Van handgeschreven boetes tot creatieve oplossingen: werken bij de politie op Bonaire

Foto: Raman en Stefany. Foto KPCN

Tien Nederlandse politieagenten arriveerden in februari op Bonaire om het lokale korps tijdelijk te versterken. Door een groot personeelstekort was de werkdruk enorm. Voor de agenten uit Europees-Nederland betekende het een flinke omschakeling: van grote steden en digitale systemen naar een klein politiebureau waar informatie vaak via persoonlijke contacten wordt ingewonnen, boetes nog met de hand worden geschreven en je de verdachte van gisteren vandaag in de supermarkt tegenkomt.

De vriendelijkheid van de bevolking viel Steve Louiws (38), normaal werkzaam in de noodhulp in Amsterdam, het meest op. “Mensen bedanken je hier nadat je ze een bekeuring hebt gegeven. Dat is in Amsterdam wel anders.”

Voor Raman Shah (31), die normaal in Den Haag werkt binnen de opsporing, was de collegialiteit een eye-opener. “Collega’s van andere afdelingen trekken zonder aarzelen een uniform aan en springen bij. Daarmee laat je zien: dit is niet mijn probleem, maar ons probleem. In Europees-Nederland weet je zeker dat iemand je aflost. Hier is het team soms zo klein dat er na jouw dienst nauwelijks bezetting is. Dat gevoel van verantwoordelijkheid was voor mij nieuw.”

Werkdruk vóór de uitwisseling
Het korps op Bonaire kreeg afgelopen zomer te maken met een grote uitstroom door aanhoudingen binnen de politie, pensioneringen en mensen die van het eiland af gingen. Voor de achterblijvers betekende dat extreem lange diensten. “Soms draaiden we een avond- en nachtdienst achter elkaar, zestien uur. Dan had ik geen energie meer voor mijn familie,” vertelt Suandy Pieters (27), die al zeven jaar bij de politie op Bonaire werkt.

Ook collega Stefany Sebastiana (28), geboren in Santo Domingo en opgegroeid op Curaçao, herkent dit. “Mijn weerstand ging omlaag en thuis sliep ik alleen nog om de volgende dienst aan te kunnen.” Soms stond er maar één patrouille op straat, terwijl er twee meldingen tegelijk binnenkwamen. “Dan bepaal je samen wat prioriteit heeft en roei je met de riemen die je hebt,” aldus Pieters.

Cultuurverschillen
Een echte ‘cultuurshock’ bleef uit. Louiws werkte eerder in de regio en Shah zag veel gelijkenissen in de Antilliaanse cultuur met zijn Koerdische achtergrond. “Bijvoorbeeld op het gebied van familie en respect”. Toch waren er ook grappige momenten door kleine cultuurverschillen. “Tijdens een online voorlichting voor onze komst zat onze projectleider uit Nederland op tafel en daar begrepen de collega’s op Bonaire niets van,” zegt Shah. “Na afloop zeiden ze: ‘Hoe kan je nou op tafel gaan zitten? Een tafel is niet om op te zitten’, kleine dingen waar je wel rekening mee moet houden”.

Optreden én helpen
De meldingen op Bonaire lijken op die in Europees-Nederland, maar de aanpak verschilt volgens de Nederlandse agenten wel. “In Nederland verwijzen we sneller door naar andere instanties en zijn we zakelijker. Hier moet je echt bemiddelen,” zegt Louiws. Zo kwam er een melding binnen van iemand die zich opgelicht voelde bij een auto-aankoop. “In Nederland gebeurt dat nauwelijks,” zegt hij.

Ook Shah kreeg een melding die hij nog nooit had gezien: een aanrijding met een ezel. “Maar verder gaat het om dezelfde incidenten. Het verschil zit in de betrokkenheid. In Nederland geef je een bekeuring en dat is het. Hier kijken collega’s hoe ze iemand verder kunnen helpen. Je bent agent die optreedt én helpt.” Die houding komt ook door het ontbreken van voorzieningen, legt Pieters uit. “In Europees-Nederland heeft iemand altijd een alternatief, zoals het openbaar vervoer. Hier niet. Dus kijk je of iemand opgehaald kan worden. Je maakt het werkbaar voor beide partijen.”

Een ander groot verschil is de informatievoorziening. “In Nederland heb je een systeem op je telefoon en kun je alles opzoeken. Hier moet je de meldkamer bellen. Bekeuringen schrijven we nog steeds met de hand, om ze later op kantoor in te voeren,” zegt Pieters. Louiws voegt toe dat het even schakelen was. “Dan kwam ik er op kantoor achter dat ik allemaal persoonlijke gegevens was vergeten te vragen, die je in Nederland automatisch in het systeem ziet.”


Suandy en Steve aan het werk. Foto KPCN

Politie zijn op een klein eiland
Agent zijn op een klein eiland betekent dat je mensen vaak weer tegenkomt. “Iedereen weet dat je politie bent, ook buiten je dienst. Soms vragen mensen je dan om hulp. Dat hoort erbij, en ik heb daar bewust voor gekozen,” zegt Pieters. Het persoonlijke netwerk maakt opsporen soms juist gemakkelijker. Sebastiana: “Je kent de mensen en krijgt daardoor sneller informatie.”

Louiws zag dat bij een zaak met een vage video van een verdachte. “In Nederland zou het weken duren voor je weet wie dat is, via collega’s, landelijke en de media. Hier vroegen we rond en stonden we dezelfde dag bij de verdachte voor de deur. Dat was mooi om te zien.”

Menselijker politiewerk
De Nederlandse en Bonairiaanse collega’s leerden veel van elkaar. Sebastiana: “Mijn buddy Raman liet zien hoe je meldingen praktischer kunt aanpakken, zowel op straat als met papierwerk”. Pieters waardeerde de oplossingsgerichtheid van zijn Nederlandse collega’s. “Ik vroeg vaak: Hoe doen jullie dat in Nederland?’ En mijn Nederlands is echt vooruit gegaan”. Shah was juist onder de indruk van de creativiteit op Bonaire. “In Nederland kijk je snel naar wat wettelijk kan. Hier wordt vaker bemiddeld via een familielid. Mensen worden gewezen op hun eigen verantwoordelijkheid.”

Ook de manier waarop burgers reageren op de politie verraste de Nederlanders. “Mensen bedanken je en tonen respect,” zegt Shah. Louiws vult aan: “In Europees-Nederland zoeken mensen sneller de confrontatie. Dat heb ik hier nog niet meegemaakt.” Volgens Pieters past dat bij de Bonairiaanse mentaliteit. “We zijn een rustig eiland. De meeste mensen zijn relaxt. Al hangt het ook af van hoe je als agent iemand benadert.”

Samenwerken met Nederlandse collega’s
In het begin stonden Sebastiana en Pieters sceptisch tegenover de komst van Nederlanders. “Eerdere collega’s stonden niet open voor de cultuur en manier van werken. Dat was vervelend. Maar deze groep was echt anders,” zegt Sebastiana.

Ook Pieters had zijn twijfels. “Ik moest er even over nadenken, maar na het eerste telefoontje met Steve voelde het goed.” Wederzijds vertrouwen bleek cruciaal: “Je hebt elkaar nodig, want je staat samen op straat.” Soms is er onder burgers wat weerstand. “Soms is er zo’n houding van: wat komt die Nederlander mij vertellen?” zegt Pieters. “Maar als duidelijk is dat de agenten er zijn om te helpen en wat Papiaments spreken, verdwijnt dat snel”, vult Sebastiana aan.

Afscheid en boodschap aan nieuwe groep
Na zeven maanden loopt de samenwerking ten einde. “Ik wil eigenlijk niet dat ze weggaan,” zegt Pieters. “Samenwerken met een andere cultuur was uitdagend, maar ook goed voor mijn ontwikkeling.” Sebastiana beaamt dit: “Ik ga mijn buddy missen. Het was leerzaam om nieuwe manieren van werken te zien.”

Voor Louiws was de ervaring onvergetelijk. “Zowel privé als qua werk. De relaxte sfeer ga ik missen. In Nederland is alles gehaaster.” Shah neemt zijn ervaring mee naar Den Haag. “Waar de Antilliaanse gemeenschap ook is. Je begrijpt elkaar nu beter.” Met een lach voegt Pieters toe: “En ze kennen nu ook alle scheldwoorden. Dus als ze iets horen: meteen aanhouden!” Hun boodschap aan de volgende groep Nederlanders is duidelijk: “Kom met een open houding en leer de cultuur kennen.”