De Curaçaose activist Marlon Regales maakt zich zorgen om de militarisering van het Caribisch gebied. Om de bevolking van het eiland hiervan bewust te maken, begon hij afgelopen week een handtekeningenactie. Hij nodigde de hele bevolking van Curaçao uit op het Wilhelminaplein om de petitie te ondertekenen, daar werd niet massaal op gereageerd.
Van onze redactie
In een brief op Facebook schrijft hij: “Aan onze buren, onze leiders en de bredere gemeenschap van het Koninkrijk der Nederlanden: Wij schrijven u vandaag met een bezwaard hart en een vastberaden houding. Recente berichten die erop wijzen dat op koninkrijksniveau een militaire dienstplicht zou worden ingevoerd, zonder overleg, transparantie of instemming van onze bevolking, hebben ons vertrouwen geschaad en ernstige zorgen gewekt op Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Sint Eustatius.”
Een erfenis van mentale veerkracht
Volgens Regales zijn ‘wij, de bevolking van het Caribisch deel van het koninkrijk, ondanks de ingrijpende gevolgen voor alle landen en gebieden binnen het koninkrijk nooit geïnformeerd, geraadpleegd of om toestemming gevraagd.’ Hij doet zijn uitspraken ‘als burger, maar ook als ouder, grootouder, belangenbehartiger en als vertegenwoordiger van de kinderen van de eilanden die zij hun thuis noemen’. Hij staat, zo zegt hij, geworteld in een erfenis van mentale veerkracht en zal niet toestaan dat over hun toekomst wordt beslist zonder hun aanwezigheid.
Marlon Regales
Waar baseert Regales zich op?
In de Afsprakenlijst Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO) dat van 19 tot en met 21 februari werd gehouden in Aruba staat onder het kopje ‘Geopolitieke situatie koninkrijk’ het volgende: ‘In het afgelopen half jaar is sprake geweest van een toenemende onrust in de regio: aanvallen door de VS op vermeende drugstransporten over zee en de arrestatie van Maduro in Venezuela op 3 januari 2026. De situatie in Venezuela is momenteel onzeker te noemen. Om het Caribisch deel van het koninkrijk in de toekomst beter tegen mogelijke vijandelijkheden te beschermen, moet de territoriale verdediging op de eilanden worden versterkt, inclusief de aanwas van menskracht. Dat geldt ook voor Caribische Militairen (CARMIL), onder te verdelen in ARUMIL en CURMIL. Deze groep wordt doorontwikkeld tot een lichte infanterie-eenheid op compagnieniveau en er wordt gewerkt aan hun verdere inzetgereedheid.’
Het Caribisch Netwerk vroeg bij de regering in Nederland na wat dit precies betekent en kreeg het volgende antwoord: ‘Op dit moment vervult de CARMIL de bewakingstaak uit van de militaire kazernes en staat ter beschikking voor het verlenen van bijstand en hulpverlening aan de civiele autoriteiten in het Caribisch deel van het koninkrijk. Wegens de verandering in de geopolitieke situatie is het voornemen en de ambitie ontstaan om de CARMIL door te ontwikkelen en te moderniseren, tot een volwaardige lichte infanterie-eenheid die inzetbaar is ter ondersteuning van de uitvoering van de hoofdtaken van de krijgsmacht. Meer dan voorheen ligt de focus voor de krijgsmacht op de eerste hoofdtaak: het beschermen van het eigen grondgebied. De professionalisering van de CARMIL sluit hier naadloos op aan en daar wordt al aan gewerkt door de benodigde opleidingen en trainingen onder bevel van de krijgsmacht in het Caribisch deel van het koninkrijk. Daarnaast blijft de CARMIL onverminderd oefenen en trainen voor inzet binnen de derde hoofdtaak: het verlenen van bijstand en hulpverlening aan de lokale autoriteiten.’
Plaatsen van vrede
Hoewel er in de plannen van de Nederlandse regering niet wordt gesproken over het opnieuw invoeren van de dienstplicht, ziet Regales in de plannen een gevaarlijke ontwikkeling. Hij zegt ‘onze eilanden zijn altijd plaatsen van vrede geweest. Plaatsen waar de zee geduld leert, waar de cultuur trots bijbrengt en waar de gemeenschap zorg voor elkaar centraal stelt. Militarisme heeft nooit deel uitgemaakt van onze identiteit en wij wijzen iedere poging af om dit aan ons op te leggen. Onze kinderen, en wijzelf, mogen niet worden gebruikt als instrumenten voor de geopolitieke ambities van anderen of worden meegesleept in conflicten die niet de onze zijn.’
“Onze kinderen zijn geen oorlogsinstrumenten. Onze gemeenschappen zijn geen gebieden die gemilitariseerd moeten worden.” Daarom spreekt Marlon Regales zich uit. “Wij accepteren niet dat er over ons wordt beslist zonder ons. Wij accepteren geen besluiten die achter gesloten deuren worden genomen. Wij accepteren niet dat onze autonomie wordt uitgehold.”
