‘Koninkrijkskind’ Valika Smeulders (56) heeft sinds oktober 2024 een nieuwe functie als hoogleraar Religie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hier vervult ze een bijzondere leerstoel in samenhang met haar werk als hoofd geschiedenis van het Rijksmuseum Amsterdam. Ze wijdt haar carrière aan het zichtbaar maken van de minder bekende verhalen. Zo belicht ze al decennialang de koloniale geschiedenis en slavernij binnen de erfgoedwereld. Als hoogleraar kijkt ze nu weer door een nieuwe lens: die van religie.
Valika Smeulders wordt geboren op Curaçao, maar verhuist verschillende keren in haar jeugd. Op jonge leeftijd vertrekt het gezin naar Nederland, omdat haar vader gaat studeren. Na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 verhuist het gezin naar Suriname, waar beide ouders hun wortels hebben, maar haar moeder blijkt toch erg gehecht aan Curaçao en keert terug met de kinderen. Op Curaçao maakt Smeulders de basisschool af en gaat ze vervolgens naar het toen nog Peter Stuyvesant College, dat inmiddels Kolegio Alejandro Paula heet – een ontwikkeling die Smeulders natuurlijk niet onbenoemd kan laten.
Smeulders beschrijft haar gezin als een ‘betrokken gezin, dat het belangrijk vindt om een bijdrage aan de samenleving te leveren’. Er wordt thuis veel gesproken over de band tussen de verschillende landen in het koninkrijk. Hoewel ze inmiddels al bijna vijftig jaar in Nederland woont, is ze nog altijd erg betrokken bij de regio. “Ik voel me een koninkrijkskind,” realiseert ze zich als ze vertelt. “Ik voel me thuis op verschillende plekken, maar mijn schooltijd op Curaçao was een vormende tijd.”
Brede blik
Haar jeugd ligt ten grondslag aan haar uiteindelijke, indrukwekkende carrière. Voor haar studie gaat ze naar Nederland. “Aanvankelijk koos ik voor politicologie aan de Universiteit Leiden, omdat ik – in lijn met de opvoeding van mijn ouders – iets nuttigs wilde doen voor de maatschappij,” vertelt ze. Maar al snel merkt Smeulders dat die studie wel erg veel gaat over wat er in Nederland, en specifiek in Den Haag, gebeurt. “Ik was gewend aan een bredere blik, op zoek naar de grotere wereld.” Zo kwam ze terecht bij Latijns-Amerikaanse talen en culturen. “Dit ging over de band tussen Europa, Amerika en Afrika: veel meer de wereld die ik kende.”
Sporen van slavernij
Na haar studie werkte ze als journalist en onderzoeker, onder meer rond beleid voor de Antilliaanse gemeenschap in Nederland. Een belangrijk moment in de ontwikkeling van haar loopbaan was toen ze werd betrokken bij onderzoek naar sporen van slavernij in bibliotheken, archieven en musea. Dit was nog nauwelijks gedaan en leidde uiteindelijk tot haar promotieonderzoek over hoe slavernij in musea in Afrika en het Caribisch gebied wordt gepresenteerd.
Daarna werkte ze een tijd als freelancer, omdat er nog weinig belangstelling was voor het slavernijverleden. “Nadat ik onderzoek deed naar de sporen van slavernij in Den Haag, ging ik tours organiseren om mensen die sporen te laten zien. Deze werden een succes,” vertelt Smeulders. Langzaamaan groeide de belangstelling voor slavernij in de erfgoedwereld gelukkig. “Het is zo belangrijk,” benadrukt ze. “Het is namelijk de geschiedenis van ons allemaal.” In de periode dat ze aan haar postdoctorale onderzoek werkte, begon ze als conservator van het Rijksmuseum in Amsterdam rondom het slavernijverleden. “Ik ging de geschiedenis van de eilanden laten zien. Ik heb bijvoorbeeld Tula onderdeel gemaakt van de collectie.” Inmiddels is ze hoofd van de geschiedenisafdeling van het prestigieuze museum.
Bijzondere leerstoel
Daarnaast bekleedt ze sinds oktober 2024 de bijzondere leerstoel ‘Musea, Erfgoed en Religie’ aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dit is een samenwerking tussen twee van de oudste instellingen van Nederland: het Rijksmuseum in Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen. “Het idee is dat we de collectie van het museum koppelen aan onderzoek en onderwijs,” legt ze uit. “Als het museum merkt dat er meer kennis nodig is, kunnen we die via de leerstoel samen met onderzoekers en studenten ontwikkelen en uiteindelijk tentoonstellen in het museum. We willen laten zien dat religie, ook na de middeleeuwen, voortdurend verweven is geweest met macht en politiek.”
Rol van religie
Deze interesse in religie voert weer terug naar de brede interesse in de mens die aangewakkerd werd in haar jeugd. “Ik ben eindeloos nieuwsgierig naar wat mensen drijft, waar ze houvast aan ontlenen en waar ze kracht uit putten,” vertelt ze. “In mijn onderzoek naar koloniale geschiedenis zag ik hoe mensen ondanks langdurig onrecht veerkrachtig bleven. Geloof speelde daarin vaak een cruciale rol.”
Smeulders is ervan overtuigd dat ook vandaag de dag religie nog van grote maatschappelijke betekenis is – zelfs in een seculiere samenleving. “Misschien gaan minder mensen naar de kerk, maar in debatten over identiteit en ergens thuishoren speelt religie nog altijd een rol. Mensen geven zichzelf en elkaar labels, vaak zonder dat ze zich daarvan bewust zijn. Van het slavernijverleden dachten we lange tijd ook dat het een afgesloten tijdperk was, totdat duidelijk werd hoe sterk het nog doorwerkt in het dagelijks leven. Zo is het met religie ook. Door steeds opnieuw en vanuit verschillende perspectieven naar geschiedenis te kijken, maken we ons gezamenlijke verhaal completer.”
Groter geheel
Voor Smeulders gaat het erom mensen te laten zien dat ze deel uitmaken van een groter geheel. Ze geeft een sprekend voorbeeld: “Het Rijksmuseum bezit een doos van schildpad en goud die ooit cadeau werd gedaan aan Willem IV, toen hij een hoge functie binnen de West- Indische Compagnie (WIC) kreeg. Lange tijd werden zulke verhalen uitsluitend verteld vanuit een perspectief van Nederlandse trots en grootsheid, gebaseerd op het voorbijstreven van andere volkeren,” vertelt ze. “Nu zien we op diezelfde doos ook verwijzingen naar plaatsen als Elmina en Curaçao, waar de WIC actief was.”
Aan de hand van één object kun je zo meer verhalen vertellen: die van de machthebbers én die van de mensen die het werk deden zonder daarvan te profiteren. “Door die verschillende perspectieven zichtbaar te maken, herkennen mensen zichzelf in een groter verhaal en wordt het ook hún geschiedenis. In een samenleving sta je nooit op een eiland, je bent altijd met anderen verbonden.”