Conferentie bevestigt: Schrikbarende cijfers over agressie onder jongeren op Curaçao

Foto: Dulce Koopman

Meer dan één op de drie jonge leerlingen op Curaçao ervaart regelmatig agressie. Een substantiële groep initieert zelf geweld en een kleine kern is structureel betrokken bij zware vormen van agressie. Dit blijkt uit een onderzoek  van de Foundation Fair Educational Chance (FFEC)  en de Stichting Nederlandse Persoonlijkheidsvragenlijst naar agressie onder de schoolgaande jeugd.

Aan het begin van dit jaar klonken al alarmerende signalen, onder meer van het Rooms-Katholiek Schoolbestuur en de onderwijsvakbond SITEK, over dit fenomeen. Tegen het Caribisch Netwerk verklaarde de directeur van het Rooms-Katholiek Schoolbestuur, Royla Pierre, dat agressief gedrag niet langer wordt getolereerd, omdat het de goede naam van de organisatie schaadt. SITEK-voorzitter Lio Plantijn gaf aan dat de overheid dit probleem serieus moet nemen en maatregelen moet treffen ter bescherming van het onderwijspersoneel.

De aula van de University of Curaçao was op 20 februari 2026 tot de laatste stoel gevuld. De conferentie ‘Agressie en Persoonlijkheid’, trok een breed publiek van leerkrachten, schoolleiders, zorgprofessionals, politiefunctionarissen en vertegenwoordigers uit de justitiële keten. Centraal stond een grootschalig onderzoek naar pesten en agressie onder jongeren op Curaçao. Initiatiefneemster Odette van Brummen-Girigori, oprichter van FFEC en hoofdonderzoeker, presenteerde de resultaten samen met Dick Barelds (Rijksuniversiteit Groningen) en Pieternel Dijkstra. De belangstelling onderstreepte de urgentie van het thema. “We wisten dat agressie regelmatig voorkomt,” aldus Van Brummen, “maar de ernst en omvang zoals die nu uit cijfers blijken, zijn alarmerend.”

Waarom dit onderzoek?

Volgens Van Brummen was het onderzoek een reactie op signalen uit de samenleving. “In de media, maar ook in onze eigen praktijk, zagen we dat agressie onder jongeren toeneemt. Wat we niet wisten, was: hoe vaak komt het voor, hoe ernstig is het en welke psychologische factoren spelen mee?” Het doel was tweeledig: inventariseren van de aard en frequentie van agressie. En hetin kaart brengen van psychologische risicofactoren, zodat interventies evidence-based kunnen worden ontwikkeld. De conferentie diende om de resultaten te presenteren én in dialoog te gaan met het werkveld over concrete oplossingen.

Aan het onderzoek namen 2.204 leerlingen deel: 1.198 uit het funderend onderwijs (FO) en 1.006 uit het voortgezet onderwijs (VO). Niet alle scholen verleenden toestemming, maar het onderzoeksteam verzamelde aanvullende data via sportverenigingen, huiswerkbegeleiding en andere jongerenlocaties. Volgens Van Brummen is de steekproef representatief voor jongeren op Curaçao, met een betrouwbaarheid van 95 procent bij herhaling van het onderzoek. De interne consistentie van de vragenlijsten werd als goed beoordeeld. Mogelijke vertekening? “Als er al sprake is van een fout,” stelt Van Brummen, “dan eerder een onderschatting dan een overschatting. Jongeren zijn zich niet altijd bewust van hoe grensoverschrijdend hun gedrag is.”

1 op de 3 jongeren regelmatig geconfronteerd met agressie

Een van de meest zorgwekkende uitkomsten betreft de ervaren veiligheid op school. In het funderend onderwijs geeft 37,5 procent van de jongens en36,1 procent van de meisjes aan regelmatig met agressie te maken te hebben. “Als meer dan één op de drie kinderen zich regelmatig geconfronteerd ziet met agressie,” zegt Van Brummen, “dan spreken we niet over een emotioneel veilige omgeving.” Hoewel ernstige fysieke geweldsincidenten minder vaak voorkomen, rapporteren 2 tot 3 procent van de leerlingen dat zij wekelijks of vaker betrokken zijn bij hard slaan, schoppen of vechten, als dader én als slachtoffer.

Jongens in het funderend onderwijs springen eruit

Opvallend is dat 50,9 procent van de jongens in het funderend onderwijs (ofwel basisonderwijs) aangeeft ooit een vechtpartij te zijn begonnen. 2,5 Procent doet dit zelfs dagelijks. Ter vergelijking: 25,9 Procent van de meisjes (FO), 18,1 procent van de jongens (VO) en11,1 procent van de meisjes (VO). Volgens Van Brummen wijst dit niet op incidenteel experimenteergedrag, maar op een structureel patroon. “Als één op de twee jongens zegt ooit een gevecht te zijn begonnen, dan is dat geen uitzondering meer.” Zij ziet culturele en sociale factoren meespelen. Jongens worden vaker opgevoed met het idee dat zij zich moeten verdedigen en stoer moeten zijn, terwijl meisjes vaker kiezen voor sociale of relationele vormen van agressie, zoals buitensluiten.

Verbale agressie meest voorkomend

De meest gerapporteerde vormen van agressie zijn verbaal van aard: uitschelden, beledigen en kwetsende opmerkingen. Duwen en geduwd worden komen eveneens frequent voor. Hoewel zware fysieke agressie relatief minder voorkomt, blijft het feit dat een kleine, maar structurele groep, hier wekelijks bij betrokken is, zorgwekkend. “Als we niets doen,” waarschuwt Van Brummen, “lopen deze jongeren risico op verdere gedragsproblemen.”

Cyberpesten: aparte studie, zorgwekkende trend

Cyberpesten maakte geen deel uit van dit onderzoek, maar een parallel lopende studie onder circa 1.000 jongeren laat voorlopige cijfers zien: 18 procent van de jongeren is slachtoffer van cyberpesten en22 procent geeft aan zelf dader te zijn. Opvallend is dat het percentage daders hoger ligt dan het percentage slachtoffers. Dat komt volgens Van Brummen doordat slachtoffers vaak door meer jongeren tegelijk online worden belaagd.

De Caribische NPV-J: meten in eigen culturele context

Een belangrijk onderdeel van de conferentie was de introductie van de Caribische versie van de Nederlandse Persoonlijkheidsvragenlijst voor Jongeren (NPV-J). Tot nu toe werd gewerkt met Nederlandse normen en een Nederlandstalige vragenlijst. Dat leidde tot taal- en cultuurverschillen in interpretatie. De nieuwe Caribische normering – ontwikkeld in samenwerking met Aruba, Bonaire en St. Eustatius – maakt vergelijking mogelijk binnen de eigen culturele context. “Je kunt Curaçaose jongeren niet één-op-één vergelijken met Nederlandse normen,” aldus Van Brummen. “Dat is appels met peren vergelijken.”

Internationale studies tonen aan dat bepaalde persoonlijkheidskenmerken samenhangen met agressief gedrag. Hoge scores op dominantie en impulsiviteit vergroten de kans op agressie. Jongeren met lage zelfwaardering of gevoelens van inadequaatheid lopen juist meer risico om slachtoffer te worden. Het Curaçaose onderzoek bevestigt dat er een sterke relatie bestaat tussen persoonlijkheidsfactoren en agressie. Verdere verdieping hiervan staat op de onderzoeksagenda.

Concrete aanbevelingen: wat kan morgen al anders?

Veel scholen beschikken niet over een duidelijk, actief pestprotocol. Volgens Van Brummen moet elk schoolteam: heldere gedragsregels formuleren, consequenties expliciet maken, ouders en leerlingen structureel informeren en leraren trainen in een eenduidige aanpak. “Als regels niet zichtbaar en consequent toegepast worden, weten leerlingen niet waar ze aan toe zijn.” Ook moeten ouders van agressieve kinderen hun rol pakken. Ze moeten meldingen over het gedrag van hun kind niet bagatelliseren en het gesprek aangaan. Maar ze moeten ook duidelijke grenzen stellen. Verder moeten ouders empathie stimuleren.

De ouders van slachtoffers wordt ook het een en ander aanbevolen. Ze moeten actief luisteren en actief samenwerken met de school. Ook moeten ze thuis zorgen voor emotionele veiligheid. Daarnaast is voor elke ouder toezicht op sociale media belangrijk, aangezien agressie soms online wordt georganiseerd.

Omstanders: doorbreek de groepsdynamiek

Omstanders spelen eveneens een cruciale rol. Filmen, aanmoedigen of lachen versterkt agressief gedrag. Jongeren moeten leren niet te applaudisseren, hulp te halen, slachtoffers te steunen en hun eigen veiligheid te bewaken. Hoewel er verschillen bestaan tussen scholen en wijken, weigert Van Brummen deze publiekelijk te benoemen tegenover hetCaribisch Netwerk. “De deelname was anoniem. Ik wil voorkomen dat scholen gestigmatiseerd worden.”

De conferentie werd mogelijk gemaakt door private samenwerking en sponsors, waaronder FFEC, MCB Bank, Stichting NPV en Van Brummen Psychologie Praktijk en Test Centrum B.V. Er was geen overheidssteun. Van Brummen benadrukt dat structurele verandering alleen mogelijk is als overheid, bedrijfsleven en onderwijs samen optrekken. “Dit is een maatschappelijk probleem. Iedereen moet verantwoordelijkheid nemen.”

Alarmerende, maar hoopvolle conclusie

Desondanks dat de cijfers confronterend zijn, overheerst bij de organisatoren geen fatalisme, maar urgent optimisme. “Agressie is geen vaststaand gegeven,” zegt Van Brummen. “Met gerichte interventies, duidelijke regels, ouderbetrokkenheid en aandacht voor persoonlijkheidsontwikkeling kunnen we het tij keren.” Het volledige onderzoeksrapport wordt medio maart 2026 verwacht. De boodschap van de conferentie is helder: de cijfers mogen geen momentopname blijven – ze moeten het startpunt zijn van structureel beleid en gezamenlijke actie voor een veiliger Curaçao.