel! En het zijn onze mensen. Het zijn POR-mensen.” Tijdens de uitspraak haalde de rechter ook een getuigenverklaring aan waarin over de relatie tussen politieke steun en de geboden hulp werd gezegd: ‘Voor wat hoort wat’.
Het Hof acht bewezen dat Esser en Oduber zich daadwerkelijk hebben ingespannen om een aantal campagnevoerders aan werk te helpen. Esser verklaarde dat zij samen met Oduber naar schatting twaalf tot vijftien mensen aan een baan heeft geholpen. Voor vier personen acht het Hof ook bewezen dat politieke steun of campagnewerk daar als tegenprestatie tegenover stond. Drie van hen kregen een baan bij Serlimar en één bij Dienst Openbare Werken (DOW). Esser hield contact met de betrokkenen, hielp onder meer bij sollicitatiebrieven en bracht mensen onder de aandacht van Oduber.
Het Hof benadrukt dat ‘burgers erop moeten kunnen vertrouwen dat ambtenaren integer handelen en hun beslissingen niet laten beïnvloeden door persoonlijke belangen of politieke voorkeuren’. Door politieke medestanders een voorkeursbehandeling te geven, hebben Oduber en Esser volgens het Hof dat vertrouwen geschaad.
Oduber ontkent dat hij banen aan mensen heeft beloofd of dat politieke kleur een rol speelde bij benoemingen. Volgens hem ging het om mensen die hij vertrouwde en werden de normale procedures gevolgd. Het Hof volgt hem daarin niet. Volgens de raadsheren werd door het handelen van Oduber en Esser ook de noodzakelijke scheiding tussen politiek en overheid aangetast.
Esser, die in eerste aanleg nog volledig was vrijgesproken, is in hoger beroep veroordeeld tot 240 uur taakstraf voor passieve omkoping en misbruik van haar functie. Zij was vanwege een verblijf in Colombia niet bij de uitspraak aanwezig en werd vertegenwoordigd door advocaat Desiree Croes.
Malmok
In de Malmok-zaak wordt Oduber vrijgesproken van oplichting. Wel maakte hij volgens het Hof misbruik van zijn functie door zich te mengen in de uitgifte van overheidsterreinen ten gunste van bepaalde personen. Voormalig ambtenaar bij Directie Infrastructuur en Planning (DIP), Richenella Wever, is veroordeeld voor valsheid in geschrifte, maar krijgt geen straf opgelegd.
Waarom twee jaar cel
Bij het bepalen van de straf houdt het Hof in het voordeel van Oduber rekening met het feit dat de strafbare feiten inmiddels langere tijd geleden zijn gepleegd en dat hij jarenlang onderdeel is geweest van wat het Hof een ‘massieve publiciteitsstroom’ noemt. Maar dat weegt volgens de rechters niet op tegen de ernst van de bewezen feiten. Daarom kan volgens het Hof niet worden volstaan met een lichtere straf dan ‘een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur’.
Oduber reageert later alsnog
Oduber zelf wilde direct na de uitspraak niet reageren op vragen van de pers. Dat was anders dan tijdens eerdere zittingsdagen in de Flamingo-zaak, toen hij na afloop wel met journalisten sprak. Na de behandeling van het hoger beroep in juni zei hij nog dat hij de uitspraak met vertrouwen tegemoetzag.
Otmar Oduber vertrekt direct na de uitspraak van het hoger beroep (Foto’s Melissa Stamper)
Advocaat Vito Carlo staat pers te woord namens zijn cliënt Otmar Oduber.
Advocaat Vito Carlo zei na afloop dat de verdediging teleurgesteld is. Volgens hem had de verdediging volledig ingezet op het niet-ontvankelijk verklaren van het OM. Op de vraag hoe Oduber zelf op de uitspraak reageerde, gaf Carlo geen direct antwoord. Hij zei eerst het schriftelijke vonnis te willen bestuderen en dit met Oduber te bespreken voordat over een volgende stap zou worden besloten.
Maandag reageerde Oduber tijdens een aparte persconferentie op de uitspraak. Hij zei het niet eens te zijn met de veroordeling en noemde het ‘oneerlijk’ dat zijn bemoeienis met mensen die hulp zochten bij het vinden van werk hem strafrechtelijk wordt aangerekend. Volgens Oduber hielp hij als minister honderden mensen door naar hun problemen te luisteren, zaken op te volgen en namen door te sturen om voor functies te worden overwogen.
Ook bekritiseerde Oduber de manier waarop volgens hem naar de Arubaanse politieke en bestuurlijke praktijk wordt gekeken. Hij vindt dat een minister beslissingen moet kunnen nemen en mensen moet kunnen helpen. Daarnaast stelde hij dat Arubaanse politici niet dezelfde rechtsbescherming hebben als politici in Nederland en sprak hij van ‘twee maten en twee gewichten’ binnen het koninkrijk.
Of Oduber in cassatie gaat, is nog niet duidelijk. Hij zei maandag de uitspraak en de gevolgde procedure nog te evalueren voordat hij daarover een beslissing neemt. Hij heeft daarvoor twee weken de tijd.

