Komt er een vervolg aan de landspakketten?

Foto: Staatssecretaris Van der Burg met premier Mercelina van Sint Maarten

Op Prinsjesdag, dinsdag 15 september, wordt duidelijk of Nederland door wil met de landspakketten voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De hervormingsafspraken die in 2020 werden gesloten rond de Coronasteun, en sinds 2023 juridisch zijn verankerd in de Onderlinge Regeling Samenwerking bij Hervormingen, naderen hun einddatum.

In de begroting voor 2027 moet het antwoord zichtbaar worden: is er nog geld voor de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO), het instituut dat de landen bij de uitvoering ondersteunt?

Terugblik op de landspakketten
Eind 2020 maakten Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten afspraken over financiële steun in de nasleep van de Coronacrisis. Door de instorting van de toerismesector liepen de eilanden hun grootste inkomstenbronnen mis waardoor die ook niet genoeg financiële middelen hadden om de grootschalige werkloosheid te kunnen bekostigen. Het geld werd gebruikt voor het overbruggen van begrotingstekorten en voor steun aan kwetsbare gemeenschappen, families, en ondernemingen. Daaraan koppelde Nederland ingrijpende hervormingen: van onderwijs en ondernemersklimaat tot de modernisering van de Belastingdienst en overheidsdienstverlening.

De toenmalige vorm, het Caribisch Orgaan voor Hervormingen en Ontwikkeling (oftewel COHO), werd sterk bekritiseerd op de eilanden, in de Raad van State en ook in de Tweede Kamer. Uiteindelijk werd afgestapt van het omstreden COHO. In plaats daarvan werd de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) opgericht en ondergebracht bij het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dat de hervormingen moet ondersteunen. Sinds april 2023 heeft de samenwerking een formele juridische basis in de Onderlinge Regeling

Samenwerking bij Hervormingen

Al sinds begin 2021 werken de landen aan die hervormingen. De omvang van de Nederlandse steun is fors: tussen 2019 en 2024 verstrekte Nederland ruim een miljard euro aan liquiditeitssteun in goedkope leningen (Aruba €441,7 miljoen, Curaçao €448,2 miljoen, Sint Maarten €153,0 miljoen). Dit kwam ook door de sterke invloed die Corona had op de economische en financiële situatie van de eilanden.

Evaluatie: voortgang, maar nog werk aan de winkel
In april presenteerde een onafhankelijke evaluatiecommissie met leden uit alle vier landen, onder voorzitterschap van Maria van der Sluijs-Plantz, haar oordeel over de samenwerking. De conclusie was dubbel: de landspakketten hebben hervormingen daadwerkelijk op gang gebracht, en de doelen staan nog steeds overeind. Maar structurele hervormingen vragen meer tijd en de landen verschillen sterk. Aruba heeft de hervormingen inmiddels verankerd in het eigen beleid. Voor Curaçao is vooral duidelijkheid nodig over bestuurlijk commitment en prioriteiten. Sint Maarten heeft als kleinste land de meest kwetsbare uitgangspositie, onder meer door de beperkte uitvoeringscapaciteit. Het kabinet beloofde ‘na de zomer’ met een inhoudelijke reactie te komen. Die reactie is nog altijd niet verschenen. Prinsjesdag is het eerstvolgende moment waarop duidelijkheid kan komen.

Van der Burg houdt lippen stijf
In het commissiedebat over de EU-dimensie op 2 september wilde staatssecretaris Eric van der Burg (VVD, koninkrijksrelaties) niets loslaten: of de landspakketten doorgaan, is pas op 15 september te horen. “Dan zou ik iets zeggen over de begroting voor 2027”, zegt hij. Een dag eerder had de ministerraad de begroting al vastgesteld, het kabinet weet het antwoord dus al. Tweede Kamerlid Heera Dijk (D66) kondigde een tweeminutendebat aan, maar Van der Burg adviseerde daarmee te wachten tot ná de begroting. Als de landspakketten erin staan, komt het onderwerp vanzelf aan de orde bij de begrotingsbehandeling, zo was zijn redenering. Tweede Kamerlid Mikal Tseggai (PRO) pleitte in datzelfde debat voor een nieuw overleg zodra de kabinetsreactie er is.

Afwachtend op Prinsjesdag
Het antwoord op de vraag of Nederland doorgaat met de landspakketten laat niet lang meer op zich wachten. De meest concrete aanwijzing voor een verlenging zal de aanwezigheid van een budget voor de Tijdelijke Werkorganisatie in de begroting van 2027 zijn. Mocht het Nederlandse kabinet besluiten de financiering te stoppen, dan dreigen de hervormingstrajecten voortijdig te stranden. Dat geldt met name voor het financiële beheer: uit de meest recente voortgangsrapportage blijkt dat een goedgekeurde controleverklaring voor Aruba en Sint Maarten pas in 2027 in beeld komt, en voor Curaçao pas in 2028. Maar ook bij een eventuele voortzetting blijven er volgens de evaluatiecommissie grote obstakels bestaan. De commissie benadrukte in haar rapport al dat de beperkte uitvoeringscapaciteit en het wisselende bestuurlijke commitment op de eilanden cruciale factoren blijven voor het slagen van de hervormingen.