Staat de Bonairiaanse identiteit onder druk?
Bonaire groeit in hoog tempo, steeds meer mensen van buiten vestigen zich op het eiland. De Bonairiaan is inmiddels in de minderheid en andere talen en culturen winnen rap terrein. Het Caribisch Netwerk sprak met bijna twintig Bonairianen over deze ontwikkelingen. Hoe ervaren zij de veranderingen op hun eiland? Zijn ze bang hun cultuur en identiteit te verliezen?
Mikeely Obersi (25) is geboren in Kralendijk, in de wijk Playa Pariba. Tot haar achttiende woonde ze op Bonaire, waarna ze voor haar studie naar Nederland verhuisde. Inmiddels is ze afgestudeerd als architect en werkt ze bij een architectenbureau. Hoewel ze al jaren in Nederland woont, voelt ze zich nog sterk verbonden met haar geboorte-eiland. “Hoe langer ik van huis ben, hoe meer ik het mis. Toen ik nog op Bonaire, woonde luisterde ik nooit naar krioyo-muziek, nu wel.”
Van een afstandje, maar ook regelmatig van dichtbij, ziet ze haar geboorte-eiland veranderen. “Elk jaar als ik terugkom, is het eiland weer anders,” vertelt ze. “Vooral qua toerisme is het een stuk drukker, maar er worden ook steeds meer woonwijken gebouwd. Ik vind het jammer om te zien dat hiervoor soms oude gebouwen worden afgebroken, gebouwen waar je herinneringen aan hebt.” Zelf vindt ze het belangrijk dat gebouwen zoveel mogelijk worden behouden. “Die vormen de identiteit van de straten op Bonaire.”
Bouwstijl omarmen
Het grootste probleem, wat Obersi betreft, zijn de mensen die als investering iets op Bonaire bouwen. “Ik vind het geen probleem dat mensen naar Bonaire verhuizen, zo lang ze onze cultuur omarmen, zich aanpassen, integreren. Dat betekent ook het omarmen van onze bouwstijl.” Als architect heeft ze extra aandacht voor materieel erfgoed. Voor een project onderzocht Obersi de geschiedenis, bouwjaren en bouwstijlen van Rincon, het oudste dorp van de Antillen. Volgens haar vertellen de gebouwen daar het verhaal van eerdere generaties.
“De kerk laat bijvoorbeeld zien wat voor religie er gold, welke materialen er werden gebruikt, op welke manier er gebouwd werd en waarom.” Oude gebouwen laten volgens haar zien hoe mensen vroeger leefden en zich aanpasten aan hun omgeving. “Vroeger werd er veel meer op de wind gebouwd. Ook waren mensen zich veel meer bewust van de ligging van rooien (natuurlijke geulen die bij hevige regenval water afvoeren, red.). Nieuwe gebouwen kunnen dat historische verhaal doorbreken. Zo kan de identiteit van een plaats verloren gaan.”
“De gebouwen in Rincon weerspiegelen de historische tijdlijn van het dorp.” Foto Deborah Bremmer
Cultuur
Ook met het immateriële erfgoed van het eiland voelt Obersi zich verbonden. “De cultuur, het eten, de muziek. Het valt me op dat er steeds meer techno- en popmuziek gedraaid wordt op het eiland en steeds minder lokale muziek of reggaeton.” Als ze in Nederland is, mist ze vooral de feestdagen als Dia di Rincon, carnaval en Regatta. “Dit zijn dingen waar je van baby af aan bij betrokken was.” Maar ook de gewone dingen: op zondag naar het strand, kabritu stobá eten bij Maiky Snack. “Ik mis het eten echt héél erg!”
Obersi merkt dat meer leeftijdsgenoten zich zorgen maken over de toekomst van Bonaire. “We hebben het al met Aruba zien gebeuren. Ik zou niet goed kunnen omschrijven wat nu nog de Arubaanse identiteit is,” bekent ze. “Ik wil niet dat Bonaire ook die kant op gaat.”
Bonairiaanse identiteit
Juist doordat ze al jaren in Nederland woont, is haar bewustzijn van haar eigen identiteit gegroeid. Dat zit hem voor een groot deel in taal. “Ik spreek altijd allemaal talen door elkaar, maar mijn Bonairiaanse vrienden kijken er niet van op als ik veel Engels in mijn zinnen gooi. Ik heb het gevoel dat Nederlanders mij soms vreemd aankijken of vinden dat ik ‘raar’ praat.”
Nu ze in Nederland woont, probeert ze zichzelf te dwingen meer Papiaments te spreken en luistert ze veel naar Papiamentstalige muziek. “Die taal is een belangrijk onderdeel van de Bonairiaanse identiteit. Ik ben er heel trots op dat ik zo’n ‘random’ taal beheers en ik vind het belangrijk dat mensen van buiten deze taal ook omarmen.”
“Ik mis de feestdagen waar je van kinds af aan bij betrokken was.” Foto Deborah Bremmer
Volgens Obersi houden Bonairianen diep van binnen heel veel van hun cultuur, maar bestaat er soms ook de neiging om alles van buitenaf beter te vinden. Ze herinnert zich hoe Nederlandse leerlingen vroeger op school automatisch als slimmer werden gezien. Inmiddels kijkt ze daar anders naar. “Nu denk ik: wij zijn zo slim, we kunnen ons aanpassen, we spreken vier talen. We doen het goed.”
Aanpassen aan nieuwkomers
Hoewel ze de groei van Bonaire niet per definitie afwijst, ziet Obersi wel duidelijke grenzen. “Ik ben er oké mee dat mensen van buiten op Bonaire komen wonen, zolang het eiland niet te snel of te veel groeit.” Tenslotte, benadrukt Obersi nogmaals dat ze het belangrijk vindt dat nieuwkomers de lokale taal en cultuur omarmen. “Nu voelt het nog te vaak alsof wij ons moeten aanpassen aan de nieuwkomers, in plaats van andersom.”
Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (fondsbjp.nl)

