50 jaar onafhankelijkheid van Suriname (6): “Trots, pijn en toekomst”

Foto: Dulce Koopman

Suriname vierde op dinsdag 25 november 2025 het 50-jarig jubileum van de onafhankelijkheid van Nederland, ook wel bekend als ‘Srefidensi Dey’. Op deze dag in 1975 werd Suriname een zelfstandige republiek na ruim 300 jaar koloniale overheersing. Voor Caribisch Netwerk is Dulce Koopman met Surinamers gaan praten die zich hebben gevestigd in het Koninkrijk, waar ze vaak diep zijn geworteld. Hoe kijken zij naar die speciale datum? Hoe kijken ze naar hun land? Vandaag deel 6: Pablo Burgos (70) op Curaçao.

Suriname werd op 25 november 1975 onafhankelijk. Voor miljoenen Surinamers is het een datum die evenveel vreugde als pijn, evenveel verwachtingen als teleurstellingen oproept. Voor Pablo Burgos, een voormalige ambtenaar op Curaçao van Surinaamse afkomst die al 38 jaar op Curaçao woont, blijft de dag vooral geladen met herinnering. Hij was twintig toen Suriname zelfstandig werd – en was daar niet bij aanwezig. De ontwikkelingen die volgden, bepalen nog steeds zijn blik op het land dat hij altijd als thuis blijft beschouwen.

“Het moment was groots, maar ik was er niet”
Vijftig jaar onafhankelijkheid roept bij hem onmiddellijk beelden op van 1974, het jaar waarin hij naar Nederland vertrok om te studeren. De onafhankelijkheid werd pas daarna aangekondigd. “De verkiezingen waren gewonnen, en ineens werd gezegd: vóór eind 1975 is Suriname onafhankelijk. Het stond niet eens op de verkiezingsagenda. We waren overrompeld,” vertelt hij.

Op de avond zelf stond hij niet in Paramaribo, maar in Delft. “In Nederland hebben wij het gevierd met medestudenten. Dat was mooi, maar het blijft jammer dat ik het moment suprême niet thuis heb meegemaakt.” Toch overheerst een diepe trots. “Economisch ging het goed: bauxiet, goed onderwijs, natuurlijke hulpbronnen. Ik had alle vertrouwen dat we het zouden maken. We waren ervan overtuigd: als Guyana – die eerder onafhankelijk werd – het kon, kunnen wij het óók.”

Exodus, feest en vijf jaar later: duisternis
De onafhankelijkheid bracht tegelijkertijd hoop en onrust. Hij herinnert zich de massale uittocht richting Nederland. “De politieke spanningen liepen op. Racistische leuzen deden de ronde. Veel mensen vertrokken.” Maar de groep die bleef, vierde het ongekend uitbundig. “Trots, vrede, hoop.” Maar die hoop zou snel getest worden.

“Nauwelijks vijf jaar later kwam de militaire coup. Daarna de donkere periode, de Decembermoorden. Dat was zó zwaar, voor iedereen.” Langzaam keerde de democratie terug, dankzij leiders als de recent overleden president Ronald Venetiaan (NPS). Maar de economische schade blijft, zegt hij. “Het land was diep gezonken. Tot op de dag van vandaag is dat voelbaar.”

De ontdekking van olie en gas ziet hij als een mogelijke ommekeer. “Vanaf 2028 kunnen productie en export beginnen. De hoop is groot, maar het moet goed worden beheerd.” Volgens hem is het perspectief op onafhankelijkeid afhankelijk van waar mensen wonen.

“In het buitenland blijven Surinamers trots en hoopvol. Ze kijken vooruit naar wat de olie kan brengen.” Binnen Suriname zelf is dat sentiment complexer. “Er is trots, zeker. Maar de economische situatie is voor velen zó zorgelijk dat er gemengde gevoelens zijn. Een deel redt zich goed, maar grote groepen zitten vast in armoede. Zij hopen écht dat de regering haar beloften gaat waarmaken.”

Curaçao: een nieuw thuis, maar Suriname reist mee
Ruim 38 jaar geleden kwam Burgos naar Curaçao, eerst voor een stage, later definitief. “Ik ben hier geboren, om precies te zijn, op Aruba, maar ik ben vanaf tweejarige leeftijd opgegroeid in Suriname. Dus eigenlijk ben ik Surinamer, behalve op papier.” Door zijn sport basketbal vond hij gemakkelijk aansluiting. “Ik maakte vrienden in het team, ik zat al heel gauw in de basis.”

Bij Openbare Werken op Curacao vond hij zijn plek snel. “Ik heb me altijd goed kunnen bewegen in de Curaçaose samenleving.” Maar zijn Surinaamse achtergrond blijft zichtbaar in alles. “In bijna alles zie je mijn cultuur, vooral de keuken. Surinamers hebben dat warme: ‘Heb je al gegeten?’ Op Curaçao is men ook hartelijk, maar anders.”

Identiteit en geschiedenis
Een opvallend verschil ziet hij in de omgang met het slavernijverleden. “In Suriname leeft het sterker. 1 Juli, Keti Koti, wordt daar op grote schaal herdacht. Hier heeft de datum pas de laatste jaren meer betekenis gekregen.” Dat komt volgens hem door de zichtbare sporen in Suriname.

“We hebben plantages nog, de Marrondorpen, de inheemse gemeenschappen. Je voelt het verleden. Hier op Curaçao lijken mensen meer afstand te nemen van de geschiedenis.” Toch zijn er grote overeenkomsten. “We zijn beide oud-gekoloniseerde volken. In Nederland merken we dat nog sterker, daar worden we vaak op één hoop gegooid. Terwijl onderling Surinamers en Curaçaoënaars juist altijd goed door één deur kunnen.”

Thuis: twee landen in één hart
Waar is ‘thuis’ na bijna vier decennia in het buitenland? Hij hoeft niet na te denken. “Allebei. Ik voel me thuis op Curaçao. Ik had het niet 38 jaar volgehouden als dat niet zo was.” Maar Suriname blijft trekken “Elke keer als het vliegtuig landt en ik de bomen zie… de lucht ruik… dan ben ik weer thuis.”

Toch ziet hij ook het verdriet
“Je merkt dat er weinig ontwikkeling is. Vergeleken met Nederland of Curaçao verandert er weinig. Veel panden in de binnenstad vergaan of zijn afgebrand. Hopelijk brengt de olie een nieuwe start.”

Een sterke diaspora en de kracht van opvoeding
De Surinaamse gemeenschap op Curaçao blijft stevig verbonden met het moederland. “Individueel en in groepen. De nieuwe diaspora-organisatie is een goed initiatief. JPF (Surinaamse vereniging op Curaçao, red.) bestaat nog steeds. En op herdenkingsdagen zie je dat er behoefte is aan saamhorigheid.”

Jonge Surinamers in de diaspora kunnen volgens hem veel leren van zijn generatie. “Onze omgangsvormen. De beleefdheid die wij van huis uit meekregen geven Surinaamse ouders hun kinderen nog steeds mee. Dat onderscheid zie je.”

De successen van 50 jaar onafhankelijkheid
Ondanks de tegenslagen ziet hij belangrijke vooruitgang. “Natievorming is misschien wel het grootste succes. Dat zag je weer bij de recente voetbalwedstrijd: we kúnnen als één volk optreden.” Ook de cultuur bloeit, zegt hij. “De Surinaamse taal wordt meer gewaardeerd dan vroeger. Jongeren spreken en zingen het meer. De muziek is populairder. Dat is echt veranderd.”

En de grootste uitdagingen?
Hij somt er zonder aarzelen meer op: Onderwijs: “Vroeger bekend als een sterk systeem, nu ingestort.” Gezondheidszorg: “Surinaamse artsen waren ooit top in Nederland. Nu ontbreken middelen om goede zorg te bieden.” En economie: “Decennialange achteruitgang, armoede en ongelijkheid.”

Maar hij blijft, ondanks alles, optimistisch. “Als de nieuwe inkomsten goed worden beheerd, kan Suriname herstellen. Het land hééft de potentie. Dat is nooit verdwenen.”

“Suriname blijft mijn thuis. Maar ik heb ook hier wortels”
Vijftig jaar onafhankelijkheid is voor hem geen abstract jubileum, maar een levenslijn: van belofte tot teleurstelling, van verlies tot veerkracht. Het is de geschiedenis van een land dat hem gevormd heeft, ook al woont hij er al bijna veertig jaar niet meer.

En het is de geschiedenis van een volk dat nog steeds hoopt, werkt, worstelt en droomt in Paramaribo, Amsterdam, Willemstad en daarbuiten. “Suriname leeft in mij,” zegt hij. “En dat zal altijd zo blijven.”