Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft de veroordeling van voormalig POR-parlementariër Alan Howell wegens verduistering van fractiegelden en valsheid in geschrifte grotendeels in stand gelaten. Het Hof verlaagde de gevangenisstraf wel met één maand vanwege de lange duur van de strafprocedure. Howell kreeg daardoor een celstraf van 23 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Direct na de uitspraak kondigde Howell aan in cassatie te gaan bij de Hoge Raad.
De uitspraak zelf duurde slechts enkele minuten. De voorzitter maakte duidelijk dat het Hof zich grotendeels aansluit bij het vonnis van de rechtbank. De enige inhoudelijke wijziging betreft de straf. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn werd één maand in mindering gebracht op het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf. Daarbij wordt ook het voorarrest verrekend. Ook de geldboete van 35.000 Arubaanse florin bleef in stand. Volgens het Hof is de redelijke termijn overschreden. Die vertraging is deels ontstaan doordat Howell tijdens de procedure van advocaat wisselde, maar ook door de planning en roostering van het Hof. Daarom werd de onvoorwaardelijke gevangenisstraf met één maand verminderd.
Niet-ontvankelijk
Tijdens de behandeling in hoger beroep voerde de verdediging aan dat het Openbaar Ministerie van Aruba (OM) niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Volgens advocaat Artoir Herrera rammelde de chronologie van het onderzoek, onder meer rond de melding van de Financial Intelligence Unit (FIU) over ongebruikelijke financiële transacties, de opdracht van de procureur-generaal en het proces-verbaal waarin Howell als verdachte werd aangemerkt.
Het Hof ging ook in op de aanvullende verklaringen van Thomas, Howells broer en zijn stiefmoeder. Volgens de verdediging moesten die verklaringen aantonen dat verschillende betalingen betrekking hadden op voorgeschoten kosten en dat de uitgaven rechtmatig waren. Maar het Hof zag daarin geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank.
Sterke verdediging
Advocaat Artoir Herrera volgde de uitspraak vanuit Curaçao, terwijl Howell via een Zoom-verbinding aanwezig was bij het Hof in Aruba. Tegenover het Caribisch Netwerk zei Herrera verrast te zijn dat het Hof het eerste vonnis vrijwel volledig heeft overgenomen. “Ik kan het eerlijk gezegd nog steeds niet geloven. We hebben een sterke verdediging gevoerd en het Hof gaf zelf aan twee extra weken nodig te hebben om onze argumenten te bestuderen. Dan verwacht je dat je op zijn minst op een aantal punten gelijk krijgt.” Herrera zei eerst de uitspraak inhoudelijk met Howell te willen bespreken voordat hij uitgebreider op het vonnis reageert.
Howell liet na afloop van de zitting aan het Caribisch Netwerk weten dat de verdediging donderdag, een dag na de uitspraak, in cassatie zou gaan bij de Hoge Raad. Volgens hem was die stap al voorbereid voor het geval het Hof de veroordeling zou handhaven. Bij een cassatieberoep controleert de Hoge Raad of de procedure door de ‘feitenrechter’, dus de rechtbank en het gerechtshof, goed zijn gevolgd. De Hoge Raad gaat uit van de feiten, zoals die bij de rechtbank en het gerechtshof zijn gepresenteerd. De Hoge Raad kijkt dus niet opnieuw naar bijvoorbeeld bewijzen en getuigenverklaringen. Mochten de procedures onvoldoende zijn gevolgd, dan kan de Hoge Raad – de hoogste rechter – een zaak terugsturen naar het gerechtshof om die opnieuw te beoordelen, of zelfs een veroordeling vernietigen.
Al vijf jaar bezig
Op de vraag hoe Howell ermee omgaat dat de zaak na vijf jaar nog altijd niet is afgerond, zei hij dat hij had gehoopt dat de uitspraak een einde aan de procedure zou maken. “Het is vervelend. Je had gehoopt dat het vandaag afgelopen zou zijn. De zaak loopt al drie jaar en het onderzoek is zelfs al bijna vijf jaar bezig. Dat is niet gemakkelijk, maar ik heb veel steun van mijn familie. We blijven vechten voor mijn rechten.” Volgens Howell draait het cassatieberoep niet alleen om de uitkomst van de zaak, maar ook om de manier waarop het strafproces is verlopen. “Als ik iets verkeerd heb gedaan, dan zit ik mijn straf. Maar het proces moet wel volgens de wet verlopen. Daarom gaan we verder in cassatie.”