De discussie over toerisme op Aruba wordt vaak teruggebracht tot de slogan ‘No More Hotels’. Maar tegenwoordig gaat het debat over veel meer dan alleen nieuwe hotelkamers. In deze vierdelige onderzoeksserie onderzoekt het Caribisch Netwerk hoe Aruba uitgroeide tot één van de meest toeristische bestemmingen van het Caribisch gebied, welke economische afhankelijkheid daardoor is ontstaan, welke maatschappelijke gevolgen inmiddels zichtbaar worden en welke keuzes de komende jaren op tafel liggen.
Deel 4: De strijd om de ruimte
In het vorige deel van deze serie werd zichtbaar hoe de groei van het toerisme steeds vaker botst met de leefomgeving, natuur en infrastructuur van Aruba. Maar wanneer is de grens bereikt?
Volgens duurzaamheidswetenschapper en milieuactivist Nigel Maduro heeft Aruba dat punt inmiddels bereikt. “We hebben een kantelpunt bereikt waarop de toerismesector ons niet langer ten goede komt”, zegt hij. “We verliezen het land, de zee, ons erfgoed en onze cultuur.”
Protesten in 2025 nabij het St. Regis Aruba Resort en Basiruti Beach tegen de verdere toeristische ontwikkeling van de kust en de toenemende druk op publieke strand- en natuurgebieden. (Melissa Stamper)
Voormalig minister Otmar Oduber (PPA) stelt juist dat Aruba nog altijd geen objectieve maatstaf heeft voor overtoerisme. Tussen 2009 en 2016 was hij minister van Toerisme en later verantwoordelijk voor Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Milieu. “Waar is de studie? Waar ligt het getal?” Volgens hem is de discussie vooral gebaseerd op beleving.
De discussie wordt te veel gevoerd vanuit de vraag hoeveel toeristen Aruba aankan, aldus Oduber. “Waarom zouden we geen nieuwe stranden aanleggen?”, vraagt hij. Baby Beach noemt hij als voorbeeld. “Als we daar dertig procent meer strand kunnen creëren, hebben we dan nog steeds overtoerisme? Ik heb het over infrastructuur.”
Baby Beach (Aruba Tourism Authority)
Ook voormalig minister Marisol Tromp (MAS) kent die spanning vanuit verschillende politieke rollen. Volgens Tromp botsten haar verantwoordelijkheden soms: vanuit Milieu zette ze vraagtekens bij verdere hotelgroei, terwijl ze vanuit Infrastructuur uitvoering moest geven aan kabinetsbesluiten. Zo zegt ze geen voorstander te zijn geweest van het latere Ritz-Carlton, maar na het besluit wel verantwoordelijk te zijn geweest voor de benodigde infrastructuur.
Tromp wijst op Eagle Beach, waar in haar tijd verschillende aanvragen voor condominiumprojecten (koopappartementen) werden gedaan, waaronder Oceania. Het terrein waar nu Embassy Suites staat, had volgens haar oorspronkelijk eveneens een bestemming voor condominiumontwikkeling. Onder latere regeringen werd die bestemming gewijzigd om hotelbouw mogelijk te maken.
Eagle Beach doordeweeks (Melissa Stamper)
Wat er al op de kaart staat
Premier Mike Eman (AVP) uitte tijdens een openbare vergadering over natuur en milieu op 10 juli zorgen over verdere hotelbouw en wat al gepland staat. “We zijn nu al bezorgd om wat er op de kaart staat”, zei hij. Eman wil de strijd over verdere hotelbouw aangaan, maar erkende dat dit voor de rechter niet eenvoudig zal zijn.
De afweging rond bestaande hotelverplichtingen lag ook in 2018 al op tafel. Toen werd een motie ingediend met de vraag aan de regering om een kosten-batenanalyse van aangegane verplichtingen voor hotelprojecten. Daarin moesten die kosten worden afgewogen tegen de maatschappelijke gevolgen van het extra personeel, onder meer voor huisvesting, verkeer, zorg en onderwijs. Volgens de toenmalige indiener is de gevraagde analyse tot nu toe niet aan de Staten aangeboden.
Bouw van de tweede fase van het Secrets Hotel in Seroe Colorado, met 300 extra hotelkamers (Melissa Stamper)
Ondertussen is de toeristische uitbreiding nog niet ten einde. Voor 2024 tot en met 2027 staan in de ontwikkelingsgegevens 4.231 nieuwe verblijfsunits opgenomen, waarvan 3.079 voor 2026 en 2027. De groei concentreert zich sterk rond Palm Beach, Eagle Beach en Arashi, maar ook in Oranjestad en bij Baby Beach staan nieuwe projecten gepland. De uitbreiding van Secrets Hotel is inmiddels in de tweede fase.
De uitbreiding van het toerisme vergroot ook de druk op de woningmarkt. Volgens het jaarverslag 2025 van woningstichting FCCA wachten meer dan 3.800 huishoudens op sociale huisvesting. In een afzonderlijke raming schat FCCA dat een uitbreiding van de toeristische sector met ongeveer 4.000 hotelkamers bovendien zo’n 5.900 extra werknemers met zich mee kan brengen, voor wie ook woonruimte nodig is.
Hoe Aruba de beschikbare ruimte voor woningbouw gebruikt, is daarmee eveneens onderdeel van de discussie. Bouwkundige Aaron Bislip (Speedy 3d Printing) hield zich onder meer bezig met het woningbouwplan voor Burubundu. Hij kwam met een alternatief waarbij de beschikbare grond anders wordt ingedeeld, zodat woningbouw wordt gecombineerd met behoud van natuur. Voor Bislip laat het plan zien dat Aruba door de schaarste anders moet gaan bouwen. “De Arubaan wil niet in een etage wonen, maar nu word je genoodzaakt om ergens een etage te gaan huren. Dat is het huidige aanbod en de prijzen zijn heel hoog.” Ook diverse bewoners met wie het Caribisch Netwerk sprak, vertellen dat het moeilijk is een huurwoning te vinden. “Er zijn zeker veel minder huizen voor ons Arubanen om te huren. Het is moeilijk voor onze eigen mensen om een plek te vinden om te wonen”, aldus een bewoner die niet bij naam genoemd wil worden.
Openbaar strand, verdeelde ruimte
De strijd om de ruimte speelt ook op het strand. Publieke toegang tot de kust was al in de oorspronkelijke plannen voor de toeristische corridor een uitgangspunt, maar staat bijna een halve eeuw later opnieuw ter discussie. De regering kondigde dit jaar voor het eerst in meer dan tien jaar een herziening van het strandenbeleid aan. Volgens minister van Toerisme, Transport en Arbeid, Wendrick Cicilia (AVP), is dat nodig vanwege de groei van het toerisme, veranderende ruimtelijke behoeften en de verzadiging van stranden. “Geen enkel strand op Aruba zal ooit eigendom zijn van een hotel”, stelde hij.
Tijdelijke nieuwe strandrichtlijnen 2026 op een QR-code bij Manchebo Beach (Melissa Stamper)
Tegelijkertijd werden in april tijdelijke regels ingevoerd voor het gebruik van palapa’s (een open ruimte met daarboven, op houten palen, een dak van gedroogde palmbladeren) en andere strandvoorzieningen na een reeks incidenten op stranden bij de toeristische zones. Hoewel het strand openbaar blijft, mogen hotels binnen aangewezen zones voorzieningen voor hun gasten beheren. Een toegewezen palapa kan daarbij als ‘in gebruik’ gelden, ook wanneer de hotelgast tijdelijk niet aanwezig is.
De nieuwe richtlijnen komen op een moment dat strandruimte al door eerdere vergunningen is verdeeld. In een uitspraak eind 2025 wees het Gemeenschappelijk Hof erop dat door eerder verleende vergunningen al grote delen van het openbare strand aan hotels zijn vergeven. Het Hof noemde daarbij expliciet de sterk toegenomen druk op de stranden van West-Aruba.
Een drukke dag op Arashi Beach. De beschikbare ruimte op de populaire stranden aan de westkust staat steeds meer onder druk. (Melissa Stamper)
Nog steeds groei
Dat Aruba niet op dezelfde manier kan blijven doorgroeien, erkent ook Aruba Tourism Authority (ATA). In antwoord op vragen van het Caribisch Netwerk verwijst de toerismeorganisatie naar het onderzoek naar de draagkracht van het eiland (carrying capacity) uit 2018 en stelt zij dat Aruba de grenzen van het traditionele toerismemodel heeft bereikt. Terwijl in deel 2 van deze serie al bleek dat de toeristische inkomsten de afgelopen jaren vooral meestegen met het aantal bezoekers, wil ATA het volume stabiliseren en het aandeel ‘high-value’ gasten vergroten: bezoekers die economisch meer bijdragen.
Tijdens de Aruba Global Travel Conference in september maakte ATA-directeur Ronella Croes dat streven concreter. Voor 2027 wil ATA de groei van het aantal verblijfstoeristen beperken tot 1,4 procent, met voorrang voor bezoekers die economisch meer bijdragen. Dat betekent nog steeds groei, maar in een lager tempo.
Toeristen gaan op de foto met de ‘I love Aruba’ bord in Palm Beach (Melissa Stamper)
Dat steeds meer toeristen niet automatisch meer welvaart per inwoner opleveren, blijkt ook uit onderzoek van econoom Arjen Alberts. In zijn proefschrift uit 2020 laat hij zien dat de economie jarenlang vooral groeide door uitbreiding van het toeristische volume, terwijl de gemiddelde productiviteit stagneerde. Alberts spreekt van een paradox: het groeimodel kan voor afzonderlijke groepen economische vooruitgang opleveren, waardoor verdere uitbreiding aantrekkelijk blijft, ook als de grenzen van het eiland in zicht komen.
Voorlopig blijft het toeristische volume toenemen. De cijfers tot en met augustus laten voorlopig een snellere groei zien. In de eerste acht maanden van 2026 lag het aantal verblijfstoeristen 11,1 procent hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder. Tegelijk wordt de luchthaven uitgebreid met extra gates en grotere wachtruimten. Volgens Aruba Airport Authority (AAA) moet daarmee de capaciteit worden vergroot op een moment dat de vraag naar reizen naar Aruba hoog blijft.
Op de vraag van het Caribisch Netwerk hoe ATA de omslag naar meer economische waarde met minder belasting van het eiland (‘High Value, Low Impact’) meet, verwijst de organisatie onder meer naar toeristische inkomsten, creditcardbestedingen, bezoekerstevredenheid en enquêtes onder vertrekkende bezoekers. Die geven inzicht in bestedingen en ervaringen, maar maken minder duidelijk hoe de druk op het eiland wordt gemeten.
In haar septembertoespraak zegt Croes dat ATA ook bredere indicatoren volgt voor de leefkwaliteit en de bescherming van natuur en cultuur. Welke maatstaven worden gebruikt om vast te stellen of bezoekers daadwerkelijk minder druk veroorzaken, licht zij in de speech niet toe.
Grenzen stellen
Ook de Aruba Hotel and Tourism Association (AHATA) pleit in antwoord op vragen van het Caribisch Netwerk voor verdergaande maatregelen. Waar ATA de groei wil afremmen, wil de hotelvereniging dat het aantal bezoekers niet verder toeneemt. AHATA pleit onder meer voor een dagelijks maximum aan vluchten en cruisepassagiers en beperkingen op nieuwe hotels en condominiumprojecten. Over projecten waarvoor al vergunningen zijn afgegeven, zou de regering volgens de organisatie met ontwikkelaars moeten onderhandelen.
De regering kondigde onlangs een nieuwe koers aan. Onder verantwoordelijkheid van minister Cicilia is een werkdocument opgesteld met twaalf programma’s voor de periode 2027 tot 2031, waaronder voorstellen voor een andere aanpak van toeristische accommodaties en de bescherming van natuur en leefomgeving. Het document is nog niet vastgesteld. Welke concrete grenzen aan verdere toeristische ontwikkeling worden gesteld, is nog onduidelijk.
Ook het ruimtelijke beleid wordt herzien. Minister René Herdé (AVP) vertelt aan het Caribisch Netwerk dat het bestaande Ruimtelijk Ontwikkelingsplan met Voorschriften (ROPV) is verlengd, omdat de voorbereiding van een herziening niet op tijd is begonnen. De bedoeling is om het ROPV samen met het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan (ROP), dat in 2029 afloopt, te herzien. Herdé onderzoekt of dit eerder kan.
Vooral de woningnood maakt die herziening volgens hem dringend. “Niet alleen de expansie van het toerisme, maar de grootste uitdaging is in mijn beleving de behoefte aan woningen. De enorme behoefte aan woningen”, zegt hij. De Dienst Infrastructuur en Planning (DIP) heeft opdracht gekregen om binnen het huidige ROPV terreinen voor woningbouw te zoeken.
Ondertussen gaat de ontwikkeling door en ligt een deel van de ruimte al vast in bestaande bestemmingen, vergunningen en projecten. Voor activist Maduro draait de vraag waar de grens ligt uiteindelijk om wie er nog ruimte overhoudt. “Indirect worden we uit ons eigen erfgoed verdrongen”, zegt hij. “We worden verdrongen uit de plekken waar we altijd kwamen. Beetje bij beetje worden die ruimten geprivatiseerd.”
Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.







