Voor veel leerlingen op Bonaire is Papiamentu de moedertaal, maar in het onderwijs speelt die taal nog altijd een ondergeschikte rol. De Werkgroep Positie Papiamentu waarschuwde eerder dat leerlingen die moeite hebben met Nederlands achterblijven, en mist een inhoudelijke reactie uit Den Haag. In dit tweede deel staat de praktijk centraal: hoe werkt dit systeem in de klas — en voor wie?
Sinds 2022 zijn er leerlijnen en een referentiekader voor Papiamentu, met toetsen om het niveau van leerlingen te volgen en een verplichte doorstroomtoets aan het einde van groep 8. Die toets meet Papiamentu, Nederlands als vreemde taal en rekenen en is vanaf dit jaar verplicht.
Maar in de praktijk ontbreken randvoorwaarden. Papiamentu wordt op een lager niveau getoetst dan Nederlands. “Dat is vooral in het voordeel van de Europees-Nederlandse leerling met Nederlands als moedertaal”, reageert taalexpert Marion Snetselaar, betrokken bij de ontwikkeling van het referentiekader en lid van de Werkgroep.
Hoewel Papiamentu verplicht is, ontbreekt het aan voldoende lesuren, materiaal en toezicht om de doelen te halen. “Schoolbesturen mogen zelf bepalen hoeveel tijd er aan het vak wordt besteed en die is vaak te kort”, zegt Snetselaar. Voortgangstoetsen worden niet overal afgenomen. Volgens de Onderwijsinspectie is goed toezicht lastig, omdat de regels rondom de toetsen nog niet volledig zijn uitgewerkt.
Ongelijke start en erkenning van Papiamentu
Leerlingen stromen met grote niveauverschillen door naar het voortgezet onderwijs. “Sommigen kregen structureel les, anderen nauwelijks,” zegt Edelmira Carolina, docent Papiamentu en medeontwikkelaar van het referentiekader. “Die verschillen moeten wij in één klas opvangen.”
Volgens docenten raakt dat ook het zelfbeeld van leerlingen. “Ze leren van huis of school dat de taal niet belangrijk is,” zegt Mazarella Jansen, coördinator en docent Papiamentu. “Maar huidskleur, muziek én taal horen bij onze identiteit.”
Erkenning van Papiamentu speelt ook buiten het klaslokaal. “Scholen klagen soms dat ouderavonden slecht bezocht worden, maar in welke taal spreek je ouders aan?”, zegt Marten. “In een taal waarin zij zich oncomfortabel voelen?”
Systeemfouten
In het voortgezet onderwijs worden verschillen groter. Het aantal lesuren Papiamentu neemt af in de bovenbouw en het vak is niet wettelijk vastgelegd. “We strijden er al jaren voor dat het in de wet komt,” zegt Carolina.
Ook de inrichting van het onderwijs werkt ongelijkheid in de hand. “Nederlands wordt ’s morgens gegeven, als leerlingen fris zijn, Papiamentu aan het einde van de dag,” zegt Carolina. “Alle andere vakken zijn in het Nederlands, dus leerlingen vertalen de hele dag.” Papiamentu is bovendien geen verplicht examenvak meer. Voor havo en vwo geldt een overgangseis, maar voor vmbo niet. “Dat is tegenstrijdig,” zegt Carolina.
Op diploma’s en in wetgeving geldt Papiamentu bovendien als ‘moderne vreemde taal’ in plaats van moedertaal. Dat kan problemen geven bij vervolgstudies in Nederland, waar de taal niet altijd wordt erkend. Hoewel Papiamentu sinds 2024 is erkend onder het Europees Handvest voor regionale talen en minderheidstalen, zien docenten en leerlingen daar in de praktijk weinig van terug. Ook eerdere afspraken tussen Bonaire en Nederland om de positie van de taal te versterken, worden volgens betrokkenen onvoldoende nagekomen.
MBO: twee werelden, één dominante taal
In het mbo zetten dezelfde problemen zich voort. “Het systeem is volledig ingericht op het Nederlands,” zegt docent Dietrich Winklaar. Volgens Winklaar leidt dit tot ongelijkheid in doorstroom en kansen. “Voor de meeste mbo- studenten is Nederlands een vreemde taal, denk aan Chinezen, Haïtianen en Latino’s. De weg naar succes is niet voor iedereen gelijk.” Papiamentu krijgt weinig lestijd en telt niet mee bij het examen. “Jongeren krijgen nauwelijks ruimte om hun moedertaal professioneel te ontwikkelen.”
Praktische tekorten
Ook in de praktijk schiet het onderwijs tekort. Lesmateriaal is vaak verouderd of afkomstig uit Curaçao en sluit niet goed aan bij de Bonairiaanse context. Tegelijk ontbreken middelen om nieuw materiaal te ontwikkelen. Docenten moeten veel zelf doen en er is een tekort aan bevoegde leerkrachten. “Steeds hetzelfde team probeert het belang duidelijk te maken,” zegt Winklaar.
Volgens docenten ontbreekt bovendien steun van schoolbesturen. “Iedereen zegt dat Papiamentu belangrijk is, maar dat zie je niet terug,” zegt Carolina. Marten wijst ook op de samenstelling van besturen. “Het groeiend aantal Europese Nederlanders daarin is zorgelijk. De enige middelbare school dreigt een Nederlandstalig bolwerk te worden.”
Schoolbestuur SGB: “we hechten grote waarde aan Papiamentu”
Het schoolbestuur van de Scholengemeenschap Bonaire, verantwoordelijk voor middelbare school en mbo, zegt dat Papiamentu een vaste plek heeft in het curriculum en dat wordt gewerkt aan verdere versterking van meertaligheid. “We waarderen de inzet van onze docenten en kijken samen met hen voortdurend hoe meertaligheid, en daarin Papiamentu, sterker verankerd kan worden”, zegt woordvoerder Dirkje de Vries. Tegelijk blijft Nederlands volgens het bestuur belangrijk binnen het Nederlandse systeem.
OCW en lokaal bestuur: overleg blijft
Het Nederlandse ministerie van Onderwijs (OCW) gaat niet inhoudelijk in op de kritiek en zegt in overleg te blijven met betrokken partijen. Het lokale bestuur erkent dat er in het voortgezet onderwijs ruimte is om het vak sterker in het curriculum op te nemen. “Daar blijven we met OCW en andere partners ondersteuning voor zoeken”, aldus gedeputeerde Peter Silberie (fractie Vrolijk). (Silberie is afgelopen week opgestapt als gedeputeerde, red.)
Op vragen over Papiamentu en het taalbeleid op Bonaire zegt de Onderwijsinspectie dat zij toezicht houden binnen de wettelijke kaders. “We kijken of scholen hun onderwijs zo inrichten dat leerlingen zich goed ontwikkelen, met aandacht voor taalvaardigheid en gelijke kansen,” zegt woordvoerder Roul Velleman. Het beleid ligt primair bij scholen en OCW.
Toekomstvisie
Alle betrokkenen willen dat Papiamentu ook op de middelbare school officieel in de wet wordt opgenomen. Niet om Nederlands te vervangen, maar om de moedertaal te beschermen: “Met uniforme lestijden, structurele middelen, inspectietoezicht en erkenning,” zegt Marten.
Zolang dat niet gebeurt, blijft ongelijkheid bestaan. Het onderwijssysteem moet werken voor alle kinderen op Bonaire, niet alleen voor wie perfect Nederlands spreekt.