‘Dit systeem remt onze kinderen’: Bonaire trekt aan de bel over Papiamentu (1)

Foto: Marit Severijnse

De Werkgroep Positie Papiamentu op Bonaire is teleurgesteld in een reactie van de Nederlandse ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Volgens de groep gaat Den Haag nog steeds niet inhoudelijk in op hun zorgen. Hoewel Papiamentu in 2024 officieel is erkend onder het Europese Handvest regionale talen en minderheidstalen, dat Nederland verplicht de taal te beschermen en te stimuleren, zien betrokkenen daar in de praktijk weinig van terug. “Wie alleen Papiamentu spreekt, maar moeite heeft met Nederlands, wordt in dit systeem direct geremd,” zegt voorzitter en oud-leraar Sedney Marten.

Vorig jaar mei stuurde de werkgroep samen met Fundashon Akademia Papiamentu een brief aan beide ministeries met zorgen over de positie van het Papiamentu in het onderwijs en voorstellen voor verandering. “Het gaat ons niet om de instructietaal, maar om een volwaardige plek voor de moedertaal van de meeste leerlingen in het onderwijs,” zegt Marten.

De eerste spreekbeurt
Volgens de werkgroep beïnvloedt het ontbreken van zo’n plek niet alleen het leren, maar ook hoe leerlingen zich in de klas voelen. “Eén van de grootste vormen van pesten vindt plaats in de klas, wanneer een kind zijn eerste spreekbeurt moet doen in het Nederlands, een taal waarin het zich niet prettig voelt,” zegt Marten. Een eerste reactie, een halfjaar later, en ook de meest recente van OCW in februari, stellen de groep nog steeds niet tevreden. “Onze belangrijkste zorgen werden genegeerd en er werd vooral herhaald wat al bekend was,” zegt hij.

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) gaat niet in op de kritiek en stelt tegenover het Caribisch Netwerk dat het vooral van belang is dat de werkgroep ‘aangesloten blijft bij de ontwikkelingen rond het Papiamentu op het gebied van beleid en leermiddelen’, aldus woordvoerder Matthijs Holtrop van OCW Nederland.

Beleid en misvattingen in Den Haag: “Zij hebben een taalachterstand”

Tijdens een rondetafelgesprek met Nederlandse Kamerleden en experts over taal in Caribisch Nederland in Den Haag sprak Elsmarie Beukenboom, voorzitter van Fundashon Akademia Papiamentu, met een Tweede Kamerlid over Bonairiaanse studenten die in Nederland kwamen studeren. Na een kort gesprek concludeerde hij dat zij een ‘taalachterstand’ hadden, omdat hun Nederlands afweek van de norm. “Een taalachterstand? Omdat wij niet zo praten als hij? Zo praten wij,” reageert Beukenboom.

Volgens Beukenboom laat dit een fundamenteel misverstand zien: afwijking van het standaard-Nederlands wordt al snel als tekort gezien. “Men kijkt niet naar hoe goed een leerling Papiamentu, Engels of Spaans beheerst. Zodra het Nederlands niet perfect is, noemen ze het een taalachterstand,” zegt ook Marten.

Volgens hen speelt deze manier van denken ook door in het beleid. “Wanneer de school zegt dat ‘het kind centraal staat’, lijkt het alsof alleen de Europese-Nederlandse leerling centraal staat,” zegt Marten. In plaats van de moedertaal te versterken, is het aantal lesuren Nederlands de afgelopen jaren juist verhoogd. “Maar zonder een stevige basis in de moedertaal wordt een vreemde of tweede taal leren juist moeilijker,” voegt hij toe.

Het idee van een (vermeende) ‘taalachterstand’ speelt al langer in gesprekken tussen Haagse politici en de eilanden. Zo sprak oud-staatssecretaris Tamara van Ark (VVD) in 2019 tijdens een bezoek aan Bonaire over een mogelijke vervroegde start van de leerplicht, waarbij werd verkend of kinderen al vanaf vier of zelfs drie jaar naar school zouden gaan om eerder met het Nederlands in aanraking te komen. Die plannen zijn niet doorgevoerd, maar onderstreepten wel hoe sterk de focus ligt op het vroeg aanpakken van taalachterstanden, onder meer via investeringen in voorschoolse opvang en onderwijs.

Beukenboom vindt dat de huidige wetgeving tekortschiet en in de praktijk discriminerend uitpakt. “Het negeren van de moedertaal kost kinderen kansen en gaat in tegen kinderrechten,” zegt ze.

“Nederlands heeft mijn carrière voortdurend beperkt”
Mazarella Jansen, coördinator en docent Papiamentu op de middelbare school, merkte al jong dat haar beheersing van het Nederlands haar mogelijkheden beperkte. “Op de basisschool was ik goed in bijna alle vakken, behalve Nederlands. Daardoor kon ik niet naar de mavo en niet de schoolrichting doen die ik wilde,” vertelt ze. Toen ze later bij de politie werkte, bleek opnieuw dat Nederlands een obstakel was. “Omdat mijn Nederlands niet goed genoeg was, kon ik geen rechercheur worden. Het vormde steeds een barrière.”

“In opleidingen voor docent Papiamentu heb ik alles afgerond: ik ben bevoegd voor lager en middelbaar onderwijs en heb een masters degree behaald. Maar beheers je het Nederlands niet goed, dan kom je niet verder. Hoe goed je moedertaal ook is.” Ook nu merkt Jansen dat beheersing van het Nederlands doorslaggevend blijft bij sollicitaties op Bonaire. “Bij veel functies geldt hetzelfde,” zegt ze. “Omdat mijn Nederlands niet op hoog niveau is, kan ik bijvoorbeeld geen teamleider worden op de middelbare school.”

Volgens Marten is haar verhaal typisch voor wat veel leerlingen en docenten meemaken. “We werken in een systeem dat volledig op zijn kop staat. Het wordt tijd dat al onze kinderen succesvol kunnen zijn, niet alleen degenen die perfect Nederlands spreken.” Ondanks de officiële erkenning van Papiamentu onder het handvest en toezeggingen van Den Haag, merken leerlingen en docenten daar in de klas weinig van. Deel 2 gaat dieper in op hoe dit systeem ongelijkheid produceert en welke concrete knelpunten leerlingen en docenten dagelijks ervaren.