In het huis in Kintjan waar schrijver Frank Martinus Arion jarenlang woonde en werkte, is zijn aanwezigheid nog altijd voelbaar. Herinneringen aan zijn leven en werk hangen aan de muren, zijn archief wordt er bewaard en ook de stoel waarin hij altijd zat, staat er nog. Het is een rustige, bijna huiselijke confrontatie met het verleden van één van Curaçao’s belangrijkste schrijvers en intellectuelen.
Bekijk op YouTube (opent in een nieuw tabblad)Hier ontvangt zijn weduwe, antropoloog Trudi Guda (85), ons. Vanuit deze vertrouwde omgeving kijkt zij terug op het leven van haar man, die in 2015 overleed. Op zijn boeken en zijn strijd voor het Papiamentu, onderwijs en erkenning van het slavernijverleden, maar ook op zijn politieke betrokkenheid en de enorme impact die de moord op politiek leider Helmin Wiels op hem had.
Aanleiding voor het gesprek is een bijzondere erkenning. Op 9 oktober werd in De Nieuwe Kerk in Amsterdam een gedenksteen voor Frank Martinus Arion onthuld. Dat het gesprek met Guda in het Nederlands wordt gevoerd, zorgt meteen voor een luchtig moment. Zij en Martinus Arion hebben zich immers jarenlang ingezet voor de erkenning en waardering van het Papiamentu. Guda lacht. Nederlands wordt op Curaçao nu eenmaal ook gesproken, zegt ze. “Het gevecht voor het Papiamentu is in het Nederlands gebeurd.”
Verrast door de erkenning
Dat haar man een gedenksteen heeft gekregen in De Nieuwe Kerk vindt Guda ‘een hele eer’. Tegelijkertijd was ze verrast. In de jaren na zijn overlijden stond zijn werk volgens haar minder nadrukkelijk op de voorgrond, behalve wanneer het ging over slavernij en de gevolgen daarvan. Juist dat thema liep volgens haar als een rode draad door zijn werk. “Wat hij heeft geschreven, had daar altijd mee te maken, in al zijn boeken.”
Guda ziet de gedenksteen daarom ook als een herwaardering van zijn bredere oeuvre. Want in Nederland werd Frank Martinus Arion lange tijd vooral geassocieerd met één boek: Dubbelspel. In 2006 stond de roman centraal tijdens Nederland Leest en kreeg Dubbelspel grote landelijke aandacht. Maar voor Guda is het belangrijk dat haar man niet tot alleen die ene roman wordt teruggebracht. “Ik zie het geheel. Hij was een fighter en hij vocht niet alleen voor zichzelf.”
Iedere middag Dubbelspel uittikken
Guda stond vanaf het begin dicht bij zijn literaire werk. Begin jaren zeventig verbleef ze in Suriname toen zij het eerste officiële manuscript van Dubbelspel uittypte. “Ik zat iedere middag Dubbelspel uit te tikken. Het was een machtig boek.” Juist doordat zij zijn schrijverschap van zo dichtbij meemaakte, weet ze ook hoeveel zijn andere boeken voor hem betekenden. Ze vindt dat die werken lange tijd onvoldoende waardering hebben gekregen. Ze noemt onder meer Afscheid van de koningin, Nobele wilden en De deserteur. Vooral Nobele wilden noemt ze een fantastisch boek.
Guda herkende bovendien gebeurtenissen en ervaringen uit hun dagelijks leven in zijn boeken. Literatuur en werkelijkheid liepen soms in elkaar over. Daarom kijkt zij naar zijn volledige oeuvre. Niet alleen naar de succesvolle roman waarmee zijn naam bij het grote publiek verbonden raakte, maar ook naar zijn andere romans, verhalen en essays over de kunst van het schrijven.
Schrijver én strijder
Maar Frank Martinus Arion was meer dan schrijver. Zijn literaire werk liep samen met zijn maatschappelijke strijd. Hij zette zich in voor het Papiamentu, voor onderwijs en voor bewustwording over het slavernijverleden en de doorwerking daarvan. Voor Curaçao is die nalatenschap volgens Guda van grote betekenis, in het bijzonder voor de zwarte Curaçaoënaar. Ze plaatst zijn werk nadrukkelijk tegen de achtergrond van de maatschappelijke veranderingen op het eiland. Sinds 30 mei 1969 zijn de verhoudingen tussen zwart en wit volgens haar veranderd, hoewel verschillen in het dagelijks leven niet volledig zijn verdwenen. Schrijvers op Curaçao en de voormalige Nederlandse Antillen hebben volgens haar een belangrijke rol gespeeld in die ontwikkeling.
Ook Cola Debrot noemt zij in dat verband. Zijn rol in de maatschappelijke ontwikkeling verdient volgens haar eveneens aandacht, ook al kwam zijn positie hem persoonlijk duur te staan. Martinus Arion zelf kreeg tijdens zijn leven officiële erkenning en werd Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Maar dergelijke onderscheidingen waren volgens Guda niet iets waar hij bijzonder van onder de indruk was. Een gedenksteen die zijn volledige oeuvre en maatschappelijke betekenis omvat, zou hem volgens haar waarschijnlijk meer hebben aangesproken. “Dat zou hij wel leuk vinden, denk ik. Omdat het zijn hele oeuvre betreft.”
Helmin Wiels: hoop op verandering
Politiek en maatschappelijke verandering waren voor Frank Martinus Arion geen abstracte begrippen. Hij sloot zich aan bij de partij (Pueblo Soberano van Helmin Wiels, de Curaçaose politicus die op 5 mei 2013 werd vermoord. Volgens Guda zag haar man in Wiels iemand die daadwerkelijk iets voor de bevolking zou kunnen veranderen. “Als lid van de partij hoopte hij dat Wiels iets kon veranderen voor de mensen. Dat was eigenlijk ook waar hij voor vocht.”
Dat betekende niet dat Martinus Arion alles onderschreef wat Wiels zei of deed. Volgens Guda had haar man moeite met de manier waarop Wiels soms negatief over anderen sprak. Hij liet dat ook blijken. Maar zijn vertrouwen in de mogelijkheid van maatschappelijke verandering was groot. Juist daarom kwam de moord op Wiels (op 5 mei 2013 werd hij doodgeschoten op het strand van Marie Pampoen, red.) bij hem zo hard aan.
‘Hij was Frank niet meer’
Guda zag haar man na de dood van Wiels veranderen. “Toen Wiels werd vermoord, was het voor hem afgelopen. Hij was gewoon weg. Hij was Frank niet meer.” Het zijn woorden die in de rustige omgeving van het huis extra zwaar wegen. De stoel waarin hij zat, de archieven en de herinneringen zijn er nog. Guda herinnert zich hoe de man met wie zij zoveel jaren had gedeeld na de moord mentaal sterk achteruitging. “Op een gegeven moment wist hij niet eens meer wie ik was. Het was verschrikkelijk. Mentaal heeft de dood van Wiels hem heel erg getroffen.”
Guda plaatst die achteruitgang tegelijkertijd in een bredere medische context. Er was volgens haar sprake van Alzheimer of dementie. Daarnaast vond thuis een ongeval plaats waarbij een beeld op zijn hoofd viel. “Toen ging het echt niet meer.” Binnen ongeveer twee jaar overleed Martinus Arion, nadat hij longontsteking had gekregen en in het ziekenhuis was opgenomen, iets waar hij zelf volgens Guda altijd zeer afwijzend tegenover had gestaan. In die laatste levensfase beloofde zij hem dat zijn werk zou worden voortgezet.
Trudi Guda en Dulce Koopman
Slavernijverleden
Ook buiten Curaçao had Martinus Arion zich maatschappelijk ingezet. Hij gaf les aan de universiteit en werkte een periode in Nederland. Guda herinnert zich onder meer hun verblijf in Hoorn, voordat hij aan de Universiteit van Amsterdam ging werken. Daarnaast zette hij zich in voor meer aandacht voor het slavernijverleden en voor de komst van een instituut in Nederland dat zich daarmee zou bezighouden. Voor Guda vertegenwoordigt de gedenksteen daarom niet alleen de romanschrijver. Het gaat om de schrijver, intellectueel, onderwijzer en maatschappelijk strijder. “Ik vind de gedenksteen een heel mooi gebaar.”
Ook de plek waar de steen komt, heeft betekenis. In De Nieuwe Kerk worden grote namen uit de Nederlandse geschiedenis herdacht. Dat Martinus Arion daar nu tussen komt te staan, ziet Guda als een vorm van erkenning en verbreding van die geschiedenis. “Ik denk dat het een poging is om iedereen in Nederland bij elkaar te hebben, ook de buitenbeentjes.” Zelf was ze niet bij de onthulling in Amsterdam aanwezig. Ze reist niet meer. Het aanbod aan de familie – een reis voor twee personen en een verblijf van één dag in Amsterdam – bleek bovendien praktisch moeilijk uitvoerbaar. Haar dochter kon niet voor slechts één dag naar Nederland reizen. De familie besloot daarom niet te gaan.
Kritisch over nieuwe biografie
Rond dezelfde periode verscheen ook een nieuwe biografie over Frank Martinus Arion. Daarover is Guda veel kritischer. Ze werkte mee aan het onderzoek, maar kan zich niet vinden in bepaalde keuzes en interpretaties van de biograaf. Daarom heeft ze besloten niet mee te doen aan de promotie van het boek. Haar betrokkenheid begon nadat ze op de Universiteit van Curaçao een lezing van de schrijfster, Mineke de Vries, had bijgewoond. Guda kreeg toen het gevoel dat de biograaf onvoldoende zicht had op de persoon achter de schrijver.
Daarom wees zij haar op het omvangrijke archief van Martinus Arion. “Toen dacht ik: als je het archief kunt inzien, dan kun je meer van de persoon te weten komen.” De biograaf maakte vervolgens gebruik van bronnen uit onder meer het Nationaal Archief. Daarvoor is Guda dankbaar. Maar haar medewerking betekent volgens haar niet dat zij de interpretaties van de auteur deelt. Vooral de nadruk op de contacten van Martinus Arion met vrouwen stoort haar. “Dat is misschien wel leuk voor mensen om te lezen.”
Feitelijke onjuistheden die zij tegenkwam, konden worden gecorrigeerd. Maar een interpretatie is iets anders. Daarin maakt de biograaf haar eigen keuzes. “Zij heeft haar eigen blik, ik heb mijn eigen blik. Ik vind dat het mijn plicht is om mijn mening te uiten, zodat mensen weten dat ik het er niet helemaal mee eens ben.”
‘Een eenvoudige mens’
Terug in het huis in Kintjan dringt zich uiteindelijk de vraag op wie Frank Martinus Arion voor haar zelf was, achter alle boeken, onderscheidingen, politieke betrokkenheid en maatschappelijke strijd. Guda hoeft daar geen ingewikkeld antwoord op te geven. “Het was een eenvoudige mens, zonder opschepperige ideeën. Hij was altijd bezig.” Ook zijn eigen politieke ambities bekijkt zij met enige afstand. Martinus Arion richtte ooit zelf een politieke partij op, maar Guda stond daar niet achter. Achteraf is ze zelfs blij dat dit politieke avontuur niet slaagde. De partij was volgens haar vooral bedoeld om de oprichting van Skol Humanista mogelijk te maken. Uiteindelijk kwam de school langs een andere weg tot stand.
In het huis in Kintjan komen al die verschillende kanten van zijn leven weer samen: de schrijver van Dubbelspel, de man achter de boeken die volgens Guda te weinig aandacht kregen, de strijder voor het Papiamentu en onderwijs, de intellectueel die zich bezighield met slavernij en emancipatie, de politiek betrokken Curaçaoënaar die zijn hoop mede op Helmin Wiels vestigde, en de eenvoudige man die thuis altijd bezig was. Zijn stoel is leeg. Zijn archief, boeken en herinneringen zijn gebleven. En nu krijgt ook zijn naam een blijvende plek in De Nieuwe Kerk in Amsterdam.


