OM eist zelfde straf in hoger beroep tegen oud-minister Otmar Oduber

Foto: Melissa Stamper

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft in hoger beroep drie jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf geëist tegen voormalig minister Otmar Oduber in de corruptiezaak Flamingo. Ook wil justitie dat Oduber voor zes jaar uit het passief kiesrecht wordt ontzet en geen publieke functie meer mag vervullen. Volgens het OM blijft voldoende bewijs bestaan in de drie onderdelen van de zaak: Malmok, de spookambtenarenzaak en dossier Esser. Tegen medeverdachte E.F.E. in de zaakdossier Esser werd 18 maanden cel geëist, terwijl justitie voor R.I.W. bevestiging vroeg van het eerdere vonnis in zaakdossier Malmok.

De zaak Flamingo draait om vermeende corruptie en machtsmisbruik tijdens het ministerschap van Otmar Oduber tussen 2017 en 2019 toen hij minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Milieu was voor de POR.

In eerste aanleg kreeg Oduber een jaar celstraf opgelegd, waarvan 319 dagen voorwaardelijk, aangevuld met een taakstraf van 240 uur en een ontzetting uit het recht om het ambt van ambtenaar te bekleden voor drie jaar. Hij werd veroordeeld voor delen van het Malmok-dossier en de spookambtenarenzaak, maar vrijgesproken van andere onderdelen, waaronder passieve omkoping.

OM: geen politieke vervolging

De verdediging vroeg het Hof om het OM niet-ontvankelijk te verklaren, bewijs uit te sluiten en Oduber uiteindelijk vrij te spreken. Volgens de advocaten zitten er zoveel fouten en onregelmatigheden in het onderzoek dat de zaak niet overeind kan blijven staan. Het OM verwierp die kritiek en reageerde opnieuw op verwijten van politieke vervolging. Volgens justitie worden politici niet vervolgd vanwege hun politieke kleur, maar vanwege mogelijke strafbare feiten. “Politieke kleur is totaal irrelevant. Of dat nou groen, geel of oranje is, het maakt niet uit. Het OM is kleurenblind”, stelde advocaat-generaal Versluis.

Volgens het OM draait de zaak niet om politieke loyaliteit, een ministeriële hofhouding of de Arubaanse bestuurspraktijk. Justitie stelt dat de verdachten worden vervolgd vanwege mogelijk misbruik van functie, voorkeursbehandeling en het benadelen van het land Aruba. “Dat is de reden waarom deze verdachten strafrechtelijk worden vervolgd, niets meer en niets minder”, aldus Versluis.

Zaakdossier Malmok

In het Malmok-dossier draait de zaak om de uitgifte van twee erfpachtterreinen. Volgens het OM kregen aanvragers een voorkeursbehandeling buiten de reguliere procedures om. Justitie stelde daarbij dat het zogenoemde Young Professional-beleid nooit formeel is vastgesteld en dat de betrokken aanvragers niet voldeden aan de voorwaarden die daarvoor zouden gelden.

Verdachte R.I.W. erkende dat de gang van zaken rond de Malmok-percelen vragen opriep. “Voor mij was het niet correct, maar als ambtenaar was het niet mijn taak om tegen de minister en de directeur in te gaan”, stelde zij. Volgens advocaat Odor voerde zij uiteindelijk uit wat haar werd opgedragen, omdat verzet grote gevolgen had kunnen hebben voor haar functie.

Op de laatste zittingsdag brachten advocaten Illes en Carlo, die Oduber verdedigden, nog een bankbrief in het geding die volgens hen moest aantonen dat één van de betrokken aanvragers al in 2019 voldeed aan de financiële voorwaarden van het Young Professional-beleid. Het OM verzette zich daartegen en stelde dat niet kon worden vastgesteld of het document destijds daadwerkelijk bij de Directie Infrastructuur en Planning (DIP) was ingediend, omdat het niet voorkwam in de stukken die tijdens het onderzoek bij de dienst waren veiliggesteld.

Zaakdossier Spookambtenaren

In de spookambtenarenzaak houdt het OM vast aan het standpunt dat G.L.T. en L.B.P. salarissen ontvingen zonder daar daadwerkelijk werkzaamheden voor te verrichten. Tijdens de feitenbehandeling vroeg raadsheer Angela om nadere uitleg over de zichtbaarheid van de werkzaamheden van één van de verdachten, waarbij de term ‘spirito’ viel. De verdediging stelt dat T. en P. wel degelijk actief waren als politieke liaisons en wijst op getuigenverklaringen, presentielijsten en projectactiviteiten. Het OM wees daarentegen op verschillen in de verklaringen, met name die van P., die stelde geen verantwoording af te leggen aan het bureau van de minister, terwijl Oduber hem presenteerde als onderdeel van zijn ministeriële team. Volgens zijn verdediging moeten dergelijke functies worden bekeken binnen de Arubaanse bestuurspraktijk, waarin ministers geregeld vertrouwenspersonen inzetten als schakel tussen burgers en de overheid. “Ik kan niet zeggen of dat niet correct is, maar wel dat het zo is hoe het werkt in de regering”, zei Oduber.

Zaakdossier Esser

Ook in dossier Esser botsten OM en verdediging opnieuw. Waar advocaat Emerencia, haar cliënt E.F.E. neerzette als een aanspreekpunt voor burgers, wees het OM op haar logboek met verwijzingen naar ‘Team Campagne POR’, ‘Team Campagne POR 2021’ en ‘Team Aisha’. Ook stonden achter sommige namen aantekeningen als ‘blijf partij POR en Otmar steunen’. In WhatsApp-gesprekken kwamen daarnaast campagnevoerders aan bod die hoopten op een baan bij DOW, DIP of Serlimar. Volgens het OM laten die stukken zien hoe politieke steun en overheidsfuncties door elkaar liepen, terwijl de verdediging benadrukt dat nergens uit blijkt dat Esser zelf aanstellingen regelde of daarover besliste.

VLNR: Advocaat Vito Carlo, advocaat Demis Illes en oud-minister Otmar Oduber (Melissa Stamper)

 Na vier dagen behandeling van de zaak zegt Oduber tegen het Caribisch Netwerk met vertrouwen uit te kijken naar de uitspraak. Volgens hem heeft het OM geen nieuwe feiten naar voren gebracht die aantonen dat procedures zijn omzeild. “Je ziet me met een glimlach op mijn gezicht, want er is niets nieuws gebracht door het OM”, zegt hij.

Het Hof sluit de behandeling op 1 september en houdt er rekening mee diezelfde dag uitspraak te doen.