Aruba viert 40 jaar status aparte (2)
Wanneer Aruba op 18 maart 2026 veertig jaar status aparte viert, kijkt de Arubaanse journalist Mariano Heyden (71) met een combinatie van trots en kritische reflectie terug op deze historische mijlpaal. Heyden werd geboren op Aruba, maar woont inmiddels al meer dan vijftig jaar op Curaçao. Vanuit die positie volgde hij de politieke strijd voor Arubaanse autonomie van dichtbij. Eerst als jonge journalist en later als ervaren verslaggever die de ontwikkelingen in de regio bleef analyseren. Zijn perspectief is dat van iemand die zowel betrokken was bij de gebeurtenissen als ze met journalistieke afstand heeft kunnen observeren. Dulce Koopman interviewt de komende dagen verschillende belangrijke betrokkenen over veertig jaar status aparte.
De discussie over meer zelfstandigheid voor Aruba begon al decennia vóór 1986. Binnen de Nederlandse Antillen groeide onder Arubanen het gevoel dat hun eiland politiek en economisch onvoldoende werd vertegenwoordigd. Volgens Heyden draaide veel van de spanningen om de verhouding met Curaçao. Dat eiland had meer zetels in de Staten van de Nederlandse Antillen, terwijl Aruba vond dat ook de economische bijdrage van het eiland moest meetellen bij de politieke vertegenwoordiging.
“Er was voortdurend strijd om gelijkheid,” zegt Heyden. Aruba wilde meer invloed binnen het staatsbestel, maar die discussie leidde vaak tot politieke crises. Tijdens de Rondetafelconferentie van 1983 werd uiteindelijk erkend dat Aruba recht had op zelfbeschikking. Dat proces leidde tot de invoering van de status aparte op 1 januari 1986, waarmee Aruba een afzonderlijk land werd binnen het Koninkrijk der Nederlanden.
Aanvankelijk werd afgesproken dat Aruba in 1996 volledig onafhankelijk zou worden, maar dat plan werd later losgelaten. Volgens Heyden was die afspraak vooral een politieke strategie. “Aruba heeft eigenlijk nooit écht onafhankelijk willen worden,” zegt hij.
Betico Croes en de strijd voor autonomie
Een centrale figuur in de Arubaanse emancipatiestrijd was Betico Croes oprichter van de Movimiento Electoral di Pueblo (MEP). Heyden herinnert zich Croes als een charismatische leider die mensen wist te mobiliseren. “Hij had een enorme uitstraling en kon met zijn manier van spreken een breed publiek bereiken,” zegt Heyden.
De periode rond de invoering van de status aparte was echter ook dramatisch. De sluiting van de Lago-raffinaderij veroorzaakte een economische schok voor het eiland. Kort daarna kwam Croes om het leven na een auto-ongeluk, wat een grote impact had op de Arubaanse samenleving.
Polarisatie en spanningen
Volgens Heyden speelde de strijd om autonomie zich niet alleen op politiek niveau af. Onder de oppervlakte waren er ook sociale en raciale spanningen. Op Aruba zelf bestonden er verschillen tussen gemeenschappen, terwijl ook de verhouding met Curaçao soms gekenmerkt werd door wantrouwen. Veel Arubanen hadden het gevoel dat Curaçao een dominante rol speelde binnen de Nederlandse Antillen. “Er leefde het gevoel dat Curaçao Aruba wilde domineren,” zegt Heyden.
Toen Heyden als jonge journalist naar Curaçao verhuisde, merkte hij dat ook in het dagelijks leven de relaties tussen de eilanden soms gevoelig lagen. Hoewel hij zichzelf vooral als een Caribische journalist beschouwde, werd hij geregeld herinnerd aan zijn Arubaanse afkomst. “Er waren momenten dat mensen mij lieten voelen dat ik van Aruba kwam,” vertelt hij.
Zijn persoonlijke situatie maakte dat soms nog ingewikkelder. Heyden vormde namelijk een gemengd stel: hij, een blanke Arubaan, en zijn partner van Curaçao. In die tijd was een relatie tussen een Arubaan en een Curaçaose partner — en bovendien een wit-zwart koppel — niet vanzelfsprekend. Hij noemt hun relatie zelf een ‘odd couple voor die tijd’. “Toentertijd ging het niet alleen om zwart en wit, maar ook om Aruba en Curaçao,” zegt hij. Hoewel er aanvankelijk weerstand was, veranderde dat in de loop van de jaren. Uiteindelijk werd zijn partner ook door zijn familie op Aruba volledig geaccepteerd.
Autonomie zonder sociale vooruitgang
Veertig jaar na de invoering van de status aparte maakt Heyden een kritische balans op. Politiek gezien heeft Aruba volgens hem bereikt wat de mensen wilden: een eigen regering, eigen ministeries en een eigen staatsstructuur. Maar op sociaal vlak ziet hij een andere realiteit. Volgens hem is de sociale ontwikkeling van het eiland achtergebleven bij de politieke autonomie.
“De politieke structuur is gerealiseerd, maar de menselijke en sociale ontwikkeling is achtergebleven,” zegt hij. Hoewel Aruba een sterke economische groei heeft doorgemaakt, is die welvaart volgens hem oneerlijk verdeeld. “Er zijn families die veel rijker zijn geworden, terwijl een groot deel van de samenleving achterblijft.”
Volgens Heyden zijn er nog steeds wijken waar infrastructuur achterloopt en waar sociale problemen zichtbaar zijn. Hij noemt onder meer geweld binnen het gezin, verslaving, zelfdoding en andere maatschappelijke problemen, die volgens hem onvoldoende aandacht krijgen. De groei van het toerisme heeft weliswaar inkomsten gegenereerd, maar volgens hem is de vraag waar die inkomsten uiteindelijk terechtkomen. “Waar gaat al het geld van het toerisme eigenlijk naartoe?”, vraagt hij zich af.
Grenzen aan het toerismemodel
Tegelijkertijd ziet Heyden dat er op Aruba langzaam een nieuw bewustzijn ontstaat over de toekomst van het eiland. Volgens hem kan het eiland niet eindeloos blijven groeien in het aantal hotels en toeristen. Hij pleit daarom voor een andere strategie. “Aruba heeft geen behoefte aan nog meer hotels,” zegt hij. “Het eiland zou moeten kiezen voor exclusiever toerisme met minder bezoekers, maar hogere opbrengsten.” Dat zou volgens hem ook helpen om de druk op de natuur en de infrastructuur te verminderen.
Ondanks zijn kritische analyse benadrukt Heyden dat Arubanen nog steeds trots zijn op hun status aparte. “Op 18 maart is er altijd een gevoel van euforie,” zegt hij. Maar volgens hem zou die dag ook ruimte moeten bieden voor reflectie. “Misschien moet het niet alleen een feestdag zijn, maar ook een moment van bezinning. Want op 19 maart zijn de problemen er nog steeds.”
Wat betreft de toekomst verwacht Heyden niet dat Aruba opnieuw serieus zal nadenken over volledige onafhankelijkheid. De band met Nederland blijft volgens hem belangrijk, zowel politiek als cultureel. In een wereld die steeds complexer wordt, ziet hij internationale samenwerking eerder als een voordeel dan als een beperking.
Veertig jaar later
Vier decennia na de invoering van de status aparte staat Aruba volgens Heyden voor een nieuwe uitdaging. De politieke autonomie is een feit, maar de vraag is nu hoe die autonomie wordt gebruikt. Voor hem ligt de grootste opgave niet in nieuwe staatsrechtelijke veranderingen, maar in het creëren van een samenleving waarin economische groei ook leidt tot sociale vooruitgang. “Autonomie moet uiteindelijk de hele samenleving vooruit helpen,” zegt hij.