Aanval op olietanker met valse Curaçaose vlag vestigt opnieuw aandacht op misbruik van Caribische registraties

De Amerikaanse aanval op de olietanker Belma, die volgens Curaçao ten onrechte onder Curaçaose vlag voer, vestigt opnieuw de aandacht op het misbruik van Caribische scheepsregistraties door de internationale schaduwvloot. Terwijl Nederland werkt aan strengere wetgeving om daartegen op te treden, kan staatssecretaris Eric van der Burg (Koninkrijksrelaties, VVD) nog niet bevestigen of binnen het koninkrijk specifiek wordt onderzocht hoe vaak de vlaggen van Curaçao, Aruba en Sint Maarten daarvoor worden misbruikt. Dat zegt hij tegen het Caribisch Netwerk naar aanleiding van de Amerikaanse aanval op de olietanker Belma, die volgens de Curaçaose regering ten onrechte onder Curaçaose vlag voer.

De vragen aan Van der Burg volgen op de Amerikaanse aanval op de olietanker Belma afgelopen week. Volgens het Amerikaanse Central Command (CENTCOM) voer het schip onder Curaçaose vlag door de Straat van Hormuz richting het Iraanse olie-exporteiland Kharg. Nadat de tanker meer waarschuwingen zou hebben genegeerd, vuurde een Amerikaans gevechtsvliegtuig Hellfire-raketten af op de schoorsteen, waardoor het schip uitgschakeld werd.

 

Vervalste vlag

De Curaçaose regering ontkende vrijwel direct dat de Belma rechtmatig onder Curaçaose vlag voer. Volgens het land staat het schip niet ingeschreven in het Curaçaose scheepsregister en beschikt Curaçao momenteel niet over olietankers onder zijn vlag. In de verklaring wijst de regering erop dat ‘aangelegenheden met betrekking tot de nationaliteit van schepen, vlagregistratie en internationale maritieme rechtsverhoudingen binnen het Koninkrijk der Nederlanden een Koninkrijksaangelegenheid zijn’. Eventuele onderzoeken naar misbruik van registraties of vervalste vlagvoering vallen daarom volgens Curaçao onder de bevoegde koninkrijksinstanties.

Schaduwvloot

De Belma is geen onbekende in de wereld van de schaduwvloot. Het past bovendien in een breder patroon van schepen die voortdurend van identiteit wisselen om sancties te ontlopen. Uit een reconstructie van het Caribisch Netwerk op basis van internationale scheepsregisters en sanctiedatabases blijkt dat het schip de afgelopen jaren meer keren van naam, eigenaar en vlagstaat wisselde. Het voer eerder onder de namen Aquarius Voyager, Maran Aquarius, Leonor en Bendigo en stond achtereenvolgens geregistreerd in onder meer de Bahama’s, Panama, de Cookeilanden en Barbados, voordat het uiteindelijk werd geïdentificeerd als varend onder een Curaçaose vlag. De Curaçaose autoriteiten ontkenden direct dat het schip daadwerkelijk in het Curaçaose scheepsregister stond ingeschreven.

   

‘Maran Aquarius ofwel Belma’ (foto Nektarios Papadakis )

Ook stond het schip al vóór de aanval op verschillende internationale sanctielijsten en in sanctiedatabases. Het schip wordt door Oekraïne aangemerkt als onderdeel van de schaduwvloot die wordt ingezet voor het vervoer van Iraanse olie buiten de sanctieregimes. Volgens de sanctiedatabase van de Oekraïense overheid werd het schip in oktober 2024 al door de Verenigde Staten gesanctioneerd vanwege banden met het gesanctioneerde bedrijf Max Maritime Solutions FZE en het vervoer van Iraanse olie via constructies om sancties te omzeilen.

De aanval op de Belma kwam bovendien op een moment dat Nederland de aanpak van de schaduwvloot juist wil aanscherpen. Op 10 juli stemde de ministerraad in met een wetswijziging die met spoed voor advies naar de Raad van State is gestuurd. Die moet het voor Nederland gemakkelijker maken om op te treden tegen schepen die sancties omzeilen of onder een valse of onjuiste vlag varen.

Misbruik Caribische registraties

De zaak rond de Belma past in een breder patroon van misbruik van Caribische scheepsregistraties. Uit eerder onderzoek van Follow the Money bleek dat tientallen schepen uit de Russische schaduwvloot gebruikmaken van registraties uit het Caribisch deel van het koninkrijk. In een toelichting aan het Caribisch Netwerk liet onderzoeksjournalist Jesse Pinster weten dat zijn onderzoek uitkwam op meer dan vijftig tankers met een Sint Maartense registratie, ongeveer 35 met een Curaçaose registratie en één met een Arubaanse registratie. Hij benadrukte daarbij dat verschillende maritieme databases elkaar op dit punt tegenspreken en dat een deel van de aan Curaçao toegeschreven registraties mogelijk in werkelijkheid onder Sint Maarten valt.

Naar aanleiding hiervan vroeg het Caribisch Netwerk aan staatssecretaris Van der Burg of binnen het koninkrijk wordt onderzocht in hoeverre Curaçaose, Arubaanse en Sint Maartense registraties worden misbruikt door de schaduwvloot.

Van der Burg noemt het goed dat Curaçao onmiddellijk duidelijk maakte dat de Belma geen Curaçaos schip was. “Zij voeren onterecht, onder valse vlag heet dat, de Curaçaose vlag. Het is heel goed dat Curaçao dat heeft gedaan, omdat anders het beeld had kunnen ontstaan dat het een schip uit ons koninkrijk was dat de Russen zou helpen en sancties zou ontduiken”, zegt hij.

Op de vraag of de Nederlandse overheid onderzoekt in hoeverre de registraties van Curaçao, Aruba en Sint Maarten worden misbruikt door de schaduwvloot, antwoordt Van der Burg dat hij daar geen uitspraken over kan doen. “Ik weet even niet, want dit valt onder buitenlandse zaken, of er specifiek op dit punt onderzoek komt naar onder valse vlag varen van Curaçao, Aruba en Sint Maarten.” Hij benadrukt wel dat Nederland ondertussen werkt aan maatregelen om de schaduwvloot harder aan te pakken. “We zijn volop bezig om te kijken hoe wij de schaduwvloot economisch weten te raken, weten te beperken en ervoor zorgen dat ze geen misbruik maken van valse vlaggen, dan wel van de mogelijkheid om illegaal geld te verdienen”, zegt hij.