Foto: John Samson

DEN HAAG – Nederland wil vrijdag opnieuw ingrijpen in het autonome bestuur van één van de Caribische eilanden. De Rijksministeraad wil Sint-Maarten dwingen om een zogeheten integriteitskamer door te voeren. Dat zegt premier William Marlin van Sint-Maarten. Rechtsgeleerden maken zich zorgen om de trend die vanuit Den Haag is gezet om ‘aanwijzingen’ te geven.

Als Nederlandse ministers besluiten om Aruba, Curaçao en Sint-Maarten iets op te leggen, dan kunnen de autonome eilanden zich amper verweren. De hoogleraren Paul Bovend’Eert en Gerhard Hoogers (Radboud Universiteit Nijmegen) spreken van een zorgelijke trend. In tegenstelling tot de autonome Caribische landen kunnen gemeenten kunnen wel tegen de bemoeienis van de Nederlandse regering in beroep gaan bij een neutrale instelling: de bestuursrechter.

Corruptie aanpakken
Nederland wil dat Sint-Maarten de bestuurlijke corruptie op het eiland zelf stevig aanpakt, door zo snel mogelijk een ‘integriteitskamer’ in leven te roepen. Die moet dan onafhankelijk onderzoek gaan doen naar de strafbaarheid van individuele burgers en organisaties. Maar het Constitutioneel Hof, dat wetgeving aan de grondwet van Sint-Maarten toetst, haalde vorig jaar een streep door de wet: de fundamentele rechten van personen en organisaties worden lang niet voldoende beschermd. Sint-Maarten wil de wet aanpassen en zegt daarvoor meer tijd nodig te hebben.

‘Never nooit’
“In Nederland zou zo’n integriteitskamer er never nooit kunnen komen”, reageert hoogleraar Gerhard Hoogers (staatsrecht). “In feite komt het erop neer dat de integriteitskamer mensen dwingt om mee te werken aan hun eigen veroordeling. Als die aanwijzing er komt, dan dwingt Nederland Sint-Maarten om tegen hun eigen staatsregeling in te handelen. In Nederland zeggen we toch ook niet: als de misdaad erg genoeg is, zetten we wel even de rechten aan de kant?”

Premier Sint-Maarten: ‘Bring in the troops’

Premier William Marlin vertrok woensdag naar Nederland om minister Plasterk te overhalen de ‘aanwijzing’ niet aan te bieden in de Rijksministerraad. Toch denkt Marlin dat Nederland zijn zin vrijdag zal doordrukken. “Laat de mannen maar komen”, aldus premier Marlin. “Ik ben bereid om de rotzooi hier op te ruimen, maar ik zal onder geen beding meewerken aan zo’n instructie. Om campagne te voeren voor het Koninkrijk om een zetel te verzekeren bij de Verenigde Naties ben ik wel goed genoeg. Maar wanneer we met elkaar te maken hebben in het Koninkrijk, word je weer tot kolonie gemaakt – die je kunt vertrappen wanneer je dat blieft.”

 

Hoe nu verder?
De aanwijzing over de integriteitskamer, als die komt, volgt op de verregaande ingreep die vorige week vrijdag plaatsvond voor Curaçao. Nederland greep in het bestuur van het eiland in, om te voorkomen dat de interim-regering de verkiezingen zou annuleren.

Volgens professor Bovend’Eert is het hoog tijd dat de eilanden het recht krijgen om tegen dergelijke besluiten in beroep te gaan. “Het beste is een onafhankelijke rechterlijke instantie zoals de Hoge Raad, die oordeelt of de Koninkrijksregering op de juiste wijze gebruik maakt van haar bevoegdheid om in te grijpen in het landsbestuur.”

Laatste woord
Ook professor Hoogers vindt het een taak van het nieuwe Nederlandse kabinet om te zorgen dat de eilanden in beroep kunnen gaan bij de hoogste bestuursrechter als ze een aanwijzing krijgen. “Nederland wil dat onder geen beding. Onofficieel: de Nederlandse regering heeft kennelijk geen in om het laatste woord uit handen te geven.”