Steeds meer mensen van Caribische afkomst gaan op zoek naar hun wortels

Foto: Reksel Engelhart. Twee vrouwen op Bonaire duiken in online archieven

Langzaamaan komt er meer informatie beschikbaar over de afkomst van mensen op de eilanden en de Caribische diaspora in Nederland. Zo worden de laatste jaren steeds meer slavenregisters en andere historische documenten gedigitaliseerd. Gedurende de afgelopen tijd zijn veel mensen hiermee aan de slag gegaan. Er vonden verschillende bijeenkomsten plaats rondom voorouderonderzoek, om mensen op weg te helpen. In Nederland kwamen geïnteresseerden in verschillende steden bijeen tijdens ‘Familiesporen’. Op Bonaire zochten mensen naar hun ‘roots’ tijdens de voorouderonderzoeksessies, georganiseerd vanuit het project ‘Proteha Mi’.

“Ik heb mijn hele leven op Bonaire gewoond en mijn oma woont hier al achtenzeventig jaar,” vertelt Lauriane Ammerlaan, directeur van het Bonaire Archaeological Institute (BONAI). “Toch was het heel moeilijk om me hier weer in te schrijven na mijn studie in Nederland. Ik ben namelijk niet hier geboren, omdat er in die tijd nog geen ziekenhuis was op het eiland. Toen vroeg ik me af: ‘Met welke richtlijnen zijn ze nu aan het bepalen wie wel en niet Bonairiaan is en wie hier wel en niet mogen wonen?’” Dit motiveerde Ammerlaan om zich te verdiepen in haar stamboom. “Dan heb je zwart op wit bewijs dat je hier ‘hoort’, iets dat niemand meer van je kan afpakken.” Inmiddels is ze betrokken bij het driejarige project ‘Proteha Mi’.

Proteha Mi
‘Proteha mi’ is een initiatief van BONAI en heeft als doel het culturele erfgoed van Bonaire in kaart te brengen en beter te beschermen, met een sterke betrokkenheid van de gemeenschap en lokale leiders. Het driejarige project is ontwikkeld in samenwerking met archeologen Daudi Cijntje (archeoloog bij Archol BV en gemeenschapswerker bij Caribbean Ancestry Club) en Maaike de Waal (archeoloog bij de Universiteit Leiden en ARGEOgraph). Het project wordt gefinancierd door de uitvoeringsagenda van Faro en het Mondriaan Fonds. Als onderdeel van dit project worden op Bonaire bijeenkomsten georganiseerd rondom voorouderonderzoek. “We willen de geschiedenis naar boven halen en het verleden helen,” aldus Cijntje.

De eerste workshop voorouderonderzoek werd verzorgd door Jacqueline Verkleij en Martine Zoeteman van Centrum voor Familiegeschiedenis en de tweede door Boí Antoin, Emmy Schermer, Kimberly Ram en Emma Pratt van FuHiKuBo.


V.l.n.r.: Daudi Cijntje, Laurianne Ammerlaan en Maaike de Waal. Foto Reksel Engelhart

“Mensen op de ABCSSS-eilanden zijn lange tijd onderdrukt geweest en afgesneden van hun roots. Er werd altijd weinig over het verleden gepraat. Wij willen de mensen op Bonaire helpen hun achtergrond naar boven te halen,” vertelt Cijntje. “Door voorouderonderzoek te doen, onderzoek je jezelf. Wie ben ik? Wie waren mijn voorouders? Als mensen erachter komen wie ze zijn, durven ze vaker voor zichzelf te kiezen en zichzelf te uiten naar buiten toe. Er komt van alles naar boven als je zoekt naar jezelf.”

Eigen geschiedenis
Cijntje zelf is geboren in Europees Nederland uit Curaçaose ouders. “Voor mij is het superbelangrijk om van mijn roots af te weten,” zegt hij overtuigd. “De eilanden zitten echt in mijn hart. Ik voel dat mijn oorsprong daar ligt, ook al ben ik in Nederland opgegroeid. Ik merkte altijd dat ik anders was. Ik woonde in een wit dorp, waar ik het enige zwarte kind in de klas was. Dan merk je dat de geschiedenis die verteld wordt op school niet je eigen geschiedenis is. ‘En mijn geschiedenis dan?’, vroeg ik mij af. Die moet je dan zelf gaan onderzoeken. Dit is een van de redenen dat ik archeologie ben gaan studeren. Zo kwam ik steeds dichter bij mezelf.”


Het team van Proteha Mi met de deelnemers aan één van de workshops op Bonaire. Foto Reksel Engelhart

Hoeksteen van identiteit
De Amerikaanse archeoloog en antropoloog Jay Haviser onderstreept het belang van het kennen van je wortels voor de ontwikkeling van je identiteit. “Je afkomst is één van de belangrijkste hoekstenen van je identiteit. Als je je stamboom kent, en die ver teruggaat in de tijd, versterkt dat je identiteit.” Haviser merkt dat er vandaag de dag veel interesse is in afkomst op de eilanden. “Afkomst is echt iets van de mensen zelf, los van de Europese ontwikkelingen waardoor sommigen hun cultuur momenteel bedreigd zien,” legt hij uit. “Eén van de eerste reacties wanneer een cultuur bedreigd wordt, is het creëren van grenzen om je identiteit en je onderscheiden van anderen. Dit is de andere kant van migratie: het maakt mensen trots op wie zij zijn.”

Het is dus geen toeval dat juist nu Bonaire enorm groeit door de influx van migranten, mensen een sterke interesse ontwikkelen in hun afkomst. Daarnaast begint stamboomonderzoek nu pas toegankelijk te worden voor mensen op de eilanden. De slavenregisters zijn nog maar relatief kortgeleden – in 2020 werden ze online gezet -gedigitaliseerd, en nog lang niet allemaal.


Antropoloog Jay Haviser

Genezing
“Het openbaar maken van deze archieven is een manier van sorry zeggen voor het verleden,” denkt Ammerlaan. “Het is een soort compensatie voor het slavernijverleden, voor dat wij zijn losgeraakt van onze wortels. En het helpt echt,” benadrukt ze. “Het geneest de hechting van de persoon, je kunt onderbouwen waarom je je ergens thuis voelt. Soms voelen we ons niet helemaal welkom op de eilanden, omdat ze soms meer een toeristenparadijs lijken, maar ook niet in Nederland. We moeten nog steeds vechten voor ons bestaansrecht,” ervaart ze. “Dan helpt het om de geschiedenis te kennen. Niet om met vingers te gaan wijzen – we zijn niet boos – maar puur om bewustwording en om onszelf te genezen.”

Familiesporen
Ook in Europees Nederland duiken steeds meer mensen in de gedigitaliseerde slavenregisters. Zo werden afgelopen zomer verschillende bijeenkomsten georganiseerd onder de naam ‘Familiesporen’ en in het kader van het nieuwe slavernijmuseum dat in Amsterdam komt. In Friesland, Groningen, Overijssel, Brabant en Zeeland kwamen mensen met Surinaamse en Caribische roots samen om meer te leren over hun afkomst. Dit deden ze met behulp van Huub van Helvoort, een gepensioneerd elektrotechnicus die zich inmiddels intensief bezighoudt met stamboomonderzoek. “Ik heb een kleinzoon met een Surinaamse vader, die al snel uit beeld verdween,” vertelt hij. “Ik wilde hem toch graag iets meegeven over zijn afkomst. Daarom ben ik onderzoek gaan doen naar zijn Surinaamse voorouders.”

Alles wat hij gaandeweg leerde, wilde hij delen met anderen. Hij creëerde samen met een aantal vrijwilligers een index voor stamboomonderzoek. Mede dankzij Van Helvoort is het vinden van Surinaamse voorouders een stuk gemakkelijker geworden. Helaas is het voor de mensen van de eilanden nog wat lastiger – veel moet nog gedigitaliseerd worden – maar ook daar werken mensen er hard aan om stamboomonderzoek toegankelijker te maken.


Een workshop stamboomonderzoek als onderdeel van ‘Familiesporen’ in Groningen. Foto Nienke Maat

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl)