Selibon niet langer alleen een Bonairiaans probleem

Foto: Hubert Evertsz

Nederland heeft een duidelijke verantwoordelijkheid bij het oplossen van het afvalprobleem op Bonaire. Dat heeft Jolinda Craane, interim-fractievoorzitter van de UPB – de grootste partij in de Eilandsraad – gezegd tijdens het huidige bezoek van de Bonairiaanse Eilandsraad aan Nederland. De problematiek rond Selibon staat hoog op de agenda tijdens het bezoek.

“Bonaire pleit voor samenwerking op basis van gelijkwaardigheid en een gelijkwaardig partnerschap. De bestuursvisie die wij voorstaan is een benadering waarbij Bonaire verantwoordelijkheid neemt, maar tegelijkertijd ook van Nederland verlangt hetzelfde te doen,” aldus Craane. Volgens haar laat de recente ontwikkeling rond Selibon zien dat die gezamenlijke verantwoordelijkheid steeds meer vorm krijgt.

Belangrijke stappen gezet

Bonaire heeft de afgelopen periode al belangrijke stappen gezet op het gebied van afvalbeheer. Op 19 juni ondertekenden het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB) en het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een addendum bij de bestuursafspraken over Selibon/Lagun. Daarmee bevestigen beide partijen hun gezamenlijke inzet om de afspraken uit november 2025 uit te voeren. Ook de Nederlandse ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) zijn hierbij betrokken.

Daarnaast maakte de Nederlandse staatssecretaris Annet Bertram (CDA, Infrastructuur en Waterstaat) onlangs bekend dat de regelgeving wordt aangepast. Hierdoor wordt het bestuurscollege van Bonaire niet langer de bevoegde autoriteit en eindverantwoordelijke voor de afvalverwerkingslocatie. In een brief aan de Tweede Kamer noemde Bertram de situatie bij Selibon ernstig. “We hebben hier te maken met een risico voor het milieu en de volksgezondheid,” schreef de staatssecretaris.

Meer verantwoordelijkheid voor Nederland

Met de voorgestelde wetswijziging krijgt de Nederlandse Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een actievere en meer preventieve rol bij het toezicht op afvalverwerkingsbedrijven op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dat betekent dat Nederland voortaan een grotere verantwoordelijkheid krijgt voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Volgens Bertram zal het aanpassen van de regelgeving naar verwachting minimaal zes maanden duren, maar wordt dit gezien als een belangrijke stap richting een structurele oplossing.

Nederland is momenteel al de bevoegde autoriteit voor brandstofopslagtanks op de BES-eilanden. Met de nieuwe regelgeving zullen ook stortplaatsen, zoals Selibon, onder die verantwoordelijkheid vallen.

Verzoek van Bonaire ingewilligd

Voor Craane is de ontwikkeling een bevestiging dat de oproep van Bonaire gehoor heeft gekregen. “Het is positief dat Nederland erkent dat de problematiek rond Selibon niet uitsluitend een lokale verantwoordelijkheid is. Dit dossier vraagt om gezamenlijke inzet van Bonaire en Nederland,” aldus Craane. Terwijl de gesprekken in Nederland doorgaan, lijkt één conclusie steeds duidelijker te worden: Den Haag neemt een grotere rol op zich bij de aanpak van een dossier dat al jarenlang een bron van zorg is voor milieu, volksgezondheid en bestuur op Bonaire.