Hoge Raad over de zaak Avestruz: advocaat-generaal ziet geen fouten in veroordeling Arubaanse oud-minister Benny Sevinger

Foto: Archief Melissa Stamper

Advocaat-generaal (AG) Désirée Paridaens adviseert de Hoge Raad om de veroordeling van de Arubaanse oud-minister Benny Sevinger (AVP) in de strafzaak Avestruz in stand te houden. Dat blijkt uit de conclusie die zij op 3 februari publiceerde naar aanleiding van de cassatieberoepen van Sevinger en twee medeverdachten. Sevinger werd  in 2024 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba veroordeeld voor het medeplegen van oplichting van het land Aruba, passieve ambtelijke omkoping en verduistering. Volgens AG Paridaens ‘kan de minister niet worden vereenzelvigd met het land Aruba’ en heeft het Hof ‘voldoende onderbouwd waarom de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de bewezenverklaarde feiten’.

Het Hof achtte bewezen dat Sevinger in de periode tussen 2009 en 2017 in zijn hoedanigheid als infrastructuur-minister honderden erfpachtaanvragen ondertekende en in ruil voor giften en donaties erfpachtterreinen verstrekte aan vrienden en aan de AVP-gelieerde personen, die deze vervolgens met hoge winst doorverkochten. Ook werd bewezen verklaard dat Sevinger ruim 11.000 florin verduisterde uit de Fundacion Curazon Berde, bedoeld voor zijn verkiezingscampagne, waarmee reistickets voor zijn vrouw werden betaald. Verder nam het Hof aan dat hij werd omgekocht met giften van ondernemer Pieter Susebeek, waaronder een hekwerk, de aanleg van een voortuin en een gymtoestel. Van radiopersoonlijkheid Leonsita Arends zou hij contant geld hebben ontvangen in ruil voor optierechten op een toplocatie bij Eagle Beach. Het Hof concludeerde dat Sevinger door deze werkwijze ‘ernstig misbruik’ maakte van zijn functie.

Sevinger kreeg in hoger beroep een hogere straf dan bij het gerecht in eerste aanleg: vier jaar gevangenisstraf, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk. Daarnaast mag hij zich zes jaar lang niet verkiesbaar stellen en ook niet als ambtenaar werken. Sevinger noemde de uitspraak ‘politieke vervolging’ en ging in cassatie bij de Hoge Raad in Nederland.

Een belangrijk cassatiepunt was het verweer dat Sevinger als minister namens het land Aruba handelde en het land daarom niet zou kunnen hebben opgelicht. “Iemand kan immers niet pleger en slachtoffer zijn”, vat de AG het verweer van de verdediging van Sevinger samen. Volgens Paridaens berust die redenering echter op een verkeerde lezing van het arrest. Het Hof bedoelde niet dat Sevinger zélf als vertegenwoordiger van het land tot afgifte is bewogen, maar dat ambtenaren binnen het land Aruba door de werkwijze zijn misleid en zo meewerkten aan de uitgifte van optie- en erfpachtrechten, legt ze uit. Ook de klacht over de verduistering slaagt volgens de AG niet. Het Hof mocht oordelen dat geld van een stichting werd gebruikt voor een privéreis van Sevingers echtgenote.

Gift niet direct gekoppeld aan één beslissing

Ook in de cassatiezaak van medeverdachte Pieter Susebeek adviseert de AG om het arrest van het Hof in stand te houden. Susebeek stelde onder meer dat het Hof onvoldoende concreet zou hebben vastgesteld dat zijn betalingen en giften daadwerkelijk waren bedoeld om de minister te beïnvloeden, en dat niet duidelijk zou zijn welke tegenprestatie daar tegenover stond. De advocaat-generaal volgt dat niet en wijst erop dat voor omkoping niet vereist is dat elke gift direct aan één specifieke beslissing kan worden gekoppeld. De AG acht het oordeel van het Hof over het vereiste oogmerk ‘niet onbegrijpelijk’ en concludeert daarom dat ‘het middel faalt in al zijn onderdelen’.

Voor medeverdachte Leonsita Arends komt de AG tot dezelfde slotsom. Arends stelde in cassatie dat het bewijs voor oplichting en omkoping onvoldoende zou zijn en dat het Hof te veel gewicht zou hebben toegekend aan verklaringen over de overhandiging van een envelop met contant geld. Volgens de AG geven die klachten geen aanleiding om het arrest te vernietigen.

De AG merkt daarbij op dat een deel van de cassatieklachten door de Hoge Raad zonder uitgebreide motivering kan worden afgedaan, maar dat dit bij Arends minder voor de hand ligt, omdat haar klachten betrekking hebben op de bewezenverklaarde oplichting, waarvoor zij in eerste aanleg was vrijgesproken. Bij Susebeek speelt dat bij de klachten over de bewezenverklaarde actieve omkoping, waarvoor hij in eerste aanleg gedeeltelijk was vrijgesproken.

Advies AG niet bindend

Bij cassatie brengt een advocaat-generaal eerst een conclusie uit: een onafhankelijke juridische analyse en advies aan de Hoge Raad. De Hoge Raad is niet verplicht dit advies te volgen en doet naar verwachting op 14 april 2026 uitspraak.