Waarom Aruba twee jaar later nog altijd verdeeld is over HOFA

Het wetsvoorstel voor de Rijkswet Houdbare Overheidsfinanciën Aruba (HOFA) nadert een nieuwe fase, nadat de discussie bijna een jaar geleden oplaaide. Waar vorig jaar de discussie vooral draaide om de vraag wat de Raad van Advies en de Raad van State zouden adviseren, liggen die adviezen inmiddels op tafel. In de afgelopen periode organiseerde minister van Financiën en Economische Zaken, Geoffrey Wever (Futuro), verschillende townhall meetings over HOFA, terwijl vakbonden protesteerden en ook de oppositie informatiebijeenkomsten hield.

De discussie draait om twee vragen: hoeveel financieel voordeel levert HOFA Aruba daadwerkelijk op en welke gevolgen heeft de Rijkswet voor de autonomie van het land? Vakbonden en oppositie betwijfelen niet alleen hoe groot het rentevoordeel daadwerkelijk is, maar plaatsen vooral vraagtekens bij de prijs die Aruba daarvoor betaalt.

De uitspraken van staatssecretaris Eric van der Burg (VVD, koninkrijksrelaties) dat Aruba, Curaçao en Sint Maarten ‘gelijkwaardig’ zijn en op financieel gebied op gelijke wijze behandeld zouden worden, leidden op Aruba tot felle reacties. Vakbonden stelden dat daarmee voorbij wordt gegaan aan de historische en constitutionele ontwikkeling van Aruba, dat in 1986 de Status Aparte kreeg zonder schuldensanering of financieel toezicht vanuit het koninkrijk.

Caribisch Netwerk legde Van der Burg de kritiek voor. Daarbij werd hem gevraagd of hij zich bewust was van de ophef die zijn uitspraken hadden veroorzaakt en dat vakbonden inmiddels een protest tegen HOFA hadden aangekondigd. Van der Burg erkende dat Aruba en Curaçao en Sint Maarten historisch een andere ontwikkeling hebben doorgemaakt, maar benadrukte dat zijn uitspraken uitsluitend betrekking hadden op de mogelijkheid voor Aruba om onder HOFA tegen dezelfde gunstige rentetarieven te lenen als Curaçao en Sint Maarten. “Hier gaat het echt specifiek over de leencapaciteit”, zei hij.

Op de vraag hoe het verdere besluitvormingsproces eruitziet, benadrukte Van der Burg dat zowel de Rijkswet als de Arubaanse landsverordening moeten worden aangenomen voordat HOFA in werking kan treden. Als één van beide parlementen niet instemt, gaat de regeling niet door. Hoewel de behandeling in het Nederlandse parlement nog moet plaatsvinden, zei de staatssecretaris ervan uit te gaan dat de Rijkswet daar voldoende steun zal krijgen.

Wat zeggen de adviesorganen?

De Raad van Advies van Aruba en de Raad van State hebben inmiddels hun oordeel uitgebracht. Opvallend is dat zowel de regering als de tegenstanders zich op deze adviezen beroepen, maar daarbij verschillende onderdelen benadrukken. Beide adviesorganen zijn het eens over de noodzaak van houdbare overheidsfinanciën en erkennen dat de leenfaciliteit Aruba een aanzienlijk financieel voordeel kan opleveren. Zo berekende de Raad van Advies dat toegang tot financiering tegen lagere Nederlandse rentetarieven over een periode van twintig jaar meer dan 300 miljoen florin aan rentebesparingen kan opleveren. Volgens de Raad kan die financiële ruimte worden ingezet voor investeringen in onder meer onderwijs, zorg, infrastructuur en economische ontwikkeling.

Minister Wever benadrukte tijdens de townhall meetings eveneens de financiële voordelen van HOFA, maar noemde daarbij hogere bedragen. Zo sprak hij tijdens een bijeenkomst met de Kamer van Koophandel over een besparing van 128 miljoen florin op de Coronalening en minimaal 366,5 miljoen florin op de herfinanciering van internationale leningen. Volgens de minister ontstaat daardoor meer financiële ruimte voor investeringen in onder meer infrastructuur, onderwijs en openbaar vervoer.

De verschillende bedragen riepen tijdens informatiebijeenkomsten van de oppositie wel vragen op. Tijdens een bijeenkomst van de PPA, waarvoor alle Statenfracties waren uitgenodigd, maar alleen MEP aanwezig was, werd gevraagd hoe de door de minister genoemde bedragen zich verhouden tot de eerdere berekening van de Raad van Advies van ruim 300 miljoen florin over twintig jaar. Daarbij werd onder meer gediscussieerd over de gehanteerde looptijd en de wijze waarop de rentebesparing is berekend. Het Caribisch Netwerk heeft minister Wever gevraagd waarop de door hem genoemde bedragen zijn gebaseerd. Tot het moment van publicatie was daarop nog geen reactie ontvangen.

Herfinancieren met voorwaarden

Eén van de belangrijkste financiële voordelen waar de regering op wijst, is de mogelijkheid om bestaande leningen tegen een lagere rente te herfinancieren. Volgens minister Geoffrey Wever zou de rente op de Coronalening dalen van 6,9 naar ongeveer 3,5 procent. De Rijkswet noemt echter geen vast rentepercentage. De rente wordt gekoppeld aan het actuele rendement op Nederlandse staatsleningen met een vergelijkbare looptijd, vermeerderd met een opslag van 0,2 procentpunt. De Rijkswet verbindt daar echter wel voorwaarden aan. Zo bepaalt artikel 40 dat Nederland buitenlandse leningen alleen volledig herfinanciert wanneer Aruba aan de afgesproken begrotingsnormen voldoet. Daar staat wel een voorwaarde tegenover. Ligt de schuldquote op het moment van herfinanciering boven de afgesproken norm, dan hoeft Nederland de buitenlandse leningen niet volledig te herfinancieren. Aruba zal in dat geval eerst tussentijdse aflossingen moeten doen.

Ook de overgangsregeling in artikel 37 speelt daarbij een rol. Uit de memorie van toelichting blijkt dat de begrotingsnormen in de eerste drie jaar uitsluitend worden toegepast op de schuld van de centrale overheid. Dat volgt uit een advies van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), dat adviseerde de bredere collectieve sector en publiek-private samenwerkingen (PPS) pas in een later stadium mee te nemen, omdat de benodigde gegevens nog niet volledig beschikbaar zijn. Voorbeelden van PPS-projecten zijn de bouwprojecten van het Horacio Oduber Hospital, de Green Corridor en de Watty Vos Boulevard. Uiterlijk in het derde jaar wordt de collectieve sector opnieuw vastgesteld en wordt het IMF gevraagd de begrotingsnormen te herberekenen. Volgens de memorie van toelichting kan het meetellen van deze instellingen en PPS-projecten ertoe leiden dat de schuldquote hoger uitvalt dan onder de huidige berekeningsmethode.

Tijdelijke beperking autonomie

Naast de financiële voordelen gaan de adviezen ook uitgebreid in op de gevolgen voor de Arubaanse autonomie. De Raad van Advies benadrukt dat HOFA een vrijwillige, maar tijdelijke beperking van de Arubaanse autonomie inhoudt en dat daarvoor voldoende politiek én maatschappelijk draagvlak noodzakelijk is. De Raad adviseert bovendien om artikel 38 van de Rijkswet te schrappen, omdat de verplichting om wijzigingen van de Landsverordening Waarborging Houdbare Overheidsfinanciën (LWHO) eerst aan de Rijksministerraad voor te leggen volgens de Raad op gespannen voet staat met de Staatsregeling van Aruba.

De Raad van State volgt de Raad van Advies niet in het advies om artikel 38 geheel te schrappen. Wel erkent de Raad van State dat de instemmingsbevoegdheid van de Rijksministerraad een beperking van de Arubaanse autonomie inhoudt. Volgens de Raad van State moet die beperking daarom niet verder gaan dan noodzakelijk en uitsluitend gelden voor de onderdelen van de landsverordening die betrekking hebben op de begrotingsnormen.

Politiek debat

Met de adviezen van de Raad van Advies en de Raad van State afgerond, verschuift het HOFA-dossier nu naar de politieke besluitvorming. Tijdens een openbare vergadering op maandag zei premier Mike Eman (AVP) dat hij, nu de adviezen zijn uitgebracht, opnieuw met Nederland wil onderhandelen over de onderdelen van HOFA die volgens de Arubaanse regering knellen. “Het moet acceptabel worden in de context van de autonomie en vrijheid waar ons land jaren voor heeft gestreden, én binnen de context van de wereld waarin we nu leven”, aldus Eman.

De Staten van Aruba buigen zich de komende periode over de Landsverordening Waarborging Houdbare Overheidsfinanciën (LWHO). De Rijkswet HOFA vervolgt vervolgens de wetgevingsprocedure binnen het koninkrijk, waarna behandeling in de Nederlandse Tweede en Eerste Kamer volgt.