Het onderwijssysteem op Bonaire dat sterk is gebaseerd op het Nederlandse model, sluit niet altijd goed aan op de lokale situatie. Hoewel leerlingen profiteren van internationaal erkende diploma’s en doorstroommogelijkheden, groeit de kritiek dat het systeem onvoldoende rekening houdt met taal, cultuur en de praktijk op het eiland.Een rapport dat de Nederlandse Onderwijsraad recent heeft gepubliceerd heeft de felle discussie over het onderwijssysteem op het eiland opnieuw aangewakkerd.
Op Bonaire begint onderwijs met kinderopvang en basisonderwijs (funderend onderwijs), gevolgd door voortgezet onderwijs, voornamelijk via Scholengemeenschap Bonaire. Leerlingen kunnen daar doorstromen naar verschillende niveaus, van praktijkonderwijs tot het VWO. Daarna kiezen sommigen voor het MBO op het eiland, terwijl anderen voor vervolgstudies naar Nederland, de Verenigde Staten of de regio vertrekken. Sedney Marten stelt dat het systeem geen gelijke kansen garandeert voor lokale leerlingen en pleit voor een ingrijpende hervorming. Hij is voormalig docent en onderwijsinspecteur en voorzitter van de Werkgroep Positie Papiamentu Bonaire.
Taal als struikelblok
Eén van de grootste knelpunten is de taal. Veel kinderen groeien op met Papiaments als moedertaal, terwijl Nederlands vaak de belangrijkste instructietaal is op school. Dit zorgt ervoor dat leerlingen eerst een taal moeten beheersen voordat zij de lesstof volledig kunnen begrijpen. Onderwijsexperts wijzen erop dat dit kan leiden tot leerachterstanden. Leerlingen die moeite hebben met het Nederlands lopen het risico achter te raken, ondanks dat zij wel over de capaciteiten beschikken. De discussie over Papiaments in het onderwijs is daarom niet alleen inhoudelijk, maar ook emotioneel geladen. Het is een belangrijk onderdeel van de identiteit en cultuur van Bonaire. Het is de taal waarin kinderen opgroeien, waarin families communiceren en waarin tradities worden doorgegeven.
“Je breekt de geest van een kind. Het is één van de zwaarste vormen van druk die een kind kan ervaren. Het durft geen vragen te stellen uit angst dat anderen hem uitlachen. En dan staan we er van te kijken dat onze kinderen niet willen praten,” zegt Marten.
Foto Sedney Marten
De discussie over de positie van het Papiaments in het onderwijs is niet nieuw, maar is opnieuw actueel geworden na rapporten van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme en de Onderwijsraad, die de ontwikkeling van kinderen centraal stellen. Tegelijkertijd is er een groep die zich verzet tegen verdere invoering van het Papiaments in het onderwijs. Deze groep stelt dat het Nederlands essentieel is voor academische en professionele kansen. Volgens hen biedt beheersing van het Nederlands toegang tot hoger onderwijs in Nederland en een bredere arbeidsmarkt. Een systeem waarin Papiaments centraal staat, zou de perspectieven van leerlingen beperken.
Gebrek aan lesmateriaal en onvoldoende opgeleide docenten vormen bovendien een belangrijk obstakel voor de invoering van het Papiaments. Marten verwerpt dit argument. “Waar kun je terecht met Nederlands? Alleen in Nederland. Dat is geen argument. We vergeten hoeveel een kind kan bereiken als het zijn moedertaal kan gebruiken en zich zeker voelt,” aldus Marten. Op Bonaire stroomt ongeveer 20 procent van de basisschoolleerlingen door naar Havo/VWO, tegenover circa 45 procent in Nederland. De meerderheid stroomt door naar VMBO of Mavo.
Nederlandse structuur, lokale verschillen
Het systeem is ingericht volgens Nederlandse standaarden, inclusief lesmethoden en toetsing. Dat biedt voordelen, zoals aansluiting op vervolgonderwijs in Nederland. Tegelijkertijd wordt steeds vaker de vraag gesteld of deze aanpak past bij de realiteit van Bonaire. Hierdoor speelt het onderwijs onvoldoende in op lokale omstandigheden, zoals de arbeidsmarkt en cultuur. Niet alle leerlingen vertrekken naar Nederland, maar het systeem lijkt daar wel grotendeels op gericht.
“Het hele systeem is ontworpen om jongeren het eiland te laten verlaten. Zelfs studiefinanciering is meer gericht op studeren in Nederland. Waarom leiden we onze kinderen op om weg te gaan en niet om terug te keren?”, zegt Marten.
Naast taal spelen ook andere factoren een rol, zoals een tekort aan gekwalificeerde docenten, afhankelijkheid van buitenlandse leraren en een beperkte aansluiting tussen onderwijs en de lokale arbeidsmarkt. Deze combinatie maakt dat het systeem voor lokale leerlingen minder effectief is. De Nederlandse overheid is verantwoordelijk voor het beleid en de financiering, samen met schoolbesturen op het eiland die opereren binnen een systeem dat zij zelf niet hebben ontworpen. Volgens Marten zou het onderwijs meer in handen moeten komen van het lokale bestuur.
