Nelson Oduber: “MEP brak de keten van constitutionele slavernij”

Aruba viert 40 jaar status aparte (4)

De strijd voor de status aparte van Aruba was geen spontaan politiek proces, maar het resultaat van een lange en complexe strijd. Eén van de sleutelfiguren in dat proces was Nelson Oduber (79), die als coördinator van de status aparte nauw samenwerkte met Betico Croes, de grondlegger van de Arubaanse autonomie. Dulce Koopman interviewt de komende dagen verschillende belangrijke betrokkenen over veertig jaar status aparte. 

Volgens Oduber begon de strijd al in de jaren zeventig, toen duidelijk werd dat Aruba binnen de Nederlandse Antillen weinig politieke ruimte had om zijn eigen koers te bepalen. De partij Movimiento Electoral di Pueblo (MEP) zag het als haar missie om Aruba los te maken uit het Antilliaanse staatsbestel. In de woorden van Oduber aan het Caribisch Netwerk: het doel was om ‘de keten van constitutionele slavernij te breken’.

De visie van Betico Croes

Betico Croes ontwikkelde een duidelijke strategie om Aruba uiteindelijk een status aparte te laten verkrijgen. Toen de MEP in 1973 toetrad tot het Antilliaanse bestuur, probeerde de partij via decentralisatie meer macht naar Aruba te brengen. Oduber, die net terug was van zijn studie in Nederland, maakte deel uit van deze politieke ontwikkeling. In 1975 werd hij op 28-jarige leeftijd gekozen als één van de jongste Statenleden van Aruba. Croes vroeg hem om zich te richten op cultuur en constitutionele zaken, twee onderwerpen die volgens Croes essentieel waren voor de Arubaanse emancipatie.

De partij probeerde via decentralisatie hervormingen door te voeren, maar dat lukte nauwelijks. Volgens Oduber ontbrak de politieke wil om Aruba daadwerkelijk meer autonomie te geven. Uiteindelijk werden slechts twee kleine bevoegdheden gedecentraliseerd. Daarom begon Croes te zoeken naar een andere strategie: Aruba moest uiteindelijk loskomen uit de Antilliaanse staatsstructuur, die gebaseerd was op een tweelaags bestuurssysteem met Curaçao als dominante politieke speler.

Cultuur als fundament van de strijd

Voor Betico Croes speelde cultuur een centrale rol in de emancipatie van Aruba. Hij geloofde sterk dat een volk zonder culturele identiteit geen toekomst heeft. Met dat idee richtte Oduber het Instituto di Cultura op. Dit instituut had als doel het Arubaanse erfgoed, folklore en de nationale identiteit te versterken. Volgens Croes was de strijd voor politieke autonomie onmogelijk zonder een sterk cultureel bewustzijn onder de bevolking.

Tegenstanders beweerden vaak dat de bevolking geen steun gaf aan de status aparte. Daarom besloot de MEP een historisch initiatief te nemen. Op 25 maart 1977 organiseerde Aruba het eerste consultatieve referendum binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het referendum stelde de bevolking een fundamentele vraag: Moet Aruba zijn eigen zaken regelen binnen de Nederlandse Antillen, of buiten de Antilliaanse staatsstructuur?

De uitslag was duidelijk: 82,5 procent van de Arubaanse bevolking stemde voor het regelen van de eigen zaken buiten de Antillen. Voor Oduber was dit één van de belangrijkste momenten in de hele strijd, omdat het geen verkiezingsuitslag was, maar een directe uitspraak van het volk. Hoewel Nederland en sommige Antilliaanse politici aanvankelijk sceptisch waren en het referendum juridisch niet bindend noemden, vormde het wel een krachtige politieke basis voor de Arubaanse autonomie.

Politieke spanningen en de acties van 1977

De politieke situatie werd nog ingewikkelder toen de MEP in 1977 weliswaar de verkiezingen won en vijf van de acht Arubaanse zetels behaalde, maar toch buiten de regering werd gehouden. Partijen uit Curaçao, Bonaire en de Bovenwindse eilanden vormden samen met een kleine Arubaanse partij een regering zonder MEP. Volgens Oduber werd hiermee de wil van de Arubaanse kiezer genegeerd. De frustratie hierover leidde tot de ‘Augustusacties’ van 1977, waarbij grootschalige protesten en stakingen plaatsvonden. Tijdens deze periode werden elektriciteit en andere voorzieningen tijdelijk stilgelegd, wat leidde tot een week van grote spanningen op het eiland.

De Antilliaanse regering stuurde zelfs een ‘riotcommando’ (oproerpolitie) naar Aruba om de orde te herstellen. Uiteindelijk moest Nederland ingrijpen en werd er een Arubaanse delegatie ontvangen. Dit leidde op 20 april tot het Protocol van Willemstad, waarin werd afgesproken dat de politieke structuur van de Nederlandse Antillen moest worden herzien.

Nationale symbolen: vlag en volkslied

Een ander belangrijk moment in de ontwikkeling van Aruba als natie was de invoering van nationale symbolen. Op verzoek van Croes stelde Oduber twee commissies in: één voor het volkslied en één voor de vlag van Aruba. Als verantwoordelijk Statenlid speelde hij een belangrijke rol in dit proces. Op 18 maart 1976 kreeg Aruba officieel zijn eigen vlag en volkslied. Hoewel sommige Antilliaanse politici destijds lacherig deden over deze symbolen, hebben vandaag de dag alle eilanden binnen het koninkrijk hun eigen vlag.

Internationale steun zoeken

De MEP besefte dat internationale steun belangrijk was. Daarom reisden Croes, Oduber en Edgar “Watty” Vos (voormalig minister van Justitie, die in 2001 is overleden) naar Londen om aansluiting te zoeken bij de Socialistische Internationale. Daar probeerden zij internationale aandacht te krijgen voor de Arubaanse zaak. Vervolgens reisde de delegatie naar New York, waar zij spraken met de VN-commissie voor dekolonisatie.

De commissie maakte duidelijk dat separatistische bewegingen meestal geen steun krijgen van de Verenigde Naties (VN). Alleen wanneer een volk recht heeft op zelfbeschikking als geheel kan dit internationaal worden erkend. Dit inzicht leidde ertoe dat de MEP haar strategie gedeeltelijk aanpaste.

Onafhankelijkheid als strategie — en waarom die werd geschrapt

De discussie over onafhankelijkheid zorgde op Aruba voor veel onrust. Veel inwoners vreesden dat zij hun Nederlandse nationaliteit en paspoort zouden verliezen. Maar volgens Nelson Oduber was onafhankelijkheid nooit het uiteindelijke doel van Croes. Het was vooral een strategische stap in de onderhandelingen.

Toen de status aparte uiteindelijk werd gerealiseerd, speelde Oduber een belangrijke rol in het aanpassen van de afspraken. Hij schrapte de verplichting tot onafhankelijkheid en zorgde ervoor dat in het Statuut werd vastgelegd dat Aruba alleen onafhankelijk kan worden wanneer het Arubaanse volk dit via een referendum goedkeurt, en het parlement dit met een tweederdemeerderheid ondersteunt. Hiermee werd voorkomen dat Aruba automatisch onafhankelijk zou worden of dat een toevallige politieke meerderheid die beslissing zou kunnen nemen.

De Ronde Tafel Conferentie

De voorbereidingen voor de onderhandelingen met Nederland werden zorgvuldig georganiseerd. Een speciale Raadscommissie met vertegenwoordigers van politieke partijen, maatschappelijke organisaties en religieuze leiders werkte aan een gezamenlijke strategie. Deze commissie stelde een instructienota op voor de Arubaanse delegatie die deelnam aan de Ronde Tafel Conferentie in Den Haag.

Tijdens deze conferentie, die plaatsvond tussen 7 en 12 maart, werd uiteindelijk een doorbraak bereikt. Aruba zou een status aparte krijgen binnen het koninkrijk, met een overgangsperiode van tien jaar richting mogelijke onafhankelijkheid. Maar de onderhandelingen gingen moeizaam. Nederland probeerde aanvankelijk Aruba slechts administratief te scheiden van de Antillen. Terwijl Aruba volledige autonomie eiste, inclusief een eigen centrale bank en eigen munt.

Op een cruciaal moment riep de Nederlandse minister-president Ruud Lubbers (CDA) vertegenwoordigers van alle delegaties bijeen in een klein comité. Hij stelde voor dat Aruba op 1 januari 1986 de status aparte zou krijgen, met een overgangsperiode van tien jaar richting onafhankelijkheid. Croes stemde hiermee in, maar onder één belangrijke voorwaarde: de mogelijkheid moest blijven bestaan om later te evalueren of onafhankelijkheid werkelijk wenselijk was.

De strijd voor de status aparte van Aruba was het resultaat van jarenlange politieke strijd, strategisch denken en maatschappelijke mobilisatie. Oduber speelde daarin een centrale rol, zowel als politicus, organisator en onderhandelaar. Samen met Croes legde hij de basis voor een nieuw politiek hoofdstuk in de geschiedenis van Aruba. Hun doel was niet alleen autonomie, maar ook een sterkere nationale identiteit en democratische legitimiteit.

Zoals Oduber het zelf samenvat: de strijd ging uiteindelijk om één fundamentele zaak — het recht van het Arubaanse volk om zelf zijn toekomst te bepalen.