Aruba viert 40 jaar status aparte (3)
Op 18 maart 2026 viert Aruba een historisch moment: veertig jaar status aparte. Voor premier Mike Eman (64) van de Arubaanse Volkspartij (AVP) is deze mijlpaal niet alleen een nationaal moment van reflectie, maar ook een persoonlijke herinnering aan een strijd die generaties van zijn familie hebben gevoerd. Dulce Koopman interviewt de komende dagen verschillende belangrijke betrokkenen over veertig jaar status aparte.
Mike Eman begon zijn huidige ambtstermijn op 28 maart 2025 na de vorming van een nieuwe regering van AVP en Futuro. Eerder was hij al premier van 2009 tot 2017. Hij is de vijfde premier in de geschiedenis van het land. Zijn politieke agenda richt zich sterk op duurzame ontwikkeling en economische versterking van Aruba.
Ook koning Willem-Alexander was aanwezig op Aruba in verband met de festiviteiten van veertig jaar status aparte, meldt de overheid. Het bezoek aan Aruba stond in het teken van twee belangrijke historische momenten: veertig jaar status aparte (1986–2026) en vijftig jaar nationaal volkslied en vlag (1976–2026). Op deze dag wordt stilgestaan bij de ontwikkeling die Aruba heeft doorgemaakt sinds het zijn autonome status kreeg, maar ook bij de huidige uitdagingen en de toekomst van Aruba. ”Onze vlag en het nationale volkslied “Aruba Dushi Tera” symboliseren nationale identiteit en eenheid. Het bezoek onderstreept de sterke band tussen Aruba en het Koninkrijk”, informeert de Arubaanse overheid.
In een uitgebreid gesprek met het Caribisch Netwerk blikt Eman terug op de betekenis van de status aparte, de historische strijd voor autonomie en de toekomst van Aruba.
Een strijd die generaties overspant
Voor Eman heeft de viering van veertig jaar status aparte een diep persoonlijke betekenis. De wortels van deze strijd gaan volgens hem terug tot zijn overgrootvader Cornelis Hendrik Eman, die rond 1900 werd gekozen in de toenmalige Politieraad van Aruba.
De Politieraad was in die tijd een bestuurlijk orgaan met beperkte bevoegdheden. Aruba werd toen beschouwd als een ondergeschikt eiland als deel van de Onderhorige Eilanden, onder het grootste eiland, Curaçao. Grote beslissingen werden op Curaçao genomen, terwijl Aruba weinig politieke invloed had.
Volgens Eman botste dit met de ambities van de Arubaanse bevolking. Zijn overgrootvader pleitte daarom al vroeg voor meer ontwikkeling op het eiland, zoals betere scholen, een grotere haven en een waterdistributiesysteem. De reactie uit Curaçao was destijds afwijzend: daar was al een grote haven en Aruba moest tevreden zijn met wat er was.
Toch hield Cornelis Hendrik Eman vast aan zijn overtuigingen. Zijn inzet leidde uiteindelijk tot verbeteringen, waaronder de uitbreiding van de haven die tegenwoordig de naam Cornelis Hendrik Eman Kade draagt. Volgens de premier maakte deze strijd duidelijk dat Aruba voor verdere ontwikkeling meer politieke ruimte nodig had.
De weg naar autonomie
De strijd voor autonomie werd later voortgezet door de volgende generatie. Henny Eman, de zoon van Shon A. Eman en de grote broer van Mike Eman, zette de beweging voort. In 1948 diende Shon A. Eman, Mike Eman’s vader, de eerste motie in voor een afzonderlijke status voor Aruba. Daarmee werd het verlangen naar autonomie officieel erkend binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Uiteindelijk zou deze wens werkelijkheid worden op 1 januari 1986, toen Aruba zijn status aparte kreeg.
Het bijzondere moment werd nog symbolischer doordat Henny Eman, een afstammeling van de eerste pleitbezorger voor autonomie, de eerste premier van Aruba werd. Voor Mike Eman blijft dit een emotioneel onderwerp. “Zelfs als je geen directe familieband zou hebben met deze geschiedenis, voel je als Arubaan een enorme trots dat je eiland zijn eigen autonome ruimte heeft gekregen,” zegt hij.
Samenwerking met Da Costa Gomez
Een belangrijk hoofdstuk in deze geschiedenis is de samenwerking tussen Arubaanse en Curaçaose leiders. Volgens Eman kreeg zijn grootvader steun van Moisés Frumencio da Costa Gomez, één van de belangrijkste politieke leiders uit Curaçao en een pleitbezorger voor autonomie binnen de Nederlandse Antillen.
Hoewel beide leiders verschillende politieke doelen hadden, herkenden zij volgens Eman hetzelfde fundamentele principe: het recht van een volk om zijn eigen toekomst te bepalen. “Het recht van een volk om zijn eigen lot te bepalen is iets heiligs,” zegt Eman. Deze overtuiging bleef volgens hem een rode draad in de Arubaanse politiek en werd later ook gedragen door prominente leiders, zoals Betico Croes en Juancho Irausquin.
Waarom autonomie belangrijk is
Volgens Mike Eman ligt de waarde van autonomie vooral in het feit dat bestuur dichter bij de samenleving staat. Wanneer een regering dicht bij de gemeenschap staat, begrijpt zij beter wat de behoeften en wensen van de bevolking zijn. Daarom moeten bestuurders volgens hem altijd handelen vanuit het principe van het algemeen belang, het zogenaamde ‘common good’. De politieke ruimte die Aruba sinds 1986 heeft gekregen, heeft het land in staat gesteld zijn eigen prioriteiten te bepalen.
De grootste uitdagingen bij het begin van status aparte
De invoering van de status aparte ging gepaard met grote onzekerheid. Kort voordat Aruba autonomie kreeg, sloot de Lago-olieraffinaderij, destijds de belangrijkste werkgever van het eiland. Het gevolg was dat Aruba plotseling met ongeveer 30 procent werkloosheid werd geconfronteerd. Veel inwoners emigreerden naar Nederland en er ontstond twijfel over de economische toekomst van het eiland.
Daarbovenop moest Aruba een eigen staatsstructuur opbouwen. Instellingen, zoals de Centrale Bank, de Raad van Advies, de Rekenkamer en het gerechtelijk systeem moesten in korte tijd worden opgezet. Ook werd een eigen munt ingevoerd: de Arubaanse florin, die de Antilliaanse gulden verving. Ondanks de onzekerheid bleek het vertrouwen van de bevolking groot.
Binnen honderd dagen na de invoering had 95 procent van de bevolking zijn Antilliaanse gulden ingewisseld voor de Arubaanse florin. Voor Eman is dat een bewijs van de sterke overtuiging van de Arubanen in hun eigen autonomie.
Economisch herstel door toerisme
Na de economische crisis van de jaren tachtig werd onder leiding van premier Henny Eman een ambitieus herstelplan ontwikkeld. De kern van dit plan was een snelle uitbreiding van de toeristische sector. Aruba had destijds slechts 2000 hotelkamers, maar de regering stelde als doel dit aantal binnen enkele jaren sterk te verhogen.
De strategie werkte. Binnen vier jaar werd het aantal hotelkamers onder constructie verdrievoudigd. Vandaag vormt het toerisme de belangrijkste economische pijler van Aruba. Veel hotels die destijds werden ontwikkeld, behoren vandaag tot de fundamenten van de Arubaanse economie.
Mike Eman en Dulce Koopman
De vorming van de Arubaanse identiteit
Volgens Mike Eman heeft de strijd voor autonomie ook een belangrijke rol gespeeld in de vorming van de Arubaanse identiteit. Hij ziet een sterke historische lijn van solidariteit en veerkracht die teruggaat tot de oorspronkelijke bewoners van het eiland. Door het droge klimaat en de moeilijke omstandigheden ontwikkelde zich volgens hem een cultuur van samenwerking en doorzettingsvermogen.
Deze eigenschappen hebben volgens Eman ook latere generaties gevormd en versterkten het gevoel van verbondenheid met het eiland. “Die band met het eiland en dat gevoel van trots vormen de ziel van Aruba,” zegt hij.
De emotie van 18 maart
Voor veel Arubanen is 18 maart een dag van grote betekenis. Op die dag in 1976 werden de Arubaanse vlag en het volkslied officieel ingevoerd. De datum werd gekozen door de politieke leider Betico Croes, die verwees naar het historische moment waarop de motie voor een afzonderlijke status voor Aruba werd ingediend.
Volgens Eman symboliseert deze dag de kracht van volharding. “Op weg naar autonomie waren er veel ‘nee’s’ voordat er uiteindelijk een ‘ja’ kwam,” zegt hij. “Maar het volk van Aruba heeft nooit opgegeven.”
Een cruciale rol voor Betico Croes
Na het overlijden van eerdere leiders werd de strijd voor autonomie nieuw leven ingeblazen door Betico Croes, een charismatische politieke leider die in de jaren zeventig de onafhankelijkheidsbeweging opnieuw mobiliseerde. Volgens Eman was zijn rol cruciaal. Zonder de inzet van Croes had de beweging mogelijk haar momentum verloren.
Ook andere leiders speelden een belangrijke rol. Zo noemt Eman voormalig premier Nelson Oduber, die in de jaren negentig samen met oppositieleider Henny Eman een belangrijk document ondertekende. Daarmee werd de geplande onafhankelijkheid van Aruba in 1996 uit het Statuut geschrapt. Volgens Eman was dit een historisch moment van samenwerking tussen politieke rivalen, met als doel stabiliteit en continuïteit voor Aruba te waarborgen.
Trots op het verleden, blik op de toekomst
Veertig jaar na het verkrijgen van de status aparte ziet premier Mike Eman vooral redenen tot trots. Volgens hem hebben de generaties vóór hem niet alleen gestreden voor autonomie, maar ook een evenwicht gevonden tussen nationale zelfstandigheid en samenwerking binnen het koninkrijk.Die balans blijft volgens hem essentieel voor de stabiliteit van Aruba.
“Wij hebben veel te danken aan de visie en verantwoordelijkheid van de leiders die ons voorgingen,” zegt Eman. “Hun strijd heeft Aruba gevormd tot het land dat wij vandaag zijn.” Met de viering van 40 jaar status aparte herdenkt Aruba niet alleen zijn politieke geschiedenis, maar ook de vastberadenheid van een volk dat geloofde in zijn eigen toekomst.
