Leven tussen twee werelden: Venezolanen op Curaçao over hoop, angst en verandering

Voor veel Venezolanen op Curaçao is de recente Amerikaanse actie in hun geboorteland geen ‘ver-van-hun-bed’-show. Tussen fruitkramen, bouwplaatsen en zachte gesprekken in de avond volgen zij elke ontwikkeling op de voet. Sommigen durven te spreken, anderen zwijgen uit angst — allemaal leven zij tussen hoop en onzekerheid. Er wonen naar schatting totaal twaalf duizend Venezolanen op Curacao.

Het is al wat schemerig, maar nog altijd lopen mensen langs de Venezolaanse fruitbootjes – de drijvende fruit- en groentemarkt – in Punda, het centrum van Willemstad, om snel nog verse producten te kopen. Het is de vierde dag sinds de Verenigde Staten (VS), in opdracht van president Donald Trump, Nicolás Maduro en zijn vrouw Cilia Flores uit Venezuela hebben weggehaald.

Bij de bootjes heerst de vertrouwde, spontane sfeer. Venezolaanse verkopers prijzen op hun unieke, vrolijke manier hun waren aan bij bezoekers, voorbijgangers en langzaam voorbijrijdende auto’s. “Wij hebben vers fruit en groenten die vandaag zijn binnengevaren,” zegt één van de verkopers. Het aanbod is uitgebreid: diverse soorten fruit en groenten, aangevuld met Venezolaanse zoetigheden – een kleurrijke afspiegeling van de tropen.

Voorzichtig optimisme bij de fruitverkopers

Een van de verkopers (naam is bekend bij de redactie), vertelt dat er opluchting heerst. Na een korte vaarstop kregen de fruitbootjes opnieuw toestemming om vanuit Venezuela richting Curaçao te varen. Die stop hield verband met de Amerikaanse acties in Venezuela. Naast het brengen van fruit en groenten, vervoeren de bootjes ook andere goederen tussen Venezuela en Curaçao.

“Wij dragen aanzienlijk bij aan de economie van Curaçao,” zegt een collega-verkoper, terwijl hij wijst naar de uitgestalde producten onder de kleurrijke zonweringsdoeken. In de loop der jaren zijn de Venezolaanse fruitbootjes uitgegroeid tot een herkenbaar straatbeeld én een toeristische attractie.

Wanneer het gesprek op Venezuela komt, verandert de sfeer. De uitbundigheid maakt plaats voor voorzichtigheid. Opluchting is zichtbaar, maar wordt afgewisseld met bezorgdheid. De verkopers vragen nadrukkelijk om anonimiteit. Net als elders – in Venezuela zelf en daarbuiten – heerst angst voor represailles. Vrijuit praten over de situatie in het buurland blijft riskant.

Mondige aannemer: “Ik ben blij dat het is gebeurd”

Heel anders is de houding van de Venezolaanse aannemer (naam is bekend bij de redactie), die al tien jaar woonachtig is op Curaçao. Hij is niet bang om openlijk te spreken. “Ik ben blij met wat er is gebeurd met het echtpaar Maduro,” zegt hij, nippend aan een frisdrank bij een snackbar, genietend van het ontspannen avondleven na een lange werkdag. Maar ook hij wil niet dat zijn naam bekend wordt. De aannemer is gespecialiseerd in het aanleggen en onderhouden van zwembaden en heeft volop werk.

ONGELOOF – Bericht bereikt Curaçao in de vroege ochtend

Tijdens een bijeenkomst met andere landgenoten, afgelopen vrijdagnacht in huiselijke sfeer, kwam het bericht over de aanhouding van Maduro binnen. De eerste berichten kwamen uit Venezuela, waar familieleden aan Venezolanen op Curaçao vroegen of het waar was dat Maduro door de Amerikanen was meegenomen. Zelf kregen zij nauwelijks informatie. Langzamerhand werd ook voor de Venezolanen op Curaçao duidelijk dat dit inderdaad het geval was.

Wat voelde de Venezolaanse aannemer op dat moment?
“Een grote blijdschap en tevredenheid, want ik kan weer samen zijn met mijn familie en hen omarmen,” zegt hij. Zijn vader en drie kinderen wonen nog in Venezuela. Met de opbrengsten van zijn werk op Curaçao onderhoudt hij zijn familie daar. Hij is ervan overtuigd dat andere landen hun deuren nu weer zullen openen voor Venezolanen. “Het is geen geheim dat veel landen hun grenzen voor ons hebben gesloten,” zegt hij.

De Venezolanen op Curaçao – en dat zijn er velen – met wie de aannemer contact onderhoudt, zijn allemaal bezorgd. Vrijwel iedereen heeft familieleden in Venezuela en vreest voor hun veiligheid in de huidige situatie. Mensen zijn bang voor herhaaldelijke aanslagen waarbij familieleden gewond kunnen raken, of voor grootschalige onrust wanneer het volk opnieuw de straat op gaat, zoals eerder is gebeurd. Dat zou kunnen leiden tot interne conflicten en geweld onder de bevolking.

“Angst is ons opgelegd”

“Toch ben zelfs ik soms bang,” zegt hij. “Ze hebben ons mentaal angst opgelegd. Als je praat, loop je kans om opgesloten te worden, vermoord te worden, of dat er iets gebeurt met je familie. Met echte vrijheid van meningsuiting zou niemand bang hoeven te zijn.” De ondernemer vertrok op 14 mei 2017 uit Venezuela naar Ecuador vanwege de economische crisis en de schaarste aan basisproducten. Na ruim een jaar reisde hij door naar Curaçao, waar hij op 28 augustus 2018 aankwam.

“Ik ben Curaçao dankbaar. Het was niet gemakkelijk. Ik heb goede mensen ontmoet in de bouwwereld die mij hebben gesteund. Vandaag werk ik zelfstandig en heb ik een klein aannemersbedrijf.”

Curaçao als veilige haven

“Curaçao is voor mij een veilige haven,” zegt de ongeducumenteerde entrepreneur. “Hoewel ik Venezolaan ben, wil ik mijn leven hier voortzetten. Mijn hart ligt in Venezuela – mijn familie woont daar – maar ik houd ook van Curaçao, alsof het mijn geboorteland is.”

Sinds zijn vertrek is hij niet meer teruggekeerd naar Venezuela. Hij is nog bezig zijn verblijfs- en werkvergunning te regelen. “Zodra mijn papieren in orde zijn, ga ik naar Venezuela. Maar ik kom terug. Mijn toekomst ligt in Venezuela, maar Curaçao heeft mij veel gegeven. Idealiter zou ik in beide landen willen wonen.”

Nieuwe hoop

“Het voelt alsof er licht is aan het einde van de tunnel,” zegt de Venezolaanse vluchteling.  “Zesentwintig jaar onderdrukking is te lang. Een land kan niet een heel leven door dezelfde macht worden bestuurd.” Hij benadrukt dat hij de Amerikaanse aanval niet viert, maar vindt verandering noodzakelijk.

Ongedocumenteerden houden adem in

Voor veel Venezolanen op Curaçao zonder geldige documenten is de situatie opnieuw spannend. Jaren geleden vluchtten zij uit hun land, vaak onder erbarmelijke omstandigheden. De onzekerheid over hun familie in Venezuela is nu alleen maar groter geworden.

500 dollar voor een levensgevaarlijke overtocht

Een voormalig ambtenaar (naam is bekend bij de redactie) in Venezuela, verblijft al acht jaar ongedocumenteerd op Curaçao. Hij betaalde 300 dollar voor een overtocht per kleine boot (lancha), samen met 28 anderen. Zes mensen verdronken tijdens de reis, onder wie de eigenaar van de boot.

“We kwamen rond twee uur ’s nachts aan,” vertelt hij. “Ik ben meteen de bergen in gevlucht en bleef daar tweeënhalve dag. We kenden het gebied niet. Ik liep blootvoets, had honger.” Na dagen in de mondi sliep de gewezen ambtenaar op straat en werd hij verbaal en fysiek mishandeld. Later ontmoette hij mensen die hem hielpen aan werk en onderdak. Toch bleef het leven zwaar, met slecht betaald werk onder slavernij-achtige omstandigheden.

Tijdens de COVID-periode werd hij geregistreerd en kreeg hij via het Rode Kruis ondersteuning. “Daar ben ik nog steeds dankbaar voor.” Hij zegt: “Ik heb familie in Venezuela. Het doet pijn wat daar gebeurt. Zelfs als het beter wordt, blijf ik hier. Ik voel me Curaçaoënaar.”

Terugkeer of blijven?

Nog een een andere Venezolaanse man, van 50 jaar (naam is bekend bij de redactie), verblijft al zeven jaar zonder documenten op Curaçao. Hij schuilde na aankomst wekenlang in de bergen. Inmiddels heeft hij een Curaçaose partner en overweegt hij, als de situatie het toelaat, met haar naar Venezuela te verhuizen.

“Ik hoop dat de Amerikaanse actie positief uitpakt,” zegt hij voorzichtig. “Maar ik blijf alert.”

Terug naar de fruitbootjes

Als de avond valt en de laatste klanten vertrekken, beginnen de fruitverkopers hun producten op te ruimen. Ze overnachten op hun boten aan de kade. Morgen staan ze weer vroeg klaar.

Hun boodschap is eensgezind:

“Overal ter wereld werken Venezolanen om hun families te ondersteunen.”

“We blijven naar Curaçao komen, wat er ook gebeurt.”

“Amerika heeft geen recht een soeverein land binnen te vallen.”

“Maduro had eerder moeten vertrekken.”

Wat de toekomst voor Venezuela brengt, weet niemand. Voor de fruitverkopers is één ding zeker: zolang het mag, blijven zij komen.
“Wij zijn deel geworden van Curaçao,” zegt één van hen. “En we dragen het eiland in ons hart.”